This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project to make the world's books discoverable online.
It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover.
Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the publisher to a library and finally to you.
Usage guidelines
Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying.
We also ask that you:
+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for personal, non-commercial purposes.
+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the use of public domain materials for these purposes and may be able to help.
+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find additional materials through Google Book Search. Please do not remove it.
+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe.
About Google Book Search
Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web
at|http : //books . google . com/
Over dit boek
Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken.
Dit boek is zo oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteur srechttermijn is verlopen. Het kan per land verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn.
Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u.
Richtlijnen voor gebruik
Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op automatisch zoeken.
Verder vragen we u het volgende:
+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commerciële doeleinden.
+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien hiermee van dienst zijn.
+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet.
+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is voor gebruikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek rust, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng.
Informatie over Zoeken naar boeken met Google
Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en uitgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken
op het web via http: //books .google . com
GIFT OF
HORACE W. CARPENTIER
4
/
A K' C il 1 ü F
OESCIHKÖENIS
iikh
OrDE nOLLA.\I)S(;üE ZENDIXC.
F o K M o S A. i tl I. a - 16 6 1.
Mtil BuirMcr »p il« vf<T rfr^lttn.
"sT
J
GIFT OF
HORACE W.CARPENTIER
|
Pf^l EX LIBRIS ly II |
|
1 ■■, , — J |
\
A U K il I h, i^
VOCIA Ilfi
GESCIMKDPA'IS
Ol^DE HOLLA.NDSCill' ZE.\Ji|.N(j.
J: U K M ü S A.
Hfrl Iti^frUti^r at» ilr T(«ir Ji^Tifii.
^1
- 1< • I t «
IM7
/
/
ARCHIEF
VOOR DE
GESCHIEDENIS
OUDE HOLLANDSCHE ZENDING.
A K C H I E F
YOOB DS
GESCHIEDENIS
DER
OÜDE H0LLAND8CHE ZENDING.
IV.
FOBMOSA. 164=3^1661.
UTRECHT,
C. VAN BENTUM.
1887.
CArvrci^TIER
ü;
Gedrnkt ter „Utrecbtiche Stoooidrukkei^'* te Utrecht — Jenualemsteeg.
In dezen tweeden Bundel over Formosa worden, met doorloopend nummer, de overige stukken gegeven, op- gezameld uit bet Oud-Koloniaal Archief en uit het Archief der Classis Amsterdam.
Den belangstellenden lezer zal het bij de doorbladering van dezen Bundel zeker opvallen, dat daarin, wat de waardering van den verrichten Evangeliearbeid betreft, een gansch andere toon heerscht, dan in de vroeger gegeven stukken. Het zal dus veel afhangen van den geest des oppervlakkigen beoordeelaars, of er met uitbundige inge- nomenheid, dan wel met bepaalde afkeuring over het Zendingswerk op Formosa geoordeeld wordt Is echter in het voorwoord van den eersten Bundel gewaarschuwd tegen# overspannen verwachtingen, — bij het gebruik van dezen Bundel mag ook de noodige onpartijdige kritiek niet worden verwaarloosd.
De tegenspraak gaat uit van twee verschillende zijden, eerst van de Predikanten, daarna van het Politiek Qezag, en beiden zijn niet de uitspraak van een bezadigd, onpar- tijdig oordeel, maar vrucht van persoonlijke animositeit. De scherpe brief van 3 November 1648 (n". 83) van den £erkeraad van Tayouan werd ingegeven door verbittering tegen Junitjs, dien zij meenden hen in hun eer te hebben aangetast. Men bedenke echter, dat volgens berichten van f^ormosa zelf na het vertrek van Juinus [verslapping of verachtering ontstaan was. Naar aanleidingvan een schrij- ven v£ui Heeren XVII werd de Kerkeraad daarover door de Hooge Regeering te Batavia onderhouden. Hinc illa ira.
'780773
VI
Op waardige wijze worden zij daarover door de Classis Amsterdam terechtgezet (n«. 85 en 87).
Bij het ongunstig oordeel van den Gouverneur Vebburch over de Predikanten en over het Evangeliewerk in het algemeen, (n*. 94 en volgg.) zie men niet over het hoofd, dat daaraan de heftige strijd met den predikant Gravius voorafging, (n*. 91) die de tusschenkomst van den Politieken Commissaxis Verstegen' noodzakelijk maakte, en met reha- bilitatie van den veroordeelden predikant (n". 100), den Gouverneur eene scherpe reprimande op den hals haalde (n*. 102), die zijn verzoek om ontslag ten gevolge had. Het cort vertooch (n*. 107) van Verburch bevat evenwel eenige behartiging waardige wenken, en het is hem niet te zeer ten kwade te duiden , dat hij , bij de eerste Zending door Protestanten ondernomen , die zeker wel misstappen moesten doen, al tegroote eischen stelde aan een leertijd van 30 jaren (p. 170 volgg.). De ervaring van eene eeuw van Zendings- arbeid, met zijne teleurstellingen, moet ons een zachter oordeel doen vellen , ook over groote fouten — en zij ont- braken zeker in de Zending op Formosa niet, (zie o. a. n*. 118) — waaruit wij wijsheid kunnen leeren; ook onze theoriën zullen ongetwijfeld door een opvolgend Zendings- geslacht aan revisie onderworpen worden en niet in alles proefhoudend bevonden worden.
Met gespannen aandacht nam ik de stukken ter hand, waarin ik eenig nader bericht hoopte te vinden omtrent het bekende verhaal van de zelfopoffering van Hambroek. In onzen kritischen tijd zet de onderzoeker een vraag- teeken achter dergelijke zaken. Millies noemt het „het verhaal van Valentyn", en inderdaad , als Valenttn daar- van de eerste zegsman is, mag men vragen, van waar haalde hij 60 jaren later zijne mededeelingen. (O.-Indië IV. 2. p. 90).
Wat omtrent de opeiöching van het fort en Hambroeks ambassade staat opgeteekend in het Dagregister van Tayouan,
VII
ia pag. 218 Tolgg. medegedeeld. Wij hebben een tweeden getuige daaromtrent in het verhaal van Herport, een Zwitsersch soldaat, die de gansche belegering heeft door- gestaan, dus van een oor- en ooggetuige. 1)
Hg zegt (p. 74) ,,Dises sein (Coxinja's) begehren wurde ihm gantz abgeschlagen, und in einem uberschickten Schrei- ben anders nichts als Eraut und Loodt, und ein manliche Resolution bisz auff den letsten Bluts-tropffen zu fechten anerbotten. Diser Herr Hambruh müsste also mit dem BriefF wiederumb hinausz, dieweilen sein Fraw und noch drey seiner Kinderen auch der Feinds gefangene waren, die er nicht wolte verlassen; hat aber auch noch 2 Töchteren allda in der Festung, deren die einte in der Ehe ^ der andere aber noch ledig war. Dise müssten ihren alten Yatter met grossem Hertzleid sehen von ihnen gehen.'^
Het feit van de ambassade staat dus historisch vast, en daar Herport als subalterne, de raadsvergadering niet zal hebben bggewoond, getuigt zijn stilzwijgen omtrent de •bgzonderheden ook niet tegen de waarheid van ViJ.ENTYK8 yerhaal. Van meer gewicht is echter daarvoor het boekje, dat onder den titel van y^Verwaarloosde Fonno8a^\ zonder naam van den schrgver, onder de initialen C. E. S. in 1675 in het licht verscheen. Het verhaal, dat aldaar II. p. 59 van de ambassade van Hambroek gegeven wordt, stemt met Yalenttn overeen, zoodat het niet onwaarschgnlgk is, dat wij hier de bron hebben, waaruit hij heeft geput.
Wie was de autheur van dit geschrift, en pleit er iets Toor de geloofwaardigheid van zgn verhaal?
Ik waag de gissing dat hij niemand anders was dan de Gouverneur Coyet zelf.
Ik stip daaromtrent het volgende aan, het aan meer be- voegden overlatende , die gronden te toetsen , en bevestigen of te wederleggen.
Het tweede gedeelte van het genoemde geschrift, han-
1) Albrecht Herfoit. Eine Kartn Oost-Indianitche ReinbeschreibaDg. Bern 1609. Ook in het HoIUndieli yertaald.
VIII
delende van der Chinesen vyantlycJce overkomste op het eylant Formosa enz. heeft, naar mgne meening, de bepaalde strek- king om het gedrag van den Gouverneur te rechtvaardigen tegen de tegen hem ingebrachte beschuldigingen.
Het draagt door zijne veele bgzonderheden het kenmerk van door een ooggetuige te zijn geschreven.
De Gouverneur Cotet stond te Batavia niet te best aan- geschreven. Hij had in den vroegeren Gouverneur Verburch, tegen wien hij in den vinnigen strijd met den predikant Graviüs partij gekozen had (p. 126, 130) een verklaarden vijand in den Raad van Indie.
De mislukking van de onderneming tegen Macao , waarop men te Batavia de zinnen had gezet, werd toegeschreven aan de vrees van Cotet en zijn Raad voor een inval van CoxiiyjA, eene vrees die men aan flauwhartigheid toeschreef, (verw. Formosa Bijl. 7 en Archief.IV. p. 233). Er werd dientengevolge besloten Coyet terug te roepen, en hem door een meer energiek man te vervangen, en reeds was zijn opvolger, Klencke van Odessen, opreis, toen onverwacht de tijding op Batavia aankwam , dat de inval van Coxikja geen schrikbeeld, doch wezenlijkheid was. Er was mis- schien wel eenige wijfelmoedigheid in het besluit van den Raad van Indië om Klencke v. O. zoo mogelijk tegen- bevel te geven, en nu er juist behoefte was aan een energiek man, den afgekeurde Gouverneur op zijn post te laten.
Cattw, die met zijn ontzettings vloot niet veel uitrichtte en tijdens het beleg naar Batavia terugkeerde, kon niet beter doen om zijn baan schoon te vegen, dan de schuld op Coyet te werpen. Deze kon wel bevroeden, dat hij het, zonder hulp van buiten, met zijn geringe macht tegen CoxiNJA (dien hij toch veele maanden ophield) op den duur niet zou kunnen uithouden, en dat hij te Batavia komende , geen vriendelijk onthaal zoude vinden.
Het ware dus niet te verwonderen , zoo hij bouwstoffen verzamelde tot zijne verdediging.
Toen hij te Batavia gekomen was, werd dan ook een
IX
crimineel proêes tegen hem begonnen. Door den advocaat- fiscaal van Indië werd tegen hem en 3 gewezen leden van den Formosaanschen Raad de doodstraf geeischt, en door den Raad van Justitie tegen Coyet het vonnis uitgesproken van levenslange verbanning naar Poulo-Ay.
De bijlagen, waarmede de schrijver zijn verhaal staaft, zijn extracten uit de Resolutieboeken en andere authentieke stukken, die moeten ontleend zijn, o/* aan het Archief te Batavia, of aan dat van de Compagnie te Amsterdam, of aan dat van Formosa. Dat het gebruik van het 1* en 2* hem zou zijn verleend, is weinig denkbaar; blijft dus het Archief van Formosa, waarover Coyet, toen hij den storm zag aankomen het vrije gebruik had.
Na eene gevangenschap van 10 jaren wisten zijne vrien- den eindelijk te bewerken, dat hij van verderen straftijd ontslagen werd, en verlof kreeg, onder de noodige voor- waarden, naar het vaderland terug te keeren. Een jaar later verscheen het besproken verweerschrift, tot welks zamenstelling de schrijver op Poulo-Ay al den tijd heeft gehad. Het onderzoek, dat de Heer Hingman, met zijne gewone hulpvaardigheid , voor mij instelde , of omtrent dit geschrift in de Resolutien der XVH iets te vinden ware , leidde tot geen resultaat. Dat Coyet de schrijver was, is dus wel niet met zekerheid te bewijzen^ toch vloeide het uit de pen van een wel onderricht persoon, die de formosaansche archieven kon raadplegen, dus van een tijd- genoot of ooggetuige. De gedachte is wel eens bij mij opgekomen, — doch ik geef dit slechts als eene zeer losse gissing — of de schrijver, die zijn verhaal nog al met Latijn doorspekt, door de initialen C. E. S. ook wil zeggen Coyet et SociL
Naar mijne meen ing is er dus grond aan te nemen, dat het verhaal omtrent Hambroek, het moge dan wat opge- sierd zijn, op waarheid gegrond is. Hierbij komt nog, dat de schrijver van Jiet verwaarloosde Fortnosa'' (indien wij mogen aannemen, dat het de bepaalde strekking had Coyet c. s. te verdedigen) geen reden had om dusdanig
romannetje/ te verzinnen, want het ware voor zgn doel nog veel schoomer geweest, indien de Ra^d Van Formosa, niet- tegenstaande dringende aanmaning tot overgave^ in zijn besluit tot verdediging had volhard.
Een Nederlandsche Regulus was Hambroek naar mijne meening echter niet; want het blijkt niet, dat hij door zijn woord van eer gebonden werd, — in Hambroek's vrouw en 3 kinderen had Coxinja trouwens genoegzamen waar- borg voor zijn terugkomst; — ook is liij geen slachtoffer geworden van zijne mislukte zending, en eerst veel later gevallen.
In de stukken der eerste 2 deelen van dit Archief is een overzicht geleverd van het ganschc gebied der Zen- ding, on in de laatste twee Bundels een afgerond Zendings- gebied behandeld. De voorraad van stukken over de Molukken is groot, en het onderzoek voor Ceilox is pas aangevangen. Verschillende redenen doen echter de vraag rijzen, of het niet raadzaam is hier te eindigen, en de verzamelde stof ter uitgave in later tijd aan meer ervaren handen over te laten.
Ik heb bij den dank voor de betoonde vrijgevigheid in het gebruik van het Archief der Classis Arasterdam en van het Oud-Koloniaal Archief, en voor de groote hulp- vaardigheid van de Coramies-Chartermeester IIingman, nog een bijzonderen dank te brengen aan Ds. P. vax Wijk, aan wiens kundige hand het Register op de 4 deelen van dit Archief te danken is , waardoor hun bruikbaarheid groot elijks is verhoogd. Indien deze stukken geoordeeld worden van eenig nut te zijn voor de Zendings-geschiede- nis, heeft zijn Eerw. hen die daarin belangstellen, ten hoogste aan* zich verplicht, door ter liefde der wetenschap een arbeid op zich te nemen waartoe mij de moed ont- brak , en voor welks deugdelijkheid de groote zaakkennis en nauwkeurigheid van den Bewerker waarborgen zijn.
LX.
EXTRACT UIT BEN BRIEF VAN DEN TAYOÜANSCHEN
RAAD AAN GOUVERNEUR GENERAAL EN RADEN
VAN INDIE.
Daar de kerkelgke personen niet altijd even gewillig zgn, is een ziekentrooster speciaal als tolk aangesteld.
Gasteel ZfiELiJXDiA, 9 December 1643.
Dewyle wy ons dickwils int vertoicken met den Formo- siaen doorde kerckelycke persoenen quaelyck ende met onwil gedient bevonden, soo hebben goet gevonden eenen expressen tolcq uyt de selve persoenen, vande wel geoeffentste inde taele, den politycq in Soulangh, onder tytel van substituyt, toe te voegen, waer toe uytgekeurt hebben den siecken- trooster Joost van Bergen, sijnde met een inlantsche vrouwe getrouwt, ende daer de Comp. in die gelegentheyt goede dienste van staet te verwachten, alsoo hem niet alleen als tolcq, maer oocq in alle dienste, die de politicque regee- ringe op Formosa aengaen, sal moeten laten gebruycken.
Onderteeckent Maximiliaen le Maire, Pieter Anthonis Overt-
WATER, ArIAEN VAN DER BüRCH, JOHANNES VANDEN EyNDEN, NiCASIUS DE HOOÖE.
Kopie R^ktarcHef,
1
•1«'44
LXT.
EXTKACT UIT DE >RESOLüTIEN DES CASTEELS ZEE-
LANDIA, TSEDERT DEN 29" MAERT A" 1644 TOT
DEN 14« NOVEMBER DAERAEN VOLGENDE."
De proponent Mirkinius wenscht ontslag, om in den poli- tieleen dienst oyer te gaan. Verdeeling yan de predikanten over de dorpen, volgens begeerte van den Kerkeraad. Olhoff verplaatst naar de Znid. Kerkeraads-benoeming. Huwelijken tuBflchen Heidenen en Christenen. Hnwelgken tnsschen Hei- denen. Bezoldiging der inlandsohe schoolmeesters. Scheiding tusschen den geestelgken en den politieken dienst.
Dinglisdaoli 29 BEaert 1644. Dewyle den proponendt Andreas Mirkinius by requeste aen ons versocht heefft , omme van sijn kerckelycke ampt ontslagen, ende tot den politycquen dienst g*employeert te werden, soo wert ver- staen, alsoo inde inlandtsche sprake om de Zuydt beter als eenige andere ervaren is, dat men hem in sijn qualité latende, by provisie, om een preuve daer aff te nemen, tot de politycque bedieninge om de Zuydt gebruyeken sal, alsoo andersints, vermits t'expireren van sijn thien jarich verbandt genegen is naert Patria te vertrecken, als wan- neer de Comp. van beyde voorsz. ampten door sijn persoon niet soude connen gedient werden.
Woensdacli den fM AngnBtol644« Heden in Raade het mondelinge advys vanden Kerckenraadt aengehoort ende g*examineert hebbende wegen de verdeelinge der predi- canten op Formosa, invougen dat (ten aensien nu alhier twee predicanten , namentlyck Ds. van Breen ende Happart aent Gasteel sijn, ende maer eene, volgens de sustenue van d'Ed. H' Generael , ons ende den Kerckenraadt voorn* aent Gasteel van noode sjjn) den Kerckenraadt raatsaempst
3 1644
hadden g:eoordeeU, dat D* van Breen, die vermits hier al een jaer geweest is, ende ooek beter kennisse van d'in- woonderen ommegangh als D** Happert, die eerst gecomen sij, hadde ende verscheyden andere consideratien meer, in de Ifoordlycxste dorpen, namentlyck in Dalwo etc. sijn woonplaets soude nemen, omme de dorpen daar omtrent gelegen te bedienen, ende den provisionelen proponent Hans OloflFz in Tapoidiangh, omme dien dienst costy waar te nemen, gaan soude. Welck rapport byden Gouverneur ver- staen ende alles ingesien wesende , is om goede consideratien g'arresteert, datmen 't voorsz. hun advys schriftelyck aif- voorderen sal, omme daer op bj onsen Raade naarder ge- delibereert te werden.
Saterdach den 27 Angnsto 1644. Achtervolgende onse jongste resolutie het schriftelyck advys wegen het verdeelen der predicanten op Formosa vanden Eerckenraadt in onse Rade becomen hebbende, ende d'selve niet ongefon- deert bevonden wordende, luydende als volcht:
„Dat, — aengesien tegenwoordelyck twee predicanten haar selven in Tayouan bevinden, ende het notoir is, dat een van beyden tot het voorsz. wercq in Formosa can ende behoort gebruyckt te werden — , tot vorderinge deser saecken dese twee dingen, volgens denKercken- raats gevoulen, dienden overleyt ende overwogen te werden.
Namentlyck voor eerst de plaatse, inde welcke dit goet voornemen bequaem§^ckst soude mogen by de hant genomen. Ten tweeden de persoon, die daer toe behoort gebruyckt te werden.
Belangende het eerste was den Eerckenraad van gevoelen, dat van de beyde gewesten deses Eylants, tot de welcke de leere des Evangeliums met hoop van goede vrucht can ingevoert werden, — namentlyck die ofF noordelyck oflf zuydelyck van ons gelegen sijn, — de noordelycke dorpen, als Favorolangh ende ander daer ontrent gelegen, behoorden vercooren te werden ,
1644
om een der beyde predicanten voorsz. daar henen te schicken.
De redenen van dit advys sijn desen: Eerstélyck omdat door dit middel niet alleen de noordelycke, maer oock de zuydelycke dorpen connen versien werden, aengesien den provisionelen proponent Hans Oloff, tegen woordelyck in Sinckan residerende, naar hetZuy- den soude connen gesonden werden, van wiens rede- lycke ende daar toe sufficante gaven den Kerckenraad, 800 sy achten , genoechseiem geinformeert sijn , dewelcke daarom oock, by hooifden om gevraecht sijnde, den persoon van den voorn, proponent met eenparige stemmen daar toe bequaem geoordeelt hebben.
Ten tweede: Om dat de zuydelycke dorpen soo da- nich in ongesontheyt bekent sijn, dat niet alleen die van onse Natie , maer oock de inwoonders deses eylandts selve, sich van ander plaatsen oock voor een corten tijt daar henen transporteren , ordinaerlyck off met de doot, off met eenige sware siekte het selve comen te becoopen. Oversulcx dunckt het de kerckelycke ver- gaderinge niet raatsaem te wesen, voor als noch een der beyde predicanten daar heenen sendende te pericu- literen, vermits de schaarsheyt der predicanten in India soodanich is, dat de gemeynten van Formosa noch haestelyck, noch lichtelyck van andere succederende en connen versien werden.
Ten derde: Om dat de predicanten selve meer tot de Noort, als tot de Suijt schgnen te inclineren, en het seecker is, dat soo arbeytsamen werck niet dan met couragie ende volcomene resolutie en behoorde by de hant genomen te werden.
Ten vierde: Conde hier ook by gevoecht werden, dat door dit middel de noordelycke dorpen (tot noch toe van onseeckere gehoorsaemheyt) voor de E. Comp. vaster sullen verseeckert werden, alsoo den bant van religie den eenichsten is, waar door dese natie met eenige verseeckeringe aen ons can vereenicht werden.
5 1644
Wat het tweede poinct belanght, — namentlyck wat persoon tot dat werck behooren geschickt en gebruyct werden, — is meer gemelten Eerckenraad van gevoe- len, dat den persoon D* van Breen daar toe de be- quaemste is, ende dat om dese redenen.
Eerstelyck: Dat D* van Breen, nu een jaar hier geresideert ende in Formosa verkeert hebbende, de manieren der Formosanen eenichsins doorsien ende hem seive gemeyn gemaeckt heeft, daer Happartius eerst gecomen sgnde, in alles noch onervaren is.
Tm tweede: Omdat D' van Breen van meerder kloeckheyt ende sterckte sijnde, meest bequaem is tot het doen van lange ende sware rejsen, dewelcke inde bedieninge der Formosaansze dorpen ordinaerlyck voor- vallen.
Ten derde: Omdat D* van Breen ongetrouwt sijnde,
het betamelycker is sijn E., als Happartius met sijn
huys vrouwe, derwaerts gebruyckt werde, vermits Hap-
partii huysvrouwe bevrucht is."
Soo is bij den Raat op voors. voorstellinge acht gegeven
ende geresolveert, naar luyt van des Eerckenraads advys,
omme de daarin geciteerde consideratien , hunnen voorslach
te approberen, mits dat oock, nevens den provisioneelen
proponent Hans Oloff, t'sgnertijt een persoon om de Zuyt
gesonden werde, die den politycquen dienst aldaar waer-
nemen sal.
Ende alsoo de drie dorpen Xincan^ Bacoloangh ende Ta- vocan voor dese ondert opsicht ende gebiet vanden predicant, die aent Gasteel rémoreert, gestelt sijn, soo wert oock ver- staen, dat de authoriteyt voor als noch aenden selven blijven sal, ten aensien den predicant in Soulangh soo veele te doen heeft met de andere daer omtrent gelegen dorpen, als aff hacken can, behalven dat oock den predicant vant Gasteel te beter ende grondiger kennisse vande gelegenthey t van tlandt, d'humeuren der inhabitanten, als andersints becomen ende niet geheelyck blindt blijven sal; behoudent- lyck dat als den Soulangsen predicant aldaer sal comen
1644 6
predicken, mede in sjjn qualitó als predicant, over de ge- meente aengenomen werden sal.
Ende om den Kerckenraad sulcx aen te dienen, soo is daer toe gecommitteert den oppercoopmtui Cornelis Caesar ende de coopman de Hooge.
Woensdaoli den laesten Angnsto 1644. Dewyle achtervolgende onse laeste resolutie, op het schriftelyck voorstel van den Kerckenraad geresolveert is, datmen den provisioneelen proponent Hans Oloff in TapouUangh om de Zuyt tot leeringe der inwoonderen leggen soude, daar van heden gedient wesende, in vougen om dat H. Wercq aen de Zuyt geen verachteringe (te) laten lijden, mits dat jaar- lycx precis driemaelen een predicant ofte predicanten der- waarts (omme de versoeckende en naar den doop haeckende inhabitanten met het voors. Sacrament in het christelyck geloove te bevestigen) vertrecken ende daar alomme de visite doen sullen.
Soo is goet gevonden ende g' arresteert, ten insichte voor als noch geen ander ende gevouchelycker middel connen sien, als den Kerckenraad ons hier voorgedragen heeft, naar dien doch gemelten provisioneelen proponent den hey- ligen doop te bedienen ongeoorlooft is , dat men haar voors. advys by desen approbeeren ende het vertrecken der predi- canten jaarlycx derwaarts, tot dat ander gelegen theyt be- comen, laeten observeren sal.
Door den Kerckenraad versocht wesende, alsoo de ouder- lingen ende de diaconen nu allange overt jaer in haere be- dieningen geweest, ende gebruyckelyck was dat alle jaeren uyt een seecker getal nieuwe gekoosen werden, soo is ver- ^taen hun tot antwoort te geven , dat ons dobbelt getal van peraoonon souden voorstellen, als wanneer daar uyt voor- Bemens bleven de bequaemste te nomineren.
Bliisdagli den 6^» fi^eptember 1644. Het schriifte- l>ok advys des Kerckenraadts op het begeren vanden Gou- verneur ende Raadt afifgevordert, namentlyck, hoe verre
7 1644
de macht der politicque, ende oock der Bchoolmeesters ende geestelycke residenten wegens de schooien d^een den an- deren Yoortaen souden hebben te comen ende hun te ge- dragen. Item, wien dat ejgentljck 't gesach, de censure ende straiFe, soo over de schoolmeesters, als kerckelycke persoenen competeert ; — in Raade geresumeert ende g'exami- neert wesende ende den predicanten wgder mondelinge daarop naerder gehoort hebbende, in manieren dat haeren Yoorslach met onse meeningen, achtervolgende het Sinodia naetsionael in den jaere 1619 tot Dordrecht gehouden, niet verscheelt, maar volcomentlyck compt te accorderen, soo is gearresteert ende geapprobeert:
Eerstdyck: Dat den Kerckenraad alle kerckelycke per- sonen, naar haar v^diensten sullen vermogen van haer ampt aff te setten, suspenderen, censureren, ende wijder alsulcke persoenen den achtbaeren Raadt van justitie, met haar advys in wat straffe behoorde gecondempneert te werden , overleveren , omme by den wereltlycken rechter naar discretie ende goetvinden by sententie gemulcteert te werden.
Ten tweeden: Dat alle scholieren t'eenemael ondert ge- sach vande kranckbesoeckers ende residenten, die als schoolmeesters inde formosaense schooien gebruyckt werden, blijven sullen, sonder dat d'selve door den politicus (dan by hooch-dringenden noot, voorweten efi toestaen der voors. residenten) in eenige diensten sullen vermogen gebruyckt te werden; wel verstaende soodanige scholieren, diet haar beurt sal sijn dier tij t ter schooien te comen. Blijvende niet te min d^ andere persoenen, diet haar beurt om in de schoole te comen niet zQ, onder 't commandement van den politicus.
Ten derden ende ten laetsten, soo wert mede verstaen, achtervolgende des Eerckenraadts adv7s,dat de inlandtsche bevelhebberen gants geen gesach sullen hebben overt licen- tieeren der persoenen uyt de schooien, vermits veele noch heydenen sijn, die hun aen de voorderinge van Godes Eercke weynich gelegen laten. Doch om redenen werd dit poinct den Sincanderen, dat wel de outste, vroomste
1644 8
ende religeuste landsaten sgn, by provisie ende tot onse naardere ordre noch toegestaon, omme daer op naerder ge- delibereert te werden.
Door den Eerckenraad ons heden mede in Raade sciiriff- telyck Yoorgestelt wesende dubbel getal van persoenen, omme daar uy^teen ouderlingh ende diacon, in plaatse vande affgaande, te nomineren; te weten, die voorgestelt worden sijn dese:
Adrieien van der Burch, fiscael en
Eduard aux Brebis, ondercoopman. Ende als diaconen:
Salomon Goosens, ondereoopman en
Wynand Rutgers. „
Soo wert verstaen dat uy t voors. persoonen sullen genoomen ende tot ouderling ende diacon bevesticht worden , te weten :
Eduard aux Brebis, ondereoopman, tot ouderlingh;
Wynant Rutgers, ondereoopman, tot diacon, dewelcke oock best, by gelegentheyt van kerckelycke be- songien, sullen connen gemist worden.
Soo wert insgelycx opt voorstel van meer aengetogen Eerckenraadt g' arresteert, dat met den predicant domino Simon van Breen twee cranckbesoekers ende ses soldaten (die sijn E. welgevallen selffs uytsoecken sal), naar de Noordt vertrecken sullen, omme sijn E. aldaar int leeren dier spraecke ende den geestelycken bouw , soo veele doene- lyck t'assisteren; waertoe den Eerckenraadt g'authoriseert wert, alsmede om den cranckbesoecker Dirck ter Meulen voor 8 è. 10 jaeren aen te nemen, naar sijn tijts expiratie sal vermogen verbeteringe te eyschen.
Van gelycken wert op haer E. voorstel g'approbeert , dat nevens den provisioneelen proponent Hans Oloff, die wy yoor desen op baere E. voorslage om de Zuyt g'ordineert haddon , naar Tapouliang vertrecken sal den persoon van Hendrick Veer, omme aldaer in de schooien gebruyckt te worden.
If-^ni Gerrit Jansen Hartgringh, cranckbesoecker, uyt Tiipmttiang naer Mattauw.
9 1644
Caesar van Winschooten, schoolmeester, uyt Tapouliangh naer AcouWy en
den cranckbesoecker Joost Gillesz ujt Bacoloangh naer Xincan,
Tr^daeli den •> September ao 1644« Alsoo seecke- ren Chinees, genaempt Tiotouwa, woonachtich in Tavocan^ eenen geruymen tijt met een inlandtsche Christenvrouwe als man ende vrouw huys gehouden heeft, ende oockseliFs mede genegen is (al hoewel redelyck bedaecht zg) sich inde fondamenten der ohristelycke religie te laten onderwijsen, om in gevolge oock door het H. Sacrament des Doops als een christen bevesticht te worden ; — soo is op het advys van den Eerckenraadt by den Gouverneur ende den Raadt g'arresteert, datmen, om voors. consideratien , denselven by voors. vrouwe, in voegen als voren, sal laten continueren, mits dat, belydenisse gedaen hebbende, deselve wettelycq sal moeten trouwen. Ten welcken eynde voors. Chinees oocq ondert gesach vanden Kerckenraad, efi voomamentlyck van den predicant, die het opsicht in Tavocan heeft, sal ge- stelt om (als geseoht) inde fondamenten vande ware religie geinstrueert te werden.
Insgelycx, dat alle Chinesen, die met diergelycke in- lantsche Christenvrouwen (alsverhaelt)huy8houwen,gel|jck er noch wel eenige van die nature te vinden Bijn,tusschen dit ende het ujtgaen deses, ofte het begin des aenstaenden jaers, gehouden sullen wesen aan den Eerckenraadt con- tentement wegens het christen gelove te geven, off dat, by faulte van dien, van geseyde vrouwen scheyden ende kinderen daar by geprocrereert hebbende, voor d'selve mid- delen tot onderhout fournieren sullen.
Ende alsoo der noch veele bejaerde persoonen sijn, die van wederzyden (man ende vrouw) nochheydenen wesende, met den anderen huys houden, ende seer beswaerlyck inde Christelycke Beligie connen onderwesen werden, soo wert verstaen dat d'sulcke by den anderen sullen vermogen te blyven, ende door den politycquen resident inden houwe-
1644 10
lycken staet bevesticht werden, mits haar de gelegentheyt vanden trouwbandt, soo veele doenelyck inBcherpen; waer- inne ooek besloten worden soodanige heydense persoenen, die naderhandt daerom mogen versoecken ende nooh niet by den anderen sijn, met den anderen te versamen.
Alsoo het getal der inlantsche schoolmeesters op For- mosa groot ende 54 sterck sijn, die alle maandelycx maer één B} van Achten van de Comp. tot onderhoudt trecken, waarvan niet wel en connen leven, ende oversulcx genoot- saeckt sijn hun den meesten tijt met de jacht en landtbouw tot onderhout van hun leven te generen, sulcx nootsaeck* lyck volcht daar door de schooien niet naer behooren vande selve connen gedient werden; soo is mede g^arresteert, datmen het voors. getal van 54 op 17 verminderen en de- selve wegens de Comp. 4 R. contant (behalven den rgs , die haar de inwoonderen, ider int dorp daerse dienst doen, tot erkentenisse van dat goede wercq (voor soo veele tot hun behoefte van node hebben) geven en versorgen moeten) ter handt stellen sal, waarmede geoordeelt wert, dat hun daer voren rijckelyck sullen onderhouden ende beter op de schooien sal connen gepast werden, alsoo wy hiermede ver- staen, dat voors. schoolmeesters hun met geen andere be- songie, egene uytgesondert, als alleene met hunne schooien sullen te bemoeyen hebben.
De twee cranckbesoeckers ende de ses soldaten, die op morgen, in comp^<^ vanden Eer w. predicant Simon van Breen, tot leeringe der inlandsche spraecke ende bevoorderingh vanden H. Dienst om de Noordt staan te vertrecken, wer- den op hun versoeck toegestaen twee jachthonden mede te nemen , om deselve tot de jacht (alsoot in dat gewest vry schraal sij) tot hun nootdruft te employeren.
Soo wert oock besloten, dat voors. ses soldaten, om vooren verhaalde insichten, ende dat tot het geestelycke wercq sullen gebruyckt werden, voortaen maendelycx (buytenbe- swaringe van hare gagie) met drie R^. rantsoengelt sullen beneficeert werden.
11 1644
Baterdach den lO» September 1644. Door den Eerckenraad ons voorgedrageB sijnde hoe dat de duytsche en de inlandsche schoolmeesters tot tweederley diensten, namentl. tot de politicque ende tot de kerckelycke saecken gebruyekt werden, waardoor vele in haere school seer comen te verachteren , invougen , gelijck exemplaerlyck ver- claerden ondervonden te hebben, dat den politicq d'selve gebruyckende , onder excuse van dien haere schooien vae- ren laten, eü al hebbense maar één uier werck, onder dat pretext den heele dach verletten. "Willende by wylen den eenen deselve gints ende weder seynden, efi d'andere de de voors. inde schoole houden , ende soo doende jegens den anderen staende, wort den behoorlycken ende vereyschten dienst (behalve dat de schooien, als gesecht, veele ver- achteren) van wederzyden daarvan niet getrocken, ende dat ten aansien voors. luyden niet wel twee heeren tege* lyck (ider contentement gevende) dienen connen, waardoor dan oneenicheden (gelijck daervan al eenige exempelen aen te W}8en sijn) tusschen den politiek ende de kerckelycke persoenen rijsen. Soo is opt versoeck van voors. Kercken- raadt, omme voors. oneenicheyt ende verachteringe, soo veele doenelyck, voor te coraen, goet gevonden eene prouve te nemen int verdeelen ende vaststellen van een yders dienst; namentlyck datmen voors. schoolmeesters, soo wel nederlandse als inlandtse , ondert gesach ende in den dienst der Kercke , tot het gebruyck der schooien laeten sal , mits datmen uyt het getal vande acht nederlandsche school- meesters drie persoenen nemen efi d'selve den politicq als tolcken sal by voegen, als wanneer sich met de voors. schooien en schoolmeesters niet meer te bemoeyen hebben sal. Doch ingevalle het mocht gebeuren, dat eens, twee a driemael 'sjaers, ofte soo alst by geval mochte toecomen, een gequalificeert politicq persoon, ofte andere die van den Gou^' gecommitteert comen, inde dorpen mochte verschynen ende geen ander stoife tot huipe daar omtrent waeren, in sulcken gevalle sullen hun de cranckbesoeckers en school- meesters, jae by noot den Predicant selffs, ten dienste van
1644 12
de Comp. vinden laten, achtervolgende het schriftelyck advys efi toestaen van den Eerckenraad.
Kopie Rijktarchief,
tiXII,
EXTRACT UIT BEIEF VAN DEN GOU VERNEUK FEANgOIS
CARON EN DEN RAAD VAN FORMOSA AAN DEN GOU-
VERNEÜR-GENERAAL ANTONIO VAN DIEMEN.
Verdeeling van de predikanten in overleg met den Kerke- raad. Aan de predikanten is vol gezag over de schooien en BchoolmeesterB toegestaan. Zij zullen 3 malen 's jaars de visite doen. De kosten voor de Kerk kunnen uit de inkomsten van Formosa zelf gevonden worden.
Gasteel Zeelakdia, 25 October 1644.
Opt verdeelen van de predicanten , tot uy tbreydinge vande Christelycke religie onder de Formosanen, als andere kerc- kelycke saecken meer, by ons aendachtelyck gelet sijnde, is met kennisse vanden Eerckenraet, om goede considerable redenen, int breede by de resolutien daervan genomen blijckende, goet gevonden ende gearresteert, deselve in naervolgende manieren te gebruyeken. Namentlyck, D* Happart is opgeleeht, in plaetse van D' van Breen, den godsdienst alhier aent Gasteel waer te nemen, ende met eenen om alenghkens kennisse van Formosas gelegentheyt te becomen (gelijck gemelten van Breen gedaen heeft) d'ooge te houden over de drie naestgelegene dorpen Ximan^ Tavocan ende Backloangh.
D* Bavittë^ alsoo inde xincanse tale redelyck ervaren is, ende aldaer den besten dienst doen can, sal in SotUatigh
13 1644
blijven oontiiiiieren, en daer en boven d'opsicht hebben over noch vier andere dorpen, te weten Tevorangh^ Mat- toiéiCy Dorcque ende Tirofien^ mits gehouden blijft, tot der tijt D' Happert bequaem is, by wijlen inXincan, Tavocan en Bacloangh een predicatie te doen.
D* van Breen^ aengesien reede van Formosa eenige er- varentheyt heeft, is te beurdt gevallen ('t weleke reede int werck gestelt sij) dat met twee cranckbesoeckers ende ses soldaten, om tot schoolmeesters aen te queecken , by provisie in Vavorlangh de Terrokeyse tale leeren sal , om naderhant, daerin bequaemheyt erlanght hebbende, alle de dorpen van die tale (sijnde omtrent 14 a 15 int getal) van benoorden Tirosen aff tot Dorenap toe , tot het Christendom te brengen.
Wy waren wel genegen geweest, achtervolgens UEd** voorslach, dese uytbreydinge in Tamsuy ofte Quelangh te begrijpen, 't welck tot nader opportuniteyt wert uytgestelt, maer, gemerckt 't aldaer noch vry wat rouw efi onseker staet, den Kerckenraet hiertoe meest scheen t'inclineren , ende best achte, datmen van onderen opgingh , — hebben om haer niet te discouragieren ende de neiestgelegene plaetsen daer door te civiliseren, als andere redenen meer, sulcx bewillicht ende ons daertoe laten vinden.
Den provisioneelen proponent Hans Oloffs , nu in Xincan leggende en prompt in derselver tale, is na Tapoulmigh g'ordonneert, om aldaer ende over alle de suydelycke dorpen, daer de religie reeds ingestelt is, de behoorlycke opsicht te nemen, waertoe nae 't oordeel der broederen goede bequaemheyt heeft. Tot adsistentie van gemelte persoenen ende bevoorderingh deser goede saken, soo heb- ben, op 't voordragen des Eerckenraets 't getal van vyftich inlandsche schoolmeesters, dus lange een reaal van achten smaents genoten, vermindert, seventhien vande bequaemste daeruyt gekoosen, ende een yder 4 realen licht geit ende 't ordinaris rijsrantsoen , dat yder dorp, daer dienst doen, te last geleyt werden sal, ter maent toegeleyt, om hun Yoortaen, sonder inde velden te mogen gaen (gelyck voor desen geschiet is) geheelyck aent kerckelyck werck te
1644 14
houden, ende steets soodanich daerin te styleeren, datnaer desen verder inde bant mochten comen.
Omme den voortganck van dit werck noch meer te favo- riseeren, alle verhinderinge des aengaende te weren, ende voor te comen d'onluaten die door 't gebruy eken vande schoolmeesters somtij ts ontsteien, hebben den predicanten by provisie en om een preuve daervan te nemen oock toegestaen, dat voortaen 't volcomcn gesach over schooien en kerckelycke suppoosten sullen exerceren, sonderdatden politic ymant van deselve anders als by dringende noot, ofte wanneer de recognitie geint, ofte yetwes anders van importantie te verrichten heeft, sal vermogen te gebruy eken. Op dat voor aengetogen orderen 't gewenste succes mochten bestee venen, ende alle kerckelycke persoenen te beeter tot hun debvoir gehouden werden, als oock om de noodige visite waer te nemen ende die door onderwij singe daertoe bequaem gemaeckt mochten sijn, door den doop tot het Christendom in te lijven, soo hebben de predicanten aen- genomen ten minsten driemael des jaers visite in alle dor- pen, daer de institutie plaets grijpt, te doen, willende int alderminste niet twijffelen ofte alle dese redressen, ende die, gelyck de resolutien daerover genomen nader aen- wijsen, noch voerders gestelt hebben, sullen by goet vervolgh treffelycke progressen voortbrengen, waertoe ver- hoopen willen God Almachtich Sijnen genadigen segen ver- leenen sal.
De rapporten door den Commandeur Harousé, sal', en den coopman Dircq Schoutens aen UEd. gedaen , van dat ver- scheyde kinderen der inhabitanten om gedoopt te werden, geduerent hun aenwesen in Quelangh aent casteel geweest souden sijn, daervan en hebben op hare verschijningh alhier gantsch geene openinghe, altoos noch aenden President, noch aenden Raet gedaen, dieshalven daerop oock geen ordre tot den doop is connen gestelt werden. Met gelegentheyt wert daerop geleth, verhopende den wech van Dorenap derwaerts door de Cap'^ Boon soodanich sal geopent werden, dat voortaen te lande daertoe acces sullen hebben, als
15 1644
wanneer dit werck door D° van Breen bequaemst sal connen nagespeurt werden
Ten aenzien door 't vermeerderen vande kerckelycke per- soenen op Forraosa d'oncosten dagelyex grooter werden, ende ÜEd*. gaeme saeght dat deselve daeruyt gevonden wierden, soo hebben tot licht van dien dees nevensgaende memorie ingestelt 1) ende gecalculeert wat onverraijdelycke oncosten, alles op 't ruymste genomen, in een jaer dien wegens gesnporteert moeten werden, ende daertegens ge- stelt 't gene in dien tijt van Formosa wederom tot soulaes verhopen te trecken , daerby UEd. naectelyck sal connen vernemen hoe dat alleen vier capitale posten van incomen gemelte oncosten rujin connen equaliseren, waertoe noch meerder sonde connen by gebracht werden; maer alsoo Bulcx vooreerst schijnt ónnodich te wesen, hebbent geex- cuseert; vertrouwende UEd*" meyninge hiermet te voldoen end dat daerover by provisie contentement snit gelieven te nemen
Hiermede enz.
Kopie Rijhtarehief.
PRAN901S Caron, Max. le Maire en verdere leden van den Raad.
1) Deze memorie is niet gevonden.
1644 16
LXIII.
EXTRACT UIT BBIBF VAN GOÜVEENEUE EN EAAD VAN
FORMOSA AAN DEN GOITVERNEÜR GENERAAL
ANTONIO VAN DIEMEN.
Van Breen is ter bekeering der Heidenen om de Noord te Varoro- langh geplaatst; Olhoff, met een politicus in de Zuidelijke dorpen.
Gasteel Zeelanoia, 27 December 1644.
Den predicant dominus van Breen, dewelcke hier over de twee maenden aende coortse dootcranck gelegen heeft, is eyndelyck weder gereconvalesceert efi conform 'tgeresol- veerde, UEd. voor desen aengesehreven , naer de Noorde- lyrcke dorpen yerreyst om den Heydenen de kennisse der zaligmakende genade in Jesum Christum naer vermogen be- kent te maecken , waertoe den Almogenden sijnen H. Zegen verleenen wil. Hoedanige instructie hem by provisie heb- ben medegegeven zal UEd. by de copie desselflfs gelieven te vernemen. 1)
'tSchynt de luyden aen dien cant noch seer barbaers en onmenschelyck zijn, soo dat gem. Dominus van Breen voor eerst genouch te stellen hebbén sal. Sgn residentieplaets ofte rendevous sal vooreerst in Vavorolangh wesen.
Soo sijn van gelijcken den politicus Antony Boey , nevens den proponent Hans Oloff, naer de Suydelycke dorpen vertrocken efi haer woonplaetse genomen in Tapouliangh^ dienende den politicus omme de recognitie te vorderen , ende de justitie te exerceren, mitsgaders den proponent omde kerckelycke saeckén en scholen waertenemen, gelyckUEd. oock uyt de instructie verneemt 1) .
Origineel RijktareMe/.
1) Dit Btuk is niet gevonden.
17 1644/45
LXIV.
Terbael Tan Formosa, hj een gestelt door den Oppereoopman Johan Terpoor- ten, ujrt d'adiry(»en sedert 2 I^eeember 1644 tot prinio I>ecember 1645, ¥an daer in Batavia ontfangen.
Tachtiging wegens rerlaton Tan aangewezen woonplaats. Begeling der kerkelijke zaken in hei belang ran de uitbreiding der Christelgke Religie. De invoering Tan het HoUandsoh Tindt bezwaar. Landdagen. Behoefte aan meer predikanten. Opleiding Tan soldaten tot schoolmeesters. Ongunstig oordeel OTer het Christendom om de Zuid. Happart kwijnt. BaTius Toldoet, ook in politicis.
December anno 1644 int Gasteel Batatia.
Eenige weynige huyagesinnen yan Nieuw Tavocan , stercq ruym 60 zielen, op hun versoecq ten tijde vanden Gouver- neur Traudenius zal', om in de Christelycke Religie onder^ wesen te werden, efl dierhalven in Xincan te woonen toe- gestaen sijnde, hadden meermael versocht wederom van Xincan op te breecken eA hun nae haere voorige wooninge te mogen begeven. En waren, onaengesien de gevolchde weygeringen echter vertrocken ; hadden oocq op nieuw huy- sen geboudt en rysvelden gemaect ; waer over , om hun- luyden ende andere sulcx t^ontleeren, voors. huysen ende velden geruyneert, gemelte personen in Xincan te resideren herbracht, ende twee vande belhamels , andere ten exempel , met de kettingh waren gestraft geworden. Verders was alles tsedert de gehouden landtsdagen vredich gepasseert, ende de visite aller wegen naer behooren gedaen ....
Aengesien doort vermeerderen van de kerckelyeke per- soenen op Formosa d'oncosten dagelycx grooter vielen, efl
2
1644/45 18
gepractiseert wiert deselve daer uyt te doen yeryallen, soo hadt sgn E. per memorie gestelt efi gecalculeert wat on- yermijdelycq despence derwegen in een jaer te suppor- teren; item hoedanige gabellen daer tegens te trecken, mitsgaders in druckende necessitey t noch meer te collecteren waren
Tot uytbreydingh van de Christelycke Religie onder de Formosanen efi reglement van andere kerckelycke^ saecken, waren de predicanten, om den godsdienst te oeffenen, ver- deelt ende geleyt, item soodanige ordere concemerende des- selffs suppoosten gestelt als yolcht.
D*. Happart was geordonneert, in plaetse vanden pre- dicant van Breen, aen 'tcasteel te verbleven , om nevens die charge d'ooge te houden over de drie naest gelegene dorpen Xincatiy Tavocan efi Bacoloangh.
Den leeraer Bavius, inde Xincanse spraecke redelycq ervaren, sou in Soulangh big ven continueren, efi daer en boven reguard hebben over noch vier andere dorpen, te weten Tevoranghj MaUouwy Darquo efi Tirasen^ waer be- nevens oocq somwijle een predicatie soude doen in Xincan, Tavocan efi Bacoloangh ^ ter tijt toe gemelten Happert be- quaem was.
Den predicker van Breen hadt reeds eenige experientie van Formosa becomen; welcke te beurt gevallen was, dat nevens twee krancqbesoeckers efi 6 soldaten (om die tot schoolmeesters aen te queecken) in Vavorlangh de tarro- cayse spraecke leeren soude, om naderhand, soo wanneer daer in bequaemheyt erlanght soude hebben, alle de dorpen van die taele, wesende omtrent 14 è, 15 in 't getal, van benoorden Tirosen tot Dorenap toe, tot het Christendom te brengen. Den Gouverneur seyde wel genegen geweest te sijn die uitbreydinge volgens 't voorstel van d'Ed. H'^ Gou- verneur Generael in Tamsv^ ofte Quelangh te begrijpen, maer weis 't selve tot naerder opportuniteyt uytgestelt ge- worden, aengemerct 'taldaer noch vry rouw ende onseecker stondt, ende den Eerokenraedt tot het ander meest geïncli-
10 1644/45
neert, mitsgaderB voor best geacht hadde, datmen van ob- deren opgincq, waer mede sijn E. sich, om haer niet te diseouragereiif geconfirmeert (sic) hadde.
Den proyiaionelcn proponent Hans Oloffsz, die in Xincan lach en in deselve spraecke prompt ervaren, was geordon- neert nae Tapotdiangh te yertrecken, om aldaer ende over alle de suydelycke dorpen, daer de religie reeds ingevoert si), behoorlycq opsicht te nemen, waer toe nae 't oordeel yan de ministers capaciteyt hadde.
Maert 1645. De Nederlandtse taele sou, mits haer difficolteyt (volgens het oordeel van Caron) onder de For- moeanen niet wel ingeyoert connen worden; meer apparentie wasser met 2 a 3 meest bekende spraecken 't geheele landt door te recht te raecken, waer toe alle debyoir sonde aen* gewent worden
D'aenstaende landtsdagen waren beraemt, de noorde- lycqste jegens 8 Meert ende suydelycqste op 4 April. Den Gbuyemeur achte deseWe noodich om de onbesnoeyde For- mosanen te beter t'onser devotie te brengen ende haer der redelycqbeyt te gewennen, die meer ^oor 'tgesicht als 't ge- hoor conden begrgpen ende aennemen.
Den oegst was grooter als wel daer tegens d'arbeyders waeren; dienvolgens gaf sijn E. haer Ed. in bedencken ofter tot dat godvruchtig wercq niet noch wel een a twee predicanten efi eenige cranoqbesoeckers souden nodioh zgn, om de leeraers inde noordelycke quartieren, als Tants%i/y ^ Quelang^ de bocht van Cabalangh etc., de sieckentroosters inplaetse vande siecke ende affgestorvene (die veel waren) te gebmycken, welckers nootwendich getal uyt d'aen- comende schepen hoopte te vinden, sonder sich aen ymant te binden, alwaer 't schoon om costy te verblijven expres ge- sonden waren, dewgl den een sonderlinge bequaemheyt boven den anderen hadt.
Yersocht wgders, dat jaerlycx eenige soldaten (soo se te vinden waren) die wat schrgven conden ^ en haer tot de
1644/45 20
gemeente begeven hadden, uyt Batavia^s guamisoen moch- ten gesocht en derwaerts gésonden worden, om uyt deseWe schoolmeesters te formeren; die costy waren wirden wel ter preuve gestelt, maer doorgaens ondienstich bevonden. Den Eerckenraet hadt aen d'heer Caron de bequaemheyt vanden proponent Hans Oloffsz voorgedragen ende verclaert sijnen dienst op Formosa (vermits desselffs cunde in'slandts spraecke) nodich was, dienvolgens oocq het tractement,nae proportie sgner bedieninge wel meriteerde, 't gunt sijn E. haer Ed. communiceerde en daemevens versocht in faveur van gemelten Oloffsz gelieffden te disponeren, waerby de Eercq en de Comp. dienst geworden sou.
De formosaense spraecken waeren voor bejaerde persoenen beswaerelycq te leeren, weshalve sijn gemelte E. 5 jongens van 10, 13 a 14 jaren, die wat schrijven conden, inde dorpen gelecht hadt om de talen te leeren, efl bleeff voor- nemens 't getal op 10 a 12 te vergrooten , ten ware haer welgedachte Ed. anders gelieffden t'ordonneren
Den predicant Johannes Bavius had van sijn verbonden 10 vyff jaren gedient, winnende f90 per maend ende ver- socht als oocq by sgne particuliere missive » geteeckent 14 Meert, augmentatie van gagie, waerop haer Ed. favo- rable dispositie was verwachtende
April 1645. Het was nae de confirmatie vanden Gou- verneur gewisselycq veel, datter jaerlycx tot de kerckelycke saecken 20 m. gulden gegasteert wirden, ende dat ten op- sichte vande geringe voortplantinge des Christendoms, daer nochtans voortijts soo hooch van geroemt was, hebbende die menschen, insonderheyt vande Zuyt,sondereenige ken- nisse, alleen den naem van Christenen; 'twelcq principa- lycq uyt de schoolmeesters voortquam, als die meest van soldaten daer toegecomen waren, waervan de sonmiige haest quamen te sterven , andere nae d'expiratie hares tijt te ver- trecken, ende eenige oocq wel tot ontuchtich leven ver-
21 1644/45
Tiden, gelijcq noch onlangs aen drie derseWer had ge- bleecken, soo dat hierdoor weynich onderwgsers overich bleTon, ende dat loffelyck wercq yeeltgts yerachteringh subject was. Maer in de vgff dorpen Satdangh^ Mattamc^ Smcan^ Tavocan efi Bacohuan gingen die saacken heuchelycq. Den predicant Happart was aent casteel behouden, soo om de siecte ende swangerheyt sgner huysTrouwe, die oock nader- handt was comen te overlgden , als desselffs eygen swacqhey t en continueele quyningh, die seyde soodanich te wesen , dat wel licht sijn betgenoot mocht volgen. Hier tegens bleecq den leeraer van Breen van gesonder nature , die oocq nevens sijn beroep de politie in Favorlangh sulcx had gedient, dat eenige hartneckige inwoonders door soete practycquen van daer had gesonden, die haere moetwil met den kettingh- dienst besuerde. Wgders sou sijn E. omtrent de kercke- lycke persoenen ende saacken de gegeven ordre observeren, gelgcq oock rakende den E. Overtwater, ende seyde hem de proceduyren van Junius niet onbekent te wesen. Maer hoe haer Ed. het schrijven van gemelten van Overtwater souden gelieve te duyden, wilde hiemae garen vernemen.
Kopie MifÈU[reMe/.
LXV.
DB GOÜVBENBÜB EN EAAD VAN TAYOÜAN AAN DEN GOUYBfiNEÜE GENBBAAL ANTONIO VAN DIEMEN.
Bg de uitbreiding ran de limiten der Compagnie z|jn meer predikanten noodig. Behoefte aan paarden bg de uitgebreid- heid Tan den werkkring.
Casteel Zseulvdia, 15 Febmary 1645.
Nadien 'sComp' limiten langer hoe verder uytgebreyt werden, weloq noch jaerlycx te augmenteren staet, aoo be-
1645 22
yinden den oegst grooter als wel *t yereysclite getal der ar- beyders te wesen, waadt den ommeslach is wgt verdeelt eü daer valt veel waer te nemen. Wy geven derhalven TJEdh* in consideratie off hier niet wel een a twee predi- oanten efi eenige cranckbesoeckers soude noodich zijn; de predicanten voor de noordelycke quartieren, als daer sijn Tamsuy^ Qmlaag^ de bocht van Cabalan en de menichte van bygelegene dorpen; item om 't getal der crancbesoeckers wederom met nieuwe stoffe te suppleren
Oock wenschen, dat ÜEdh^ ons belieffde met een ofte twee (waer het mogelyck) persiaense paerden te versien^ Paerden sijn hier seer noodich, want daer wort veel ge- rijst eft gereden; behalve dat wy selven somwijlen de vi- site doen efi te landewaert gecommitteerde schicken, 600 sijn oock meest alle dagen inde weke de politycken, prae- dicanten efi sieckentroosters besich, van 'teene dorpe naer 't ander treckende, om deselve te besoucken, ordre en regle- ment te stellen efi de christelycke leere uyt te breyden; in summa bevinden dat aldaer van gel^cken yeder dagh sijn eygen wercq medebrenght
(Get.) Francois Caron, M. le Maire, Arieaen van der burch, bocatiüs pontanus, Philips Schillemans.
Kopie op Chineesch papier. MifktarcMie/,
23 1646
LXVI.
BeiMilatle des Casteels Zeelsndto, be- gümende op 80«a Ma^ert A» 1645 ende eyndlgende den 16» NoTenber d»enieif Tolgende.
Tan Breen heeft aanspraak op remnneratie. Haatregelen tegen onzedelgkheid. Predikanten belast met den politieken dienst.
Satnrdaeli M April. Aesgesien den predicant domi- nuB yan Breen, beneven den Heyligen Dienst, sich vry- willich geruymen tgt heeft laten gebrnycken tot het waer- nemen der politycke saecken in het Fayorolangs gewest, waerinne sgn E. ons sonderlingh contentement is gevende, echter ^tselve met groote moeyte nytroert, soo wert te dien aensien in redelyckheyt bevonden te bestaen, ende dien- volgende vastgestelt, dat gemelten predicant van alle de boeten in sijn difltrict wegens de Chinesen vallende, soo de saecken aldaer werden gedecideert V, , doch alhier by processe comende aff te loepen V« part genieten sal; mits dat alvoren de soldaten, die de delinquerende Chinesen aen- aenslaen off vatten, voor haer moeyte een matighe ver- eeringhe sullen hebben, in Vavorolang na discretie van sijn E., doch alhier na 't believen van den Gbuvemenr.
Ingevolge wert dan oock (om ons hier van vele , dickwils onnodige moeyten t' excuseren) gearresteert, dat meer ge- noemden dominus van Breen vermogen sal in geseyde sijn district (welcq sich uytbreyt van by Noorden de Tirosense velden tot de jongst bevredichde noordelycke dorpen incluys) alle soodanige saken aff te handelen en te beslechten, die den hals niet raecken, ofte andersints seer swaerwich- tich sgn.
Woeiuidacb 17 May. Naerdemael wy tot ons leet- wesen dagelycks meer elk meer bevinden, eenige vrouwen
1645 24
(getrouwde efl ongetroude) in dese cleene gemeente soo er* gerlycken, yuilen efl schandelicken hoerenleven (genouch- saem openbaerlyck) leyden, dat daerdoor diverse mansper- sonen e& jongelingen werden gedebaucheert eü tot een godloos leven gebracht, mitsgaders den Christenname onder dese Heydenen gelastert, ende ons niet anders als den rechtvaerdigen toom efi straffe des Heeren (die een heylich Godt efl vyandt aller onreynicheyt is) te verwachten staet, by aldien daerinne niet behoorlyck en voorsien.
800 wert derhalven jegenwoordich in Rade van Formosa gearresteert, (dewijle tot beginsel reeds dry overspeelsters in handen der justitie gevallen sijn), datmen (volgens de loffelycke instellinge van Batavia) nevens den Comps hos- pitael aende zuytsijde van Tayouan, tegenover de plaetse vant Gerechte , een bequaem vrouwentuchthuys sal funderen, omme daerin de dry voornoemde efi noch te volgen hoeren, onder goede opsicht, reglement en tuchtinge te confineren, alwaer d"" tuchtelingen met arbeyden haeren cost sullen moeten winnen ; doch op soodanigen taxt gestelt als te sijner tijt nevens nader ordre over alles staet te werden be- raemt. Ende opdat d' E. Comp. in desen soberen tijt soo veel mogelyck buyten beswaringe blijven mach, is met eenen verstaen, dat de oncosten, soo van materialen als van arbeyts loon tot den bouw van d' huys voor eerst uyt 's Comp" cassa sullen verschieten, om daemaer uyt de con- demnatien der delinquanten , ofte wel gedeelte der middelen van getroude (waerover na desen peremptoir willen resol- veren ofte na Batavia expresselyck schrijven) te werden gerembourseert.
Maandagli 4 September 1645. Op gelijcke voor- waarden als van Breen, worden de predicanten Bavius, Happart en de proponent Oloffz belast met den politieken dienst in hun district
Door den Secretaris Gabriél Happart gecollationeerd afschrift. Byisarehirf.
26 1646
LXVII.
Uit het 94>»g]uregiftter T»n TajrooABy begin- nende 15 Meert ende eyndlgende 18 Oeiober Anno 1645/'
BeBtraffing ran poljgamie en orerspeL
De saeck des Tapouliangen , die beschuldicht en over- tuycht waa by 2 vrouwen (op de heydenache wyae ge- trouwt) en 2 vrysters vleesohelyck te converBeren, oonden niet wel goet vinden hier (nam. aan het Casteel) tehrengen^ des hem, Olhoff, gelasten deselve (met communicatie der Outsten) aldaer of te doen, den misdadiger, benevens 40 a 50 slagen, in een convenabele boete straffende , ende wijders op hooge poene gelastende de 3 laetste vrouwen te ver- laeten ende by de eerste als een getrouwde te blijven woonen, sonder oyt van haer te connen scheyden.
Door den Secr. van Tayouan geatUhentiseerde kopie.
lUfktarckUf,
1645 26
LXVIII.
GOUVEBNEUB EN BAAD VAN FOBMOSA AAN PBESI-
DBNT EN BADEN DES GOUYEBNBBOINTS
VAN INDIA.
Van Breen heeft de oogen geopend roor het geraar dat Tan de Chinesen dreigde. Hunne tuchtiging. De Truohien Tan de prediking Tan het GhriBtendom in de zuidelpke dorpen , z|jn wel wat hoog opgOTgzeld, ofschoon de zaak daarom nog niet hoopelooB is. Het personeel is echter te zwak. In de noordelgke dorpen ziet het er gunstiger uit. De predikanten hebben met ziekte te worstelen. Lof Tan Tan Breen, ook in politiois. Zg zullen de predikanten in den band houden; thans is OTer hen niet te klagen.
Gasteel Zbelaitbmdia, 25 Ootober 1645.
Het Chineesche gespuis^ dat de inboorlingen opruit ^ is 6e- dfJDongen of verjaagd^ en de'geheele westkust ^ van Tayouan tot Tamsuy en Quelang veilig geworden y zoodat enkele personen ongehinderd heen en weder kunnen reizen.
Tot dit yerrichten sijn wy Tanden predicant domino van Breen (sgnde een man van subtile hersenen) geleyt, oft de oogen geopent. Want sedert dat sgn E. aen dien Noordt- candt is comen remoreren, heeft allenghskens de holen ende sluyckgaten der Chinesen beginnen te vermercken ende de verborgen wegen opgespeurt, mitsgaders bevonden datter diverse rivieren ende spruyten waren, voor dato by geen van onse stuyrluyden bekent, daer nochtans de Chi- nesen by hooch water (haer gelatende als visschers, en versien met visschers-brief kens) tot genoegen wisten in te comen, groote vryicheyt inde dorpen pleechden, de in- woonders tegen de Comp. opruyden ende nae haeren ge- woonlycken aert aldaar rogneerden. Doch wanneer sy ge- waer werden haar het vier begon te naarderen, sijnse al- lenghskens eenige naer 'tgeberchte, anderen naar Tamsu^^
27 1645
ende sommigre met vaartayoh yder aijne weeolui geretiieerd en geylucht, echter Boodaenich niet, ofte vier der zelver sgn noch inde maaen van H net blgven hangen, die wy Bcherpelyck hebben g'examineert, ende volgens haareygen bekentenisse ervonden, dat daar lange jaren verborgen hadden gewoont, met de inwoonders omgegaan ende handel gedreven. Een deser gasten was een man van ongemeene statner, genaempt Twakan, geweest vice-admirael der roe- vers, welck den voorleden jaere door onse macht geruineert sijn. Dito persoon is ingevolge den selffden wech als voor henen sijnen admiraal gewandeld, ende op den zuydelycken landtsdach, in praesentie van alle de inwoonders, levendich geraeybraeckt. De andere dry, alsoo geen saecke des doots in haar gevonden wert, sijn weder gelargeert ende uyt Formosa gebannen. Eenige van die voorgevluchte schelmen sijn soo stout geweest, dat sy hebben dorven ondernemen de recognitie vande inwoonders uyt 's Comp' naam te voorderen, ende die met cleenen jonckiens (door de verborgen spruyten) te vervoeren, welcken wech ende middel jegenwoordich is gesloten, vermits oock geene passen noch vischcedels omtrent de noordelycke plaatsen aen yemand meer vergunnen
Wy hebben gesien TJEdh^ verwondert sijt, de guastos tot de kerokelycke saecken ruym 20 duysent guldens jaar- lycx comen te monteren. Tis niet buyten reden, wanneer aan d'ander sijde geconsidereert wert, hoe weynich Christe- nen (die men eenichsints Christenen magh noemen) daar voor aangewassen oft verworven sgn, wesende (gelijck UEdh^ wel ten rechten sustineren) ten meerendeel naemchristenen, doch besonderlyck die van de Zuyt, welck de vraechstnc- ken over de fondamenten der Christelycke Religie inhaere tael van buyten geleert hebben, doch aangaende debeduy- denisse van dien naarder ondervraecht wordende, in 't minst niet verstaan, noch reden geven connen. Sy spreec- ken de woorden sonder verstandt, als de exters , die door voor- seggen 'tnaarclappen geleert hebben, soo dat wy diesaeck
1645 28
nauwer ende scherper ondersoeckende, ons meerder reden tot opmerkinge te voren oompt, ende moeten met yerwon- deringe seggen, hoe dat het mogelyek geweest sij, met sulcken waen-glorie over de yoortplantinge der Christelycke Religie te connen roemen , gelgck eenige jaren herwaerts geschiedt is. Tis seeckerlycq te hooch opgegeven endecan oocq niet wel anders mogelyek sgn, want soude dat soo een geringe oft doenelycke saecke wesen, in soo corte jaren ende door soo weynich persoenen, alsser de spraeck geoonnen hebben, soo groote menichte van Christenen te maecken. Soo 't Apostelen waeren, jae, maer nu blijokt contrarie. Wy spreecken in dit werok (behoudaas u üEdh^ waerdicheyt ende respect) ons gevoelen, ende quyten ons gemoet, om IJEdh^ die saeke naectelyck te ontleden. Siet, meest alle de schoolmeesters werden op gequeeckt van sol- daten, om de spraeck te leeren ende d'inwoonders t'onder- wijsen, welck, eerse die cunnen, sterven oft haren tgdt is uyt CDde willen verlost wesen. Andere (jae *t meeste deel) vervallen in dronckenschap, hoererije, overspel ende erger- lyck leven; in somma, het vierde part en compt noch naeuwelycx te recht. Drie duytse schoolmeesters, de beste in de taal ervaren, zgn noch onlanghs in voornoemde schandtvlecken gevallen, ende nevens de getnygenissen haerder delicten uyt diverse dorpen opgebracht. Noch meer- der obstaculen souden wy tot dees materie dienende oonnen verhaelen, welck excuseren om XJEdh<>^ daarmede niet te vervelen. Oock is onse meeninge niet ÜEdh^ de saecke desperaat, ofte 'tgedaene werck als vruchteloos wesende voor te stellen, — neen, dat sy verre; — maar wy willen daardoor (met UEdh^ respect) aanwijsen» met de ver- breydinge der Christelycke Religie niet soo voor de windt geseylt is, alsser wel voor desen door eenige kerckelycke persoenen is opgegeven. Wy en connen geduerende ons aanwesen alhier oocq niet anders sien, off de kerckelycke dienaren doen haer devoir, maar den ommeslach is groot, ende de instrumenten, daardoor sy moeten wercken, deur- gaens swacq, jae (als gesecht) geladen met gebreecken ,
29 1645
waer tegens straffe, yermaeningen ende alle bedenckelycke middelen werden int werck gestelt, ende alsoo naar yer- moogen gaande gehouden, invoegen als wy ÜEdh"" jegen- woordich hebben vertoont.
In Soulangh ende MaUauw gaat het met de verbreydinge ende aenneminge der Christelycke Religie verheugelyck. In Sincany Tavocan ende Bacohang wat minder, echter treffe- lyck. Maar dit sijn eenelyck vgff dorpen, de naeste by Comp' ommeslach gelegen; daar tegens, die verder leggen, sgn vry sober gestelt, ende moeten door tjjt ende jaren, insonderheyt Godes segen, mede tot het licht desHeyligen Evangelinms gebracht werden.
'T Bchgnt, dat UEdh^ over dese kerckelycke regeringe geen wel gevallen gelieven te nemen, hebbende UEdh*" niet behaeght, dat den praedicant domino van Breen (wiens hnysvrouw overleden was) naar de Noordt gesonden ende domino Happart aent Gasteel verbleven sij. Qemelten Hap- part was siecq, gelijck noch dagelycx quynende gaat, ende 'tvleesch van sgn lichaem by na is verdwenen; sgn huys- vronwe was oock doenmaels swanger, welck door langh- daerige sieckte onlangs is overleden. Boven dat eü hadde genoemden domino Happart van dit landt het alderminste geen experientie, om iets vmchtelyck te beginnen. Het is wel een man van treffelycke godtsalige gaven, — 't welck wy van domino van Breen oock moeten bekennen, — maar gemelten Happart is te swack ende debiel, om int landt te reysen, item door langh-duerich quynen soo vervallen, dat hy met groote moeyte efi arbeyt sijnen dienst langer beswaerlyck volbrengen kan, ende derhalven beducht big ven ons te vroech sal oomen te ontvallen. Yoomoemden van Breen is daar en tegens redelyck sterck van complecxie, mitsgaders b^gaefft met eenen arbeytsamen geest ende ve^^ch van verstandt Heeft nevens sgnen kerckelycken dienst de politique saecken met weynich volcq waergenomen, ende in die moetwiUige halsterrige Favorlangers sulcken ordre gestelt, eenige belhamels met soetichheyt ende door practycquen herwaarts gesonden, die hier in de kettingh
.x.^
1645 30
gaan, mitsgaders eerst onder de onvrye Chinesen, ende daamaer onder degene die de dorpen om de Noort pachten, sulcken reddinge gemaeckt, dat wy moeten bekennen de Comp. seer goeden dienst gedaan heeft, ende dit eenyders wercq niet soude wesen. Door desen middel hebben oock eenen gesuyyerden wech naar de Noordt gecregen, als mede een politjok persoon gespaert, welcq de onoosten besneden ende veel oneenicheden yoorgenomen heeft
Den Oppercoopman Ciomelis Caesar, die oock i&et 16 soldaten in Soelangh gelegen, ende daar de politique saecken bedient heeft, hebben van gelijcken met sgn ommeslach in Tayouan doen oomen ende hier inden dagelycxsen ar- beyt gebmyckt, overmits in Soelangh sonderlingh niet te verrichten viel; blijft echter polityck over al de dorpen ende reyst derwaerts wanneert den noodt vereyst, excepto jegenwoordich, dat naar Japan vertrocken is. UEdh^ ge- lieven te vertrouwen, dat wy naar conscientie ten dienste der E. Comp. in allen desen handelen ende vande praedi- canten niet gedoogen, welcq onbetamelyck oft in eeniger- hande ^gse schadelyck mochte wesen. De proceduren van domino Junio en sgn ons niet onbekent, efi soo ons dier- gelycke voorqnamen , twijffelen off wy soo groeten patientie souden nemen, als wy weten door onse voorsaten (om den vrede te bewaren, item dachten ende moeite voor te komen) noch verdragen is. 1) Maer nademael de kerckelycke die- naren haer behoorlycq comporteren, gelgck dese predican- ten efi degene die aan haar dependeren tot ons volcomen genoegen doen, ons alle gehoorsaemheyt, eere ende respect bewijsende, tot vreuchde ende stichtinge deser gemeente, soo en connen niet anders doen, als ons daar over ge- contenteert houden, ende haar voorden goeden dienst be- dancken, ons voorder regulerende naar de ordinantie welcq TTEdh*^ ons over diverse saecken, die materie raeckende.
I) Waarop dit siet ia ona niet gebleken.
31 1645 en 1646 hebben gelieyen te bevelen
(Get.) PRAN5018 Caron, ÏTicAflius de Hoog, Philips Schillemans.
Door den Secretaris Happart gecollationeerde kopie.
tiXIX.
GOÜVBENBÜK BN RAAD VAN FOEMOSA AAN
«PBAESIDENT EN KAADEN DES GOUVEENEHENTS
VAN INDIA*'
Van Breen yraagt om sgne Terlossing. Happart kwgnt. Een nieuwe predikant is dringend noodig, opdat het werk niet Btihta.
Gasteel Zislakdia, 81 Januari 1646.
Den Eerckenraadt yan Formosa heeft ons hertelyck ge- recommandeert ende gebeden by X7Edh«° teTersoncken^dat haer noch eenen praedicant tot bedieninge vanden kriste- lycken bonw mocht werden toegesonden, haer fonderende op deae inrichten.
Eerstelyck dat den tgdt yan dominuB van Breen dese aenstaende yerlossinge niet meer als wel een jaer duert, ende apparent is den zelyen,V6rmitB8gne8waokheyt,welck nn eenige maenden heeft gecontinueert^ sgne demisrie sal yersoucken.
Ten anderen, dat dominus Happart oock gestadich soo gaet quynen, dat naer 'tsich laet aensien, eerlangh tijdt door Bwackheyt ofte sterven, ofte onbequaem tot sijnen dienst werden, ofte van hier verlost dienen zal; blijvende alsdan domino Bavios alleen. 'T werok wert groot ende sal
1646 32
noodioh dienen geBeoondeert, gelijck wy met den Eereken- raadt oock begrijpen, ingevalle sal behouden worden 't geen met Bwaere lasten ende arbeyt boo veer gewonnen is. Over- Bulcx gelièye TJEdh"'^ ('s Comp« gelegentheyt eenichsints toe laetende, ende stoffe tot Batavia wesende) om ons ende den Eerckenraadts Tersonck te dencken
Actum als boven.
PBANgois Caron, P. A. Ovbbtwatee, C. Caesar,
A. VAN DER BURCH, N. DB HOOÖHE, P. SCHILLEMAKS.
Nae gedane collatie sijn dese met haere origineele minute cancorderende bevonden.
Int Gasteel Zeelandia, 22 Eebr. 1646.
Gabriel Happart, Secrt*.
B^kiarekie/.
tiXX.
Uit het y^achregister des Casteels See- landla, begliinende Tanden 97^^ Febniary Ao 1646 tot den 10«n NoTembrls daeraen- TOlgende.
Het i8 de bevolking niet geoorloofd, bniten toestemming, te verlinizen. Den Oudsten is aanbevolen de predikanten enz. te eeren, en te sorgen voor trouw kerk- en sehoolbezoek. Bapport van den toestand om de Zuid. Happart keurt de vroeger gebruikte yraagstukken van Junius af, en heeft nieuwe ontworpen, over het 8* stuk van den Gatechismus, waarvan de Kerkeraad approbatie heeft gevraagd en verkregen. Zg sullen voortaan in alle soholen worden gebruikt.
Febnusry. Alsoo sommige plaetsen voor desen sonder onse kennisse, ja tegens het verbodt verhuyst sijn, wordt
33 1646
hun insgelycx int generael belast, het zelve niet meer te doen, maer aen ons te versoucken, als wanneer naer ge- legentheyt daerover gedisponeert ende, noodich sijnde, niet en sal geweygert werden
Is wyders aen de oudtsten der dorpen, waer reedts de Christelycke Religie geleert en de Sincanse taele verstaen werdt, aengesecht, dat sy de praedicanten insonderhey t , ende voorts de sieckentroosters ende schoolmeesters (ter plaetse daer die rede sijn) eere ende respect moeten toe- draegen, neerstich de kercken ende schooien frequenteren, item haer kinderen ende andere jongelieden daertoe ge- wennen , over alle 't welcke somtijts van de kerckelycke personen werdt geclaecht, wegens haere traecheyt. Sulcx voortaen moeten verbeteren, tot welcken eynde ook de amende, die daerover is gestelt, sal blijven continueren, item geemployeert werden tot maecken van Eereken efi Schooien etc., invougen als tot noch toe werdt geprac- tiseert.
Dat yder dorp zijne inlantsche schoolmeesters ofte leeraers voortaen jaerlycx, als de recognitie geint werdt, van rijs tot eygen noodtdruft moet versien, gelijck al ten meerderen deel in gebmyck gebracht is
5 AprlL Heden werdt ons door de gedeputeerde uyt den Eerckenraedt in vergaderinge geexibeert een schrifte- lycke rapport wegens den staedt dor Eereken ende Schooien om de Zuydt van Formosa, aen haer E. ter handt gestelt door den proponent Hans Olhof , die volgens haere expresse order (ten aensien die suydelycke visite, door verscheyden voorgecomen beletselen van dit saysoen niet is connen ge- schieden) onlanghs alle de dorpen, daer de Christelycke Religie geleert werdt, met opmerckinge hadde besocht. Wt voorsz. vertooch is gebleecken, dat soo de kinder-, als de leerscholen aen dien kant int generael sedert het voorleden jaer wel hebben toegenomen, insonderheyt tot Verovoronghj Tapotdiangh^ Akauw ende Swatanau^ zijnde die van CaUüc^
3
1646 34
Netue ende Pangsoia noch wat 8ober, doch hope gevende van goede verbeteringe.
Wat de Kercken belanght: In Verovorongh en Cattia werdt den Sabbath redelyck onderhouden, doch inde reste- rende plaetsen tot noch toe soo schandelyck met exorbi- terende dronckenschap ontheylicht, dat wel noodich zij 'tselve door convenable straffe te redresseren. Ende opdat alles voortaen met te beter orde ende vrucht soude mogen toe- gaen , was oock by den Eerckenraadt goedt gevonden , naer eenige veranderinge in voornoemde kercken- ende scholen- ordeninge, aen geseyden proponent een schriitelycke in- structie ter handt te stellen , naer de weicke hy sich voortaen soude hebben te richten
10 JnniuB^ Op heden ontfangen een briefken vanden proponent Hans Olhoff, op 9"* couranti uyt Verovorongh gegeven, inhoudende ten principalen, dat hy, Olhoflf, over eenige dagen de visite in dat suyder-geweste gedaen hadde, ende allenthalve, soo dorpen als schooien noch in goeder gestalte bevonden.
Soo waren oock op 4 deses verscheyden inwoonderen van Kinüavan by gemelten proponent binnen Swdtanau ver- schenen, raporterende dat seker dorp, genaemt Sapoufiouck (leggende een halven dach reysens noortwaerts van gesechde Kiniiavan int geberchte), genegen was aff te comen ende vrede aen de Comp. te versoucken etc. Des hy, Olhoff, haer oock met beleeftheyt voerders daer toe hadde doen nooden. In 't geberchte was door dien droegen tijt groote hongersnoet geresen, des dagel3'cx vele menschen, buyten gewoonte, aff quamen, om met die inde laechten te hande- len; waer door hem, Olhoff, oock eenichsints hope toe scheen, in tijt en wijlen yets vruchtbaerlycx met datvolck te sullen verricht werden.
14, 15 en M Angusty. Wegens den eerwaerden Eerckenraadt sijn ons door desselffs praeses, de praedicant dominum van Breen , in Raade verthoont sekere 2 extracten
35 1646
uyt de handelingen van gemelten Eerckenraadt. mitsgaders een onderwijsinge aengaende de practijck des christelycken levens, in vragen efi antwoorden, door de praedieant Jo- hannes Happart tsamen gestelt , behelsende voorsz. extracten ten principalen, dat by den inwoonderen tot noch toe uyt d'ordinarie vraechstuckens (die ons mede in copie exhibeert) veelsints slechte onderwgsinge werdt genoten. Des in haer E. Collegie was verstaen, tot welstandt der Kercke op For- mosa, boven aengetogen vraeghpointen (raeckende 't derde deel des Catechismi, namentlyck het stnck onser danck- baerheyt) uyt een christelycken yver by een te stellen , omme (op onse approbatie) in alle leerscholen voortaen ge- bruyckt te werden. Mitsgaders, dewijle het oude formnlier der Yraechstucken van de Christelycke Religie (voor desen by den praedieant Robbertum Junium ingestelt) by den Eerckenraadt voor onbequaem geoordeelt sij, zoo was den praeses voorsz. een ander ende grooter Formulier van vraegh- stncken, by den E. broederen te concipiëren opgeleyt,waer- over almede onse approbatie werdt versocht.
Op alle voorsz. poincten by ons aendachtelyck gelet, mitsgaders de stucken met opmerckinge overlesen wesende, hebben wy met verwonderingh vernomen de Formosanen tot noch toe geen bequamer onderwijsingh en hebben ge- hadt, ende wijders met behagen gesien de nieuwe vraech- stucken, tot derselven stichtinge tsamen gestelt. Des oock die besluyten van meer aengetogen Eerckenraadt (wiens goeden yver daerinne prijsen) eendrachtelyck geappro- beert sgn
Geatdhentiseerde kopw.
H^ktarekief,
1646 36
LX XI.
Raport, gedirigeert aende Ed® H"^ den President ende Raden des GouTer- nemento Tan India, Terratende eortelyck 't gepasseerde in €omp" ommeslagli op HEylant Formosa, sedert den 27^^ Fe- brnary laestleden tot op 't Tertreek Tan den OouTemenr Fran^ols Caron In dato 18 IVoTemb. 1646, omme te presenteren aen boTengemelte hare Ed. H™.
De uitzichten op yerbetering in de Znidelgke dorpen zgn vergdeld door het sterren Tan al de taalkundige meesters aan de zomerziekte. Ook in het Noorden geeft ziekte stagnatie. Strijd tuBSchen de geestelijken en de politieken. Het volk, dat Tan dien strgd niets begrijpt, lijdt er den last Tan. Het is daarom, — ook zuinigheidshalTe — maar beter de predikanten ook met den politieken dienst te belasten.
Den proponent Hans Olhoff, die tot het suyder wercq geanimeert ende oock wel geencouragieert was, hadde den voorleden winter met groote neerstigheyt merckelyck redres in dat veryallen werck gedaen, de schooien in alle dorpen opgerecht, ende soo ons, als den Eerckenraedt sonderlingh goet genoegen gegeven, oversules de hoope vast stondt,dat werck voortaen in soo goede ordre sonde connen onder- houden werden. Dogh is tot aller leetwesen anders uyt- gevallen; want desen somer alle de schoolmeesters, reede eenighsints in de tale ervaren, vande jaerlyckse somer- sieckte overleden sijn, endjö de^ scholen, dat jammer is, wederomme in bordel schenen te vervallen. Twelck ander- mael naer vermogen wert geredresseert met de middelen die voorhanden sijn , gelijck voor mijn vertreck reedts weder een beginsel genomen heeft.
37 1646
In het district van den predicant dominus van Breen hebben de kerckelycke saecken in veel dorpen, inflonder- heyt de scholen, desen jare oock veel aenstoot geleden, ter oorsaecke de schoolmeesters, geltjck om de Suyt, Teel der- selver in sieckte vervallen zijn, ende de reste overleden. Item gemelten praedicant, den welcken langen tgt doodelyck cranck gelegen hebbende, sich alhier naar Tayouan hadt laten opbrengen, dogh sedert (Gode sij loff) wederomme aende beterhandt gecomen is. Niettegenstaende alle de voorverhaelde accidenten, soo heeft gemelten van Breen echter remarcquabele progessen in sijn district gedaen, immers diemen mereken can van Gode sonderlyck gesegent werden , gelijck UEdh™, naer rato het werck , uyt de schrif- ten s^ner scholieren, daer over dat 18 maenden geleert hebben, snit connen affmeten ende oordelen.
In het district vanden predicant domino Bavius [is] het nogh best gestelt, echter niet, als wel gaeme sagen, heb- bende D'. Bavio mede eenigen tgt in Soelangh quynen ge- gaen, diversche schoolmeesters door siecte verlooren, ende hy, om sigh te verquicken, aent casteel verschenen is, alwaer mede, te oorsaeck als voren, over de 2 maenden verbleven is. Welcken tijt, dat dese predicanten by den anderen in Tayouan sijnde, echter niet vruchteloos door- gelopen is, maer wert doenmaels een generaele reformatie wegens de uytbreydinge der Chrilstelycke Religie onder de inwoonderen gedaen, de vraeghstukken by Domino Junium langer voor onbequsiem geoordeelt ende affgeschaft, ende soodanige nieuwe in plaetse gestelt, als by den Eercken- raedt tot bevorderinge van Godes Koninckrijcke is bevonden raedtsaem ende nodigh te wesen, waervan de affschriften by dese mijn pampieren oock gevoeght sijn. 1)
Belangende de politycke oflf wereltlyke regeringe over de Pormosanen, onder des Comp' gehoorsaemheyt streckende, de selve en is van sodanige consideratie niet, dat daeromme
1) Dit is niet gevODden.
1646 38
expres poUtiecke personen in de districten, soo se gere- parteert sijn, behoeven gebruyckt te werden. lek hebbe het schip op beyde boegen seylende gesien,ende bevonden, dat de politieke eenelyck den name van haer ampt dragen , ende deurgaens ledich sijn, vermits in der daet niet sonders , immers geene importante saecken, te verrichten voorvallen, over suics gevoeghlick door de kerckelycke dienaren connen affgehandelt werden, sulcs dogh maerbeuselingen sijn, ende alle considerabüe saecken ende straffen aent Gasteel gede- sideert werden. Oock is het voor dese beroyde menschen eenen last, want sonder haren arbeyt ende costen de poli- tiecken onder dat volck niet wel te houden bennen, gelijck allerwegen bevonden hebbe. Doch boven dat volgen noch 2 andere swarigheden van meerder bedencken. Eerstelyck de ongelden, die de politiecke persoenen, (welck alsser sijn souden, drie vereysschen) naer sigh slepen ende de Comp. moet becosten, vermits genoeghs[aem] te vergeeffs gede- bourceert werden. Doch het grootste dat te duchten is, de oneenicheden ende onlusten die tusschen de kerckelycke ende politiecken staen te rijsen, welck, alsoo veer van de hant ende uyt der oogen sijn, door den Gouverneur ofte de presentie der Raets niet naer behooren in vrede ende devotie connen gehouden werden. De verbittering is soo veer daer onder geweest, dat meer uyt waren om den anderen te affronteren ende schade te doen , als behoorlycke ende schuldige hulpe te bewijsen, dat te beclagen is. Spruytende ten principalen daer uyt, dat de politycque, welck in dese bedieninge gesteld werden, 'tsy Oppercoop- man, Goopman oft Ondercoopman, die oock somtijts haer ampt niet wel verstaen, e& hare instructie niet wel be- grgpen off gehoorsaem sijn, gestadigh met de kerckelycke persoenen over hoop liggen, sustinerende dat sy over de predicanten absoluyt behooren te commanderen efi dien- volgende haer als onderdanen in alle dingen, die oock somtijts niet veel sluyten, behoorden obedient te sijn. Welck de predicanten sodanigh desanimeert, dat sy den dienst op Formosa door de fastidien en de quade bejege-
39 1646
ningen by naer voor een monster houden efi eenen affkeer daer van crggen. Ondertusschen lijden de anne leerlingen gebreek, de oncosten continueren, dogh den nodigen school- dienst gaet by na verlooren. Den politicus begeert, dat een yegelycq, groot en cleyn, hem als voor de Hooge Overigheyt sullen aensien ende gehoorsaem sijn. De school- meesteren ende predicanten ageren, dat ingevalle de luyden geleert ende de kennisse des Heyligen Evangeliums in scherpen sullen, tot haer devotie moeten gehouden werden. Waer door dese arme inwoonderen verstelt staen ende het een noch ander niet begrijpen; behalven dat sy noch soo teer ende d<»n van hersenen sijn, dat het derde part van 't gene haer voorgehouden werdt, niet vatten, veel min aennemen off verswelgen connen. Desen cancker is reede diep ingegoten geweest, dogh geduerende mijn aenwesen geremedieert ende de politycke personen, gelijck UEd. H™ voormaels geadviseert is, affgeschaft, blijvende ick, on- der UEd. H™ correctie, van gevoelen, dat het gedurende desen teeren tijt opde vorige wijse nimmermeer wel sal suc- cederen. Oock en sijn de politiecke persoenen aldaer niet nodigh, 800 langen desen armen naecten hoop door de school ende kerckelycke onderwijsinge de oogen niet meergeopent ende tot verlichtenisse gebracht en sijn
UEd^ Hm Dienaer, PRANgoTS Caron. Actum int fluytschip den Joncker seylende naer de rheede van Batavia desen desember 1646.
Naer gedane collatie is desen met sijne principale bevonden te accorderen.
Int Gasteel Batavia ady 9 Januarij a* 1647.
JOHAN CUNAEVB,
Secretaris.
1646 40
LXXII.
EBSOLÜTIE VAN DEN BAAD VAN TATOÜAN IN ZAKE DB AFSCHAFFING VAN DE VEAAGSTUKKEN DER CHRISTE- LIJKE RELIGIE, DOOR ROB. JÜNIÜS INGEVOERD.
Donderdag den 16 Augnsty 1646.
Uyt den naem ende wegens den Eerweerden Kercken- raadi deser plaetse zijn ons twee dagen geleden door des- selffs praeses, den pred* d"" Simon yan Breen (nevens copie der ordinarie vraeghsttucxkens , voor desen tot dienst der Formosanen by D™ Rob. Junium ingestelt; item eenonder- wijsinge aengaende de practycke des Chr. levens , in vragen en antwoorden 'tsamen gestelt door den praedikant Joannes Happart) geexhibeert seeckere twee extracten uyt de hande- lingen van gemelten Eerckenraadt, luydende als volcht:
f^euen S Meert. Is verder (by gelegentheyt, dat gesproocken was van de slechte onderwijsinge, die by den inwoonder veel tijdts werdt genoten) in consideratie genomen, wat middelen best dienden in het wercq gestelt, op dat beyde kennisse efl practycke des levens onder de inwoonderen meer ende meer mochte toe- nemen en bevesticht werden. Tot desen eynde is dan goedt gevonden voor eerst: dat de ordinarie vraechstucxkens, de welcke volgens het voorschrift D. Junii inden meesten part der formosaensche dorpen geleert werden l),door korte ende tusschen gevoechde uytleggin- gen zullen werden verclaert en soodanich den respectiven schoolmeesteren ter handt geBteldt,ten eynde sy deselve eerst tot hare eygene, daer naer tot der inwoonderen (ende
1) Zie dit formulier 111, p. 286.
41 1646
onder deselve eerstelyck der leeraren) on- derwijsinge neerstelyek gebruycken.
Is het instellen deses opgeleght D* Simon van Breen.
Ten tweeden: dat oock andere besondere vraeghstucken zullen werden beraemt, die- nende tot verclaringe van het derde deel van het Catechismi, namentlyck het stuck onser danckbaerheyt, op dat by de kennisse gevoecht werde de deucht, en den inwoon- deren oock de Godtsalicheyt ingescherpt.
Is het instellen deser den Scriba bevolen.
Den 8«» Augamij.
Sgn tegenwoordelyck de vergaderinge voor gelesen de vraeghstucken nopende de practycke des christelycken levens, volgens vorige besluydt byden Scribam samen ge- stelt, ende is byde E. broederen (om gevraeghi sijnde) geoordeelt dat de zelve rechtsinnich zijn ende der H. Schrift gelijckformich, oversulcx goedt gevonden, dat de selve in alle tegenwoordich ingestelde leerschoolen van Formosa zullen werden ingevoert, doch zal sulcx geschieden met communicatie van de H' Gouverneur ende zijnen Raadt. Maer aengaende de ordinarie vraeghstuckens wegens de kennisse des christelycken gelooflfs by D* Junio inden beginne in gesteldt ende tot noch toe inde formosaensche schooien gebruyckt, de welcke met tusschen gevoechde verclaringen te verrijcken D. van Breen was op geleght, steldt zijne E. de vergaderinge voor, deselve zoo sleght in materie ende ongevoechelyck in orde gevonden te hebben, dat niet alleen deselve door uytleggingen niet en conden werden volmaeckt, maer oock onbequaem waren om tot een formulier der christelycker religie in de formosaensche Kercken gebruyckt te werden. Oversulcx zijn voornoemde vraeghstucxkens byden kerckenraet oversien, de welcke sich met des presidis oordeel conformerende, raedtsaem vindt dat veel eer een tmder formelier van vraeghstucken werde in gestelt, om voortaen inde inlandtsche schooien te ge-
1646 42
bruycken. Soo is oock goet gevonden, datmen, daer het mogelyck is , byde woorden der ouden yraeghstucken blijven ende der zelver defecten naer vermogen suppleren zal uyt seecker grooter formulier van vraeghstucken by D* Junio kort voor zijn vertrecq in gestelt 1), op dat den geenen, die nu aende selve gewennet zijn, te minder veranderinge ende misschien verachteringe werde aengebracht. Zal oock dese saeck d'H' Gouverneur en de sgnen Raadt werden gecommuniceert."
Alle welcke boven gespecificeerde stucken op 't versoeck des Eerweerden Eerckenraedts dese dagen by alle de Baadts- persoonen deser vergaderinge met aendacht ende opmerkinge doorgelesen zijnde, zoo is ons rede van verwonderinge voor gecomen , dat namentlyck de Formosanen zoo lange jaren geen andere ofte bequamer onderwijsinge als de oude vraeghstucken Domini Junii (by den Kerckenraedt onbe- quaem geoordeelt, om tot een formulier der Christelycker Religie in de kercken van Formosa gebruyckt te werden) tot noch toe hebben gehadt. Oock hebben daer benevens met genoegen ende sonderlingh behagen doorgesien de nieuwe vragen ende antwoorden door den predicant Johannes Happart over 't derde deel des Catechismi neer gestelt.
Ingevolge op het christelycke voornemen van meerge- melten Kerckenraadt (wiens goeden iver tot bevorderingh vanden welstandt der Formosaensche Eereken ende Schooien moeten prijsen en hare E. dierwegen oock bedancken) met alle circumspectie gelet ende gedelibereert wesende, zoo werden de besluyten desselffs eendrachtelyck geapprobeert ende geconfirmeert, mitsgaders ten alderhooghsten nodich ende dienstich te zijn geoordeelt, dat niet alleen de gemen- tioneerde nieuwe vraeghstucken , by Domino Happart 't samen gesteldt, in alle tegenwoordich in gestelde leerscholen van Formosa zullen werden ingevoert, maer oock dat den praeses, Dominus Simon van Breen, in plaetse van de
1) Zie Archief III, p. 249.
43 1646
boven genoemde oude vraeohstucxkens Domini Junii een ander formulier, in voegen als den Eerckenraedt heeft goet gevonden, concipiere, om voortaen inde inlantsche schooien te gebruycken.
Ende om van dese onse approbatie en resolutie den K Broederen meergenoemt volcomen kennisse te doen, soo werdt den secretaris onser vergaderinge bevolen , een afschrift deser resolutie veerdich te maecken, twelcke door gedepu- teerde uyt den Raadt haer E. zal werden overhandight
Aldus beslooten ende gearresteert in 't Gasteel Zeelandia ten dage ende jare voornoemt.
(Get.) Francois Caron, P. Antonisz. ÓVertwater, Adriajbn van der Burgh, Philips Schille- MAi^s, Gabriel Happart, ekde Frederick Schedel, Secr*.
XTit het register der Resolutien des Casteels Zeelandia.
Geauthentiseerde kopie
LXXIII.
Instraotte geconsipieert door den £• Fran^ols Caron ende oTerliandlclit aende preflident Oyertwater en de Raatoperzoo- nen des Eylanto Formosa op den 5«» IVo- Tember dezes Jaers anno 1646 In Tayoaan.
De héidensche toovereBsen als Bohadelgk gebroedsel te bannen , in het belang van het Christendom. Aanbeyeling om de predi- kanten yriendelgk te behandelen en met beleefdheid tot hun plicht te animeeren; het zal voor beide partgen goede ymcht opleyeren. Olhof in waarde te honden.
Hoochnodich isaet efi den tijt op 't uyterste gecomen, datter
1646 44
in Tevarangh suyveringli werde gedaen van de toveresaen ende valsche leraressen, die de nieuwe efl teere kristenen door haare heydense, ja duyvelse superstitien soo infec- teeren, bederven ende achterwaerts trecken, dat het langer niet verdraechlyck zij, doende meer schaede onder deselve, als de christene leeraers aefi andere zijde met alle haare arbeyt vorderen konnen. Tot noch is (om reden U. E. be- kent) daerin geconniveert ende de saecke nytgestelt, welcke insichten met verloop des tgts 'tmeerendeel sijn wech geraeckt efi verdweenen. Daarenboven werden de dachten dagelicx soo vergroot, datter geen patientie meer en dient genomen, maar de saecke vereyst, dat met den eerste, sonder eenige commiseratie van dachten en carmen, op het rigoureust werden uy tgevoert. Gelijcq U. E. expres- selycq bevolen werdt, (in voegen als het selve voor desen meermaels uyt Batavia gebooden is) van dezen winter in den droegen tijt te laeten geschieden en alle dat schadelycq gebroetsel uyt gemelte Tevarmigh^ mitsgaders daerse meer mochten gevonden werden, wech te bannen naar de plaet- sen daar dat gespuys uyt andere dorpen voor dese geor- donneert sg efi sich tot noch toe onderhouden heeft . . .
In de politicque regeringe over de Formosaenen (welcq geruymen tijt harwaerts door de kerckelycke persoenen, tot genougen waargenoomen is) en sal U E. (als vooren gesecht hebbe) gene veranderinge doen, maer het wercq in sijn gestel geheelyck continueeren, geljjck hetselve op mijn vertrecq gelaeten is. TJE. recommandeerende goede ende vredige correspondentien met de predicanten te houden, deselve tot haar devoir met beleeffdheden te animeeren eü vriendelycq bejegenen, gelijcq TJE. gesien hebt ick my tegens haar gethoont efi overvloedich contentement in alle dingen genooten hebbe. Sulcx sal vorderinge in het heylige wercq, efl U E. veel gerusticheyt efl reputatie toebrengen. Een ider kenne hem selve ende wete wat voor eengroeten sleutel ende sterckte imant in sijn vocatie verwerfft, die daar toe geholpen, item met lieiïde ende affectie geani-
45 1646
meerdt werd. Daar is (Godt betert) weynich etoff, ende weynich arbeyders sijnder aeoden christelycken bouw, soo datmen deselve wel mach in waerde houden , dat is sodanich bejegenen, sy geenen weerzin, maar ter contrarie lust efi begeerte in haar wercq vercrijghen.
De proponent Hans Olhof, welcq een iverich man is, oock het Yoomemen heeft noch enige jaaren op Formoza te blijven , is jegenwoordich het enige instrument dat omde Suyt gebniycken connon. TT E. sullen hem daerin trachten te onderhouden en soo voorts allen degene weicke in kercken efi schooien goede dienst doen
Gegeven int Gasteel Zeelandia desen 5*** November anno 1646.
Fransois Caro5.
Naar gedane collatie is dese met sijn origineele accordeerende bevonden.
Int Gasteel Batavia 10 January 1647,
JOHAK GüNAEüS,
Secr'.
RifiêareAief,
1647 46
LXXIV.
PRESIDENT EN RAAD VAN FORMOSA AAN DE RADEN VAN INDIE.
De kerkelgke dienst Tordert toezending yan nieuwe predi- kanten. — Daar de predikant Bayins te Soulangh overleden iB, en duB ook de politieke dienst stil stond, is derwaarts gezonden de koopman aüx Bbebis, een zachtzinnig man, van wien geen botsing te verwachten is. Het is eene schoone gelegenheid om den afzonderlijken politieken dienst weder in te voeren.
Fort Zeelandia, 18 Jan7 1647
De kerckelycken dienst op Tayouan en Fonnosa werdt jegenwoordich by twee predicanten (van dewelcke D'. Si- mon van Breen tegen 't aenstaende jaer zijn verlossinge versoeckt, en dat zulck zijn versouck UEd* mochte door ons over geschreven werden) eenelyck waer genomen, en dan noch een proponent om de Suydt bescheyden, en 5 sieckentroosters en 29 schoohneesters , wesende D«. Bavius den 23*** December verleden in den Heere gerust; waer door den dienst groote verachteringh buyten twijffel lijdet, en noch meerder lijden zoude, in gevalle niet den praedi- cant Johannes Happart sich y verich betoonde om de schoole te willen besichtigen, en in den selven noodige ordre stel- len, daer niet aen willen twijffelen.
Door dit versterven D' Bavius , als 't aenstaende vertreck geroerden praedicants van Breen, behalve dat al te voren wat weynich versien waren tot soo groeten werck, soo oordeelen, alst geschieden konde, zoo op 't aenstaende mous- son met eenige goede praedicanten mochten werden versien, dat het een goede saecke soude sijn.
By dese gelegenheyt, en dat den praedicant in't Sou-
47 1647
langse gewest overleden, en oversulcx beyde, soo de kerckelycke alsmede politycke sonder opsicht was, hebben derwaarts geschickt, (volgende de resolutien soo ten tijde des gouverneurs Traudenii weynich voor sgn vertreck genomen, als ten tgde des praesidents Ie Maire, die op^t versouck der praedicanten eenen polityck elckmael nade dorpen heb- ben geschickt, omdat de praedicanten klaeghden hun de politycke bedieninge lastich en in't waememen hunnes kerckelycken diensts verachterende was , gelijck sulcx blijc- kelyck is by de resolutien van dien tijdt door ons te dien eynde naegesien) eenen geschickten, vromen, vreedtsamen man, den koopman Eduard aux Brebis, die vertrouwen ons in sgn bedieninge oock goedt genougen geven sal. Wy drucken die eerste deughden zoo wat duydelyck efl klaer uyt, om datter geweest sijn, die voorgaven, dat by de voorige politycken de kerckelycke persoenen redenen van misnougen gegeven soude sijn, dat tegen woordich niet gaeren willen sien en in desen persoon niet en vreesen, sijnde hy lange wijl ouderlingh van de Eerck geweest en noch tegen- woordich, in welckers verkiesinge tot dat ampt den praedi- cant Happart den praesident verklaert heeft, sonderlingh verblijdt te sijn , als wiens humeur seer wel kende en wiens deughden hem niet verborgen waeren, en in't gemeyn wegens die resolutie des Raedts verklaerde den praedicant voom^ seer wel genoeght te sijn. En zoo anders niet ver- neme, gelaet sich allenthalven in dit werck een welgevallen te hebben, en wel te weten dat die bedieningen niet en passen de kerckelycke persoenen. Ea alsoo nergens by eenige resolutie blijckt, datmen de politycken soude vtm ^t landt aff lichten, maer in tegen deel by de brieven van d' H' Generael en Baaden van India meermaels blijckt, dat eerste werck van verkiesinge der politycken sonderlinge gepresen zij , en meer andere dingen, die hier om cordtheyt overslaen, zoo hebben, oordelende dat noyt de herstellinge der politycke persoenen op Formosa beter, gevouchelycker en met minder opspraeck van yemant conde geschieden, goedt gevonden en beslooten tot dese weder invoeringe Ae^
1647 48
politycken gesachs te komen, soo yerre als het Soulanghse gewest door D^ Bavlus is bedient geweest, latende de dor- pen onder de ander predicanton bescheyden in die staet alse sijn; niet twijffelende in 'talderminst, gelet, als gesegt, op de voor desen bekomene papieren en advysen, als an- dere dingen meer, oock van geen eleyn belangh, die in bedencken quamen, ofte haer Ed^ sullen dit by provisie, opder Hoeren behagen en goetvinden begonnen en gedaene werck, voor goedt en wel gedaen opnemen en in toekomende laten sjjnen voortgangh houden
Gecollationeerde kopie. RiftêareMef,
LXXV.
BEN LANDDAG OP FORMOSA. (Uü het dagregister 1647.)
19 Martliis. LieflFelyck en goet handtsaem weder. Smorgens vroech, omtrent 2 uyren voor dach, wierdt den Vendrich Ridsaard Weils met een comp* soldaten van 88 coppen voor uyt nae Saccam gesonden; den welcken oock corts daer aen zijn ge volcht de Ondercoopluyden, Assistenten etc. ende eyndelyck den praesident Pieter Antonisz Over- t water e& den Raat van Formosa, nevens den politico uyt Soelangh^ sulcx dat den gehelen treyn voor sonnen opganck spoedich op Saccam is aengecomen.
Den praesident gem* wierdt door d' Oudtsten der noorde- lycke dorpen, als d' aenwesende Nederlanderen, van strandt tot in 'sComp" huys geleyt en ingehaelt, en wyders ter- stondt alles veerdich gemaeckt, oock ordre gegeven onune de bevelhebbers volgens hare spraecken en zoo als de vertolckinge best zoude ounnen geschieden, by den anderen
4Ö 1647
aen taeffelen te schicken. Het welck gedaen zijnde, ver- Yoechde sich zijn E. nevens de Raetspersoonen , den Secre- taris der yergaderinge (om de welcke by te woonen oock corts op den dach verscheen den praedicant dominus Joannes Happart uyt Soelangh) in den hoflF, ter gewoonelycke sit- plaetse deser verhandelinge , ende met begon de Formosanen zoovoorts (naer gedane vermaninge van wel toe te luy stèren op 't gene mocht werden verhandelt en haer uyt zijn E. name aengeseght) 't noodige, en ten principalen alle de voorleden jarige articulen , in substantie wederom voor te houden en door de tolcken te ontleden, wordende daer toe gebruyckt den vry burger en schepen Joost van Bergen , die inde Sinckanse tale zeer wel ervaren is, en goede kennisse van veler dorpen en Oudsten gelegentheyt becomen heeft; item den favorlangschen schoolmeester tot de selve , en wyders soodanige andere tolcken meer, als tot de Bergse enCama- chatso tale bequamelyck conden werden gebruyckt ;we8ende 't verhandelde de naer volgende poincten.
Dat sy, Oudtsten, tsamen (naer onsen bevel aldaer ver- schenen wesende) wellecom waren ende bedanckt werden over hare tijdige compst, als oock wegens 't opbrengen der schuldige erkentnis, hoe wel niet zoo veel omde waerdye derselver (want het doch de Compagnie daer op niet aen- comt, en door haer jarelycx meerder als veelmaal veel deses bedragens aen oncosten tot 's landts besten en bevorderinge van kercken en schooien werdt aengewent), als wel om 't gewillige betoonen van haren schuldigen plicht en goede genegentheydt t' ons-waerts, mitsgaders over haren goeden dienst dit verleden jaer in hunne ampten de Compagnie en onsen Duytschen bewesen.
Dat desen tegenwoordigen landtsdach nu voorde vierde mael beschreven was, omme haer luy den verscheyden poincten (gelijck in voorige jaren geschiet zij) zoo tot vredes onderhoudinge, als andere gediensticheden meer,'tgemeene welvaren rakende, bekent te doen maken, ende dan wijders de jarelycxe veranderinge van d'Oudtsten, naer onseslants wijse te doen, ofte oock sommige, ofte wel mogelyck 't
4
1647 50
meeste deel weder in hare bedieninge te beyeatigen. Want dese yeranderinge by ons altoos een gebruyck en vasten regel van onderhoudinge was, gelijck allenthalven op For- mosa en oock selflPs in Tayouan voors en voors sonder twijfFel ondervonden hadden. Nochtans dat hem sulcx nie- mandt en behoeft te bolgen off te schamen, alsoo 'tgeen- sints gedaen werdt omme daer uyt eenige cleynachtinge ofte schande te besluyten, maer alleenlyck omme eenyder wel dragende persoon zoo vervolgens de vruchten zijns wel dragons te laten genieten, cunnende zy luyden daer om niet te min op een ander jaer (naer dat sich ymandt sorch- vuldich, willigh en neerstich thoonen mochte), wederom naer zijn E. gelieven in die ampten werden aengenomen.
Ende dewijle d^Oudsten der naest gelegene dorpen iSenmn, Tavocan^ Bacclouangh etc. door hare sloflFheydt noch niet waren verschenen, omme deselve (gelijck 't verleden jaer) zoo vervolgens , als in Compagnies vriendtschap aengenomen zijn, te cunnen laten oproepen, soo wierden d'andere dorpen in ordre, gelijck hier onder aengewesen werdt, verhoort en de Oudsten derselver wegens hare voorige diensten bedanckt, 't meestendeel op nieuw voor een jaer bevesticht, eenige, doch weynich, ontslagen, als oock eenige nieuw aengenomen ende verders tot haren schuldigen plicht vermaent, na- mentlyck
Yoorders is haer luyden gesamentlyck , naer dat dorps voor dorps gelegentheydt ondervonden, en, als verhaelt, in sommige eenige Oudtsten verandert, doch inde meeste ge- continueert, voorgehouden 'tgeene volcht:
Dat hen kennelyck was onses landts gebruyck niet en zij ymandt langer als voor een jaer in ampten , de regeringe rakende, aen te nemen, en sy luyden nu sommige één, sommige twee, en enige reets 3 jaren daerinne verlenght sijnde, daeromme echter niet langer als voor een jaer staet te maecken hadden in die bedieninge te verblijven; voor welcken tijt oock eenelyck op een nieuw mettet gesachts- teycken, den rottangh, versien waren, en derhalven schul-
51 . 1647
dich niet alleen den rottangh 't gantsche jaer door aen niemandt anders over te geven en te laten gebruycken, ofte veel meer misbruycken, maer dat oock wel duydelyck vermaent wierden de rottingen op den aanstaenden lants- dach selffs in persoenen ons weder over te leveren. Doch zoo yemandt vao de Oudtsten tussehen dien tijt mocht comen te overlijden , ofte wel int houden vanden lantsdach sieck te zijn, d'andere alsdan goede sorgen mosten dragen den rottangh in handen van onse Duytschen ofte bestellen, offte selffs, neyens goede verclaringe der hoedanicheydt vanden overleden, mede herwaerts te brengen. Niet off ons .aen de waerdye yan dien yet gelegen was, maer eenelyck om het teycken hares gesachs, fhunner eere hen by ons verleent, niet te willen gemeen maken.
Dat zy luyden in hare dorpen geen der handen moet- willicheden ofte questien, onder de inwoonderen rgsende, zullen mogen verswijgen, veel min nae haer eygen goet- duncken off doen, maer alles aen onse Duytschen te ken- nen geven
Dewyle oock voor desen sommige dorps-volcken ofte haysgesinnen sonder ons voorweten en tegen ons verbodt verhuyst sijn, werdt haer nu insgelycx belast , hetselve niet meer te doen, maer dat eerst aen ons te versoecken, als wanneer (noodich zijnde) 't hen niet zal geweygert werden.
Dat zy alle onvrye Chinesen, die zonder silvere pennin- gen in hare dorpen ofte velden zouden mogen comen han- delen en verkeren, met kennisse van onse Duytschen, in versekeringh moeten nemen en herwaerts aen 't casteel brengen, als wanneer voor yder 5 cangans sullen genieten.
Voerders is (gelijck verleden jaer) de Outsten der dorpen, waer reets de Christelycke Religie geleert en de Sinckanse tale verstaen werdt, aengeseght, dat sy de praedicanten insonderheydt, en voorts de sieckentroosters , als school- meesters (ter plaetse daerse dan zgn mochten), behoorlyck mochten eeren en ontsien, ende niet alleen selffs neerstich ter kercken te comen, maer oock hare kinderen en andere
1647 52
jonge lieden daertoe, item ter schoole te gewennen, alsoo wegens hare traecheydt door de kerckelycke persoenen som- tijds wert geclaecht, en om die redenen de boeten daerop gestelt zijn, welcke tot maecken der huysen en 'thonwen vanden Godtsdienst aengewent werden , en ingevolge zullen blijven continueren.
Soo sal oock yder dorp zijne inlantsche schoolmeesters ofte leeraers (gelijck nu meest ailenthalven in gebruyck gecomen zij) voort en voort jarelycx, als de recognitie geint werdt, van rijs tot eygen noodtdruft moeten versien . . .
Corts naer den middach, en 'tnoodige [dat] te verrichten, stondt, beslecht wesende, is den praesident en voorts de gehele vergaderinge opgestaen, sich in den hoff wat ver- tredende, als wanneer terstondt de taefFelen gedeckt en d'Oudtsten, gelijkse te voren geseten, weder daer aen ge- schickt wierden, ende met eeten en drincken gewoonlyck en wel getracteert wesende, isset meestendeel dersel ver met- ten comenden avont, vermits dat lichte maen schijn, weder vertrocken, oock eenige Raetspersoonen , mitsgaders onze soldaten en verdere Nederlanderen naer Tayouan gekeert; doch is den President, dewijle den Zuydelycken lantsdach nae overmorgen mede staet gehouden te werden, als omme de chinese bouwvelden hier en daer ondertusschen te be- sichtigen, aen Saccam gebleven
Kopie
53 1647
LXXVI.
PRESIDENT EN BAAD VAN FORMOSA AAN DEN GOUYER- NEUR.QENERAAL EN RADEN VAN INDIE.
Joh. Happart h overleden. — PlaatBing en verplaatsing Tan Predikanten.
Kasteel Zeblakdia, 24 September 1647.
Den eerwaerden praedicant Johannes Happart « die inde winter na sijnen doen redelyck kloeck was geweest, en inde dorpen yverlyck gearbeyt hadde, is weynich voor de komste der schepen wat koortsig^er en yerrolgens daer na te met sieckelyck geworden en eyndelyck , nae omtrent de twee maenden gestadigh leggens en dagelyc:^ uytterens, den 20^ Angusty in den Heere ontslapen.
De praedicanten van Breen en Yertrecht sijn beyde na Favarlangh yoor drie off yier weken.
D*. Gravio, die in Soelangh woont, blijft ondertusschen de Tayouansen dienst bevolen, maar D"* van Breen sal eygentlyck aen 'tcasteel bescheyden blgven, na dat dese noch een andere tocht off twee na Favarlangh sal gedaen hebben. D« Yertrecht is met sijn gehele huyshoudinge yertrocken; wenschte wel inplaes yan een bamboesen woo- ninge een bequaem steenen huys
Gecollationeerde kopie.
1647/48 54
LXXVII.
JAARLIJKSCHE KEEK- EN SCHOOLVISITB. {UU het Dagregister 11 November 1647 tot 9 Januarij 1648).
8 December. Soo vertrecken oock op heden nae de noordelycke dorpen de gecommitteerde nytten Kercken-rade , den praedicant Simon van Breen en den diacon Cornelis van Dam, nevens den E. Willem Verstegen, omme de de jaerlycxe kercken- en schoolvisite in dat gewest te doen.
5 December. Yerschijnen de geoonunitteerde der kercke- lycke visite wederom hier aen 't Gasteel» die ons de onder- vindinge daer van schriftelyck verthoonden, als volcht, namentlyck :
Inde dorpen Sincan^ Backloangh en Tavocan gevonden te hebben dryderley daegelijcxe schooien. Eene van jon- gens (waer onder vele jongmans en eenige mannen waren) inde welcke d'onderwijsinge besich was met spelden, lesen, schrijven, gebeden en nieuwe vraegstucken, over des men- schen dankbaerheyt. Een van volwassen mannen, ter gis van 20 tot 85 jaren. Ten laesten een van volwassen vrou- wen, selvigen ouderdoms by na als de mannen; maer waren by dese vrouwen een groot getal kleyne meyskens; dese twee laeste schooien dienden niet, als om te leeren de gebeden en geseyde vraechstucken.
De jongens schoole in Sincan bestonden in ] 10 scholieren, die (47 vande kleynste uytgenomen) in lesen en spelden tamelyck waren, in schryven slecht, inde gebeeden promt, inde nieuwe vraechstucken, de grootste tot de 18<' vrage gecomen.
De mannen schele bestondt uyt 58, in kennisse van ge- beden en vraechstucken geseyde jongens gelijck.
De vrouwen schoole uyt 164, waer van veel inde gebee-
55 1647/48
den noch slecht, de rest byna zoo yerre als de mannen gevordert
Tot den kerckendienst wierden gebruyckt acht stucx predicatien, soo van D® Junius, als D® Happart en Olhoff.
In Tavocan bestont de jongens schoole uyt 78, waer on- der eenige nieuwlingen noch weynich hadden geleert. De Tordere waren in spelden, lesen en schrijyen sober, in ge^ beden tamelyck, inde gemelte vraechstucken de kloeckste gebracht tot de 15« en 16* vrage. De mannen schole be- stondt in 42, de vrouwen schoole in 100; waren beide ten meerendeel in gebeden wel onderwesen, maer inde vraechstucken niet verder gecomen als tot de 10* vrage.
Yoor den kercken dienst waren niet meer als twee prae- dicatien, een van D* Junius, een van D* Olhoff.
In Backloangh had de jongens schole 103 scholieren; met spelden en lesen ging het daer sober, met schryven en bidden wel, met vorderen inde nieuwe vraechstucken treffe- lyck, en waren de kloeckste, tot de 50", 60^, één tot de 75" vrage.
De dagelycxe manschole bestondt uyt 60, vrouwen schole (waer onder de meysies, na de maniere van Sincan en TiP- vocan) uyt 110 personen. Waren doorgaens vast inde ge- beden, inde vraechstucken gecomen, de kloeckste mannen tot de 30" en 40", de vrouwen tot de 20" en 25" vragen.
Maer behalven dese drie daegelycxe scholen (Backloan met Sincan en Tavocan gemeyn) quam de reste van 't volck in Backloan omde 6 weecken een weecke ter schoole, om inde gebeden en oude vraechstuckjes gecontinueert te wer- den, welcke laeste onderwijsinge nae 't overlijden D* Hap- parti door den cranckbesoecker Hanton by de handt ge- nomen was.
Des Sondaegs wierd niet voorgelesen als een praedicatie van D» Happart over 'teerste gebodt, nevens een ander van D* Junius.
In Soelangh en Mattau waren voor den Sondaechsdienst 3 praedicatien van D* Junius en 10 van D* Happart en Olhoff. In de jongens scholen (waer onder mede veel man-
1647/48 66
nen en jongmans), bestaende in Soelangh uyt 141, in MaU tauw uyt 145 scholieren, gingh met het spelden, lesen en schryven tamelyck, met de gebeden seer wel. Edoch be- halven dese jongens scholen was geen ander onderwijsinge meer in Soelangh^ uytgeseidt een nieuwe kinder schele van 253 jonge kinderen, van D^Gravio opgericht, welcke schele nade kortheyt des tijts in behaegelycke beginselen hope gaf Tan goet gevolch; maer in MaUauw wierd, behalve de jongens schele, de rest van 't volck, in 7 delen verdeelt wesende, om de 7 weken inde gebeden onderwesen . . .
Gecollationeerde kopie.
i:.xxviii.
DE COMMISSIE AD BES INDICAS UIT DE CLASSIS AMSTERDAM AAN DEN KERKERAAD OP FORMOSA.
Twee nieuwe predikanten worden uitgezonden. Verlangen zeer weder iets omtrent den gang van zaken te vernemen, die zij bereid zjjn yan bunne zgde met alle macbt te bevor- deren. Met leedwezen yernamen' zij dat er veracbtering is.
Eerwcierdige^ seer voorsienige^ geleerde ende godtsalige medebroeders ende medearbeyders in de zaecke des Heeren,
Wy hebben nu in langen tijt geen brieven gesien van den toestandt uwer E. Eercke onder de Formosanen, daer wy seer naer verlangt hebben, niets daervan tot onse ooren gecomen sgnde, dan het gene nu en dan aen parti- culieren was geschreven, ende vernemen met droefhey t, dat daer den oegst onder uwer E. restrict (sic) seer groot is, de arbeyders nochtans soo weynich sijn, ende hebben daer-
57 1647/48
door te meer bewogen geweest om ons uyterste devoir te doen tot a&endinge van 2 Predicanten, die yan wege dese camer moesten besorght worden , gelijck dan oock de goede Gk)dt 800 verre onsen arbeydt heeft gesegent, dat wy twee bequame persoenen hebben uytgevonden, die nu als predi- canten tot de Eereken yan Indien worden afgesonden. De eene Balthasar Obie de Meter 1) heeft met groeten lof den kerckendienst ettelycke jaeren op Amelandt becleedt; hy is een gelieft, vroom ende sedich man, vertreckt met sijne hnysvrouw; ende den andere D. Johannes a Warmeloo is noch een jonghman , die preparatorie by die van Deventer was geëxamineert, ende van wegen sijne vroomicheyt,neer- sticheyt in sijne studiën emstelick wert gerecommandeert, die nu mede met oplegginge der handen totden kercken- dienst is gequalificeert. Willen hopen dat de groote Qodt, de Overste Herder der schapen , dese sijne dienaers op haere reyse sal geleyden ende meer en meer verrgcken met de goede gaven sijnes H. Geestes, datse met goede stichtinge ende vrucht haeren dienst onder de gemeynten van Indien sullen mogen waememen. Gelijck wy hopen dat oock noch vier andere predicanten met dese vlote van de andere ca- meren tot uwer E. werden afgesonden.
Hebben oock de E. Br. des Eerckenraets tot Batavien emstelick gerecommandeert, dat uy t dese toegesondene stoiFe de scaersheyt van arbeyders onder uwer E, naer behooren en 800 veel mogelick mach vervult werden.
Wy hebben ondertusschen ons verblijdt, dat Godt de Heere voor die teere gemeynten op Ilia Vormosa noch ge- sorght heeft, dat hy deselve met soodanige geleerde, voor- sichtige arbeyders heeft voorsien, die dezelve scaersheyt met haere wackerheyt efi neersticheyt, soo veel in haeris, Boecken te vervullen. De Heere wil deselve onse waerde medebroeders met alle noodige gaven naer lichaem efi ziele meer efi meer verstercken ende eyndelyck bequame efisuf-
1) Deze penoon w^st hei jaarttl aan yan dezen brief; hij wert nit- geionden in 16é7,
1647/48 68
fisante hulpe tot soo grooten werck (als daer is de bekee- ringe van soo yeel blinde menschen) laeten toecomen.
Waerde medebr., gelijck wy niet ophouden Godt te bid- den om de comste van sjjn rijcke onder die arme zielen, opdat eens haere oogen mochten geopent en verlicht werde met de salichmakende kennisse Jesu Christi, ten eynde sij alsoo Tande duystemisse tot het licht, ende de macht des sathans tot Godt overgebracht, soo is onsen innerlicken wensch met uwer E. naerder te corresponderen, ende hebben met dese weynige daer toe uwer E. E. vriendelick willen op- wecken en versoecken, dat wy door uwer E. E. selfs den toe- standt van het Christendom onder die gemelteFormosanen eens grondich mogen verstaen, en weten waer in dat wy uwer E. E. hier eenige hulpe mochten connen toebrengen om uwer E. goeden yver te secunderen. Als wy van het gebreck dat onder uwer E. is sullen werden geinformeert, sullen alles wat connen geeme daertoe contribueren, dat ditGod- delicke en Christelycke werck meer en meer mach voort- geset worden. De Eercke van Batavien heeft ons van Uwer E. gemeynte seer weynich,jae niets, laten weten, ende ondertusschen in onze laetste Noort-Hollandsche Synode werden van de Br. van Zuyt-Hollandt groote dachten in- gebracht over den slechten toestandt van het Christendom op Ilia Formosa, als of alleen door gebreck van arbeyders aldaer quam te verachteren, waerdoor wy oock van ter sijden werden getaxeert van uaerlaeticheyt. Soo wanneer wy door uwer E. E. in toecomenden van uwer E. gelegent- heyt naerder sullen werden onderricht, wy sullen alles con- tribueren wat in ons vermogen sgn sal om den welstandt e& de uytbreydinge van Christi Koninckrijke onder de blinde Formosanen te bevorderen.
Wy hebben weynich nieuws daer by te voegen, alleen datmen noch sterck van vrede tracteert te Munster, efi dat over deselve tractaten tusschen ons en Spangien, en van daer uyt resulterende besoignen tusschen ons en Franckrijck over een ligue guarrantie, in cas dat Spangien mocht trouwe- loos werden, gantsch commerliche raedtslagen vallen, de
69 1647/48
Provinciën niet wel connende malcanderen verstaen, soodat tegenwoordich verseren in periculosifisima criBL Godt de Heere geve, dat wy, met verscheuren van ome Unie, tus- Bchen dese twee groote machten van Spangien efi Yranck- rijk niet geclemt en werden. De Heer wil onser erbarmen en onsen vrede in sijne genade bevestigen. Dese tot geen ander eynde dienende , sullen eyndigen en uwer E. E. naer hertelicke gebiedenisse bevelen Gode ende den Woorde Sijner genade, die uwe E. persoonen en dienste sulcks segene, dat Sgnen groeten Naeme onder de blinde Heyde- nen meer en meer beleden efi grootgemaeckt mach werden.
Utjt naeme der gedeputeerde des E. Classis van Amsterdam tot de correspondentie met de Indische Kercken^
Petrus Wittbwrongbl. joha^tneb mourcoübtius.
Minnat.
Naar H8. oud-archief Cl. v. Amsterdam n". 9 (oud 39) ^Acta Classicalia aengaende de Kercken in O. I." enz. fol*. 157.
IjXXIX.
94>aeliresi«ter des Casteels Zeelandla, beginnende op den ftS^^ Febmmry 1648 en eyndlgende den 9^^ NoTember daeraen- Tolgende.
85 February. Op heden gewordt ons een brief ken vanden praedikant Jacobus Yertrecht uy t Vavorlangh , waer by vernemen, hoe die van Poeali eenige dagen geleden drie hooffden die van Kalikan Parotvan hadden affgenomen in 't wederkeeren van Tarrangan^ sonder eygentlyck te weten waerom, dan eenelyck dat die van Foali zouden ge-
1648 60
seyt hebben hen verleden jaer door die van Kalikan Par- rowan van gelgcken gedaen zij.
1 Martfus. Op heden schreven een briefken aen den praedicant Jacobus Yertrecht, dienende tot bescheyt en antwoort van desselffs schrgven, hier voeren op den 25* February aangeroert, namentlgck dat de geresene onheylen tusschen die van Poali en Kallïkan Parrowan in bester voegen als mogelyck zouden trachten aff te maken en die dorpen, in gevalle de beledichde te vrede waren, op lants wgse te versoenen; des neen, dat ons metten eersten broe- der bericht daer van doen zoude, omme dan by ons daerop gelet te werden.
Ooek schickten een briefken aen den proponent Hans OlhoflF, eenelyck van dien inhoude, dewijle den oorlogh op die van Suffungh gereets naer wensch begonnen zij , en de Lonckjouse^ als andere dorpen mede gereet waren die van Tarrikidick Quaber en derselver aenhanck aen te tasten, dat de landtsaten daerinne naer eysch van saken dienden werden aengemaent en den oorlogh vervolcht, mits dat echter d'Oudtsten der dorpen zouden trachten op den lants- dach te verschijnen.
U Martliui. Heden gewordt ons een briefF vanden praedicant Jacobus Vertrecht uyi Favorlangh^ gegeven op 5 deser, waer by ons berichtete onlangs de ronde in dat geweste gedaen en alles noch in goeder gestalte gevonden te hebben. Oock was gemelten predicant vast^besich omde beginselen van onse duytsche tale onder de favorlanse jeucht en meer andere dorpen in te voeren, waer toe hy goeden moet heeft ende verhoopt zoo allenskens yets goets daerinne te sullen uyt wercken
27 Martliis. Op heden ontfangen een briefken vanden proponent (sic) Jacobus Vertrecht uyt Favarlangh^ gegeven op den 24"* deser, waer uyt vernemen, dat de dorpen PocUi en Parowan op lants wijse (wegens de dootslagen
61 1648
op den 25 Pebruary aengeroert) wederom Yersoent hadde, ende waren de drie hooffden door die van Poali niet van die van Kalikan Parrawan^ maar Warrawar aifgenomen^ doch was de moordt op Parrawan gemundt geweest, sulcx dat in plaetse van 2, 3 dorpen hadden moeten bevredicht werden. Die reden van die nieuwe moordt was, dat die van PaoU en Parrotmn verleden jaer door den praedicant van Breen eenelyck met bloote woorden, sonder de boete aen de beledichde uyt te koeren, versoent waren, weick bydie van Poali tot dus lange gevrockt en nieuwe seliFsvraecke verweckt hadde.
S9 MartliUL Savonts naer poort sluyten gewierdt ons een briefken van den praedicant Gravius uyt Soelangh^ dienende tot geleyde van sekeren inwoonder off vermeinde brandtstichter van ^tselve dorp, die in goede versekeringe, nevens eenige papieren tsijnen laste beleyt, alhier is aen- gebracht
81 MartliiB. Ont&ngen, gelijck op eergisteren, een brieff vanden praedicant Gravins, tot geleyde van twee vermeynde brandtstichters, nevens eenige papieren tsynen laste beleyt, waerby vernemen dat alwederom een groot huijs in gemelte dorp, eerst voor 6 dagen opgeset, tot op de grondt affgebrandt zij.
1 Apiil. Ontfingen oock een brieff van den proponent Hans Olhoff uyt Verovorongh^ waer by vernemen hoe d'in- woonderen onser vrundt dorpen op den 24^ der verleden maendt, omtrent 200 sterck, een aenvalop Tuakanw geiAen^ 'tselve dorp t'enemael uytgeplundert, en in colen geset, als oock getracht hadden by die gelegentheyt die van Suffungh te verrassen, doch het dorp met boomen en voetangels zoo- danich beset en die vyanden op haer hoede gevonden, dat voor dit mael niet hadden cunnen uyt rechten.
29 April. Ontfangen oock een brief vanden praedicant Yertrecht uyt Vavorlangh^ waer by vernemen dat onlangs de Serriammers (wesende 10 tot noch toe onbekende dor-
1648 62
pen, gelegen in een cloove aende revier yan Thau-sa Ca- lachey) drie hooffden van die Tabocol gehaelt hadden.
9 Mayiui. Smiddaechs ontfingen een briefken vanden proponent Hans Olhoff , waer by vernemen dat d'inwoonders der Zuydelycke dorpen op den 5** deser voor de vierde- mael tegens 't vyantlycke dorp Suffungh waren opgetogen ende 'tselve, naer een wijle tijt vechtens, in becomen, ge- plundert ende in kooien geset, als oock alle hare granen op de velden verbrandt en bedorven, sulcx die vyanden als nu door hongers noodt genoodtsaeckt zouden zijn in onse handen te vallen.
Oock was naer dit gevecht een Oudsten üy ttet vyantlyck dorp Tarrikidick by voorsz. Olhoff in Verovoy^ongh ver- schenen, met versoeck dat sy luyden wederom in Compagnies vriendtschap mochten aengenomen werden ; welcken Oudsten met sulcken vrese was bevangen geweest, dat nauwelycx hadde cunnen spreecken en by gemelten Olhoff , op onse ap- probatie in Compagnies vriendtschap aengenomen geworden.
% JnliiUL Soo ontfangen oock een briefken vanden praedicant Jacobus Vertrecht uyi Favorlangh , waer by ons verstendicht hoe de sieckte in dat noorder geweste al vry wederom toeneemt, wesende meest alle schoolmeesters, alsoock D* Yertrecht selffs, sieckelyck.
10 JnliiUL Op heden verschijnt alhier den praedicant Jacobus Vertrecht uyt Favorlangh^ sieckelyck wesende.
29 Anfl^stl. Yermits wy oock de praedicanten Gravius ende Hambroeck voor desen, soo by monde, als by ge- schrifte hebben vermaent om in hare dorpen te vernemen offer eenich voorraet van granen mochte om geit ofte can- gans onder d'inwoonders te becomen sijn, tot voorstandt van dese gemeente, ende wy dier wegen tamelyck goet bescheyt hebben becomen, zoo gaen op heden eenige vaer- tuygen met 1000 Spaence B* en partgen cangans^ nae Söe- langh omme daervoor granen opgecocht te werden.
63 1648
ftO September. Bequamen dese dagen ooek wederom goede partije ongedorschte pady uyt het dorp Mattauw^ door den praedicant Antonius Hambroeck in dat geweste byeen versamelt, bestaende in 3 of 54 huyskens, yder huysken van 1600 bossen, der weleker 50 sestien catti (gedorschen sijnde) nytbrengen, welck graen ons by dese tegenwoordige gestalte, om onder de gemeente alhier wederom verdeelt en vercocht te werden, sonderlingh wel te passé comt.
9 Oetober. 8oo ontfingen ooek een briefken vanden praedicant Jacobns Vertrecht uyt Favorlangh^ waer uyt verstonden, dat alles in tselve geweste noch redelyck wel was, ende nam het calck branden tot den bouw van het praedicantshuys goeden voortganck, doch waren de scho- lieren in 't loeren vande duytsche tale , vermits desselifs afwesen en sieckte hier in Tayouan, vry verachtert.
Gecollationeerde kopie.
RÜiiarekie/i
LXXX.
DB PBBSIDENT OVERTWATER AAN GOUVERNEUR GENERAAL EN RADEN VAN INDIEN.
De predikanten z^n volgeng Yoorsohrift geplaatst; hnn zullen steenen woningen verBchaft worden. Verzoekt een predikant TOOT Quelang of Tamsny. Het volk aldaar vraagt of de Nederlanders geen Christenen zgn, dat zg geen bediening van Gods Woord hebben. Het onderwas van de Hollandsche taal wordt met ernst voortgeset. Bevrediging der dorpen. Jnnins matieht zich daarvan te onrecht de eer aan. De proponent OlhofP vraagt en verdient verhooging van bezoldiging.
Casieel Zeelahdia, 2 November 1648.
De verdeelinge der dorpen onder de praedicanten ge- schiedt inder manieren als de H'^ hebben voorgeschreven.
1648 64
maer in 't dorpje Wangh is tot noch toe noeyt school in- gestelt geweest; soo verneme oocq niet, dat oyt praedicant tot sulcx Yoomemen gehadt heeft, offte noch heeft, alsoo
geheel kleyn zy , en vry 1) in 1) geberchte
leyt. Tot het bouwen van haer lieder steenen wooningen worden nu met 't begin van 'tdrooch getije de snaren ge- stelt, en sal nergens als aen goedt houdt eenich gebreck wesen; 't is een gewenste saecke de H^ tot sulck besluyt eens hebben gelieven te comen. Praedicanten kunnen hier op [Formosa] niet te veel komen.
Het is nu vier jaren geleden dat haer Ed. van Battavia schreven van een praedikant om de Noordt by Quslangh off Tamsuy te leggen, daer tot noch toe nauwelycx een kranckbesoecker heeft kunnen geplaets worden. Nu geven in bedencken off oock de H"** om dat gewest sullen kunnen dencken; te meer, alsoo daer twee geheele dorpen sijn al tot het gelove, hoewel op zijn paeps, gebracht, welcker inwoonders d*onse by wglen, 'tsij in eemst,offwelspodts- gewijze vragen , of d'onse mede Christenen sijn , omdat geen bedieninge van Godtsdient by d'onse vernemen, veelmin datmen haer tot het geloove soude soecken te brengen en hare kinderen te doopen, dat met groeten eemst en veel- mael van d'onse hebben begeert, daer vry veel van te schrijven soude vallen. De luyden kunnen vele Spaens lezen, en hun boecken, van religie en anders spreeckende, gebruycken, en off dan met een oock, gelyck hier, eenige schoolmeesters sullen daer nevens gebruyckt worden. Wy schrijven hier te eerder van, om dat ons die van Tamsuy dickwils hebben versocht eenige dry off vier kinderen van duytse off andere Christen vaders soude mogen gedoopt worden, en doch buyten d'inwoonders ; 't welcq met de praedicanten overleyt en echter onmogelyck bevonden heb- ben. Soo schrijven oocq van dese saecke te liever, om dat vernemen dat haer de Chinesen aldaer beginnen tot den landtbouw te begeven, en met eemst soo 't immers schijnt,
1) UitgevaUen.
65 1648
wesende daer verscheydene koe beesten door Chinesen te dien eynde aengebracht, dat een vast teecken haerder ernstige meninge schijnt te wesen
Het leeren van de duytse tale wordt met ernst vervolgt, de duytsche school boekjens zullen daer sonderling dienstich toe wesen
Haer Ed. hebben ons gelast alle de dorpen, die op 't ver- trecq van den praedicant Robbertus Junius bevredicht waren, op een lyste by namen aen te wgsen en over te senden. ^tls sulcx, dat noyt, by ons weten, soo langh ge- melten Junius hier verkeert heeft, ofF by hem, offte by de Gouverneurs een lyste daer van gemaeckt zij geweest. D'eerste reyse, dat de dorpen by den anderen op een papier in ordre gestelt zgn, is geweest ten tijde des praesidents La Maire, in 'tvooijaer 1644, wanneer den E. Overtwater tweede persoon was, die gelooft en beter niet en weet, off heefftse selffs met kennisse en goet vinden des praesi- dents by een versamelt, niet sonder moeyte, insonderheyt dergener die de beschrijvinge mosten doen, van welcke beschrijvinge tegen woordich geen blijcq meer en is, alsoo door onbedachtheyt van hem (Overtwater) doe de nieuwe beschryvinge hadde, d^oude gescheurt heeft. Na zijn beste onthout is de tweede beschrijvinge geschiedt in ^tjaer 1646, de Gouverneur Caron den E. Overtwater de memory der Tamsuyse en Cabalangse dorpen daer toe op zijn versoeck be 1), om alles by een te trecken, gelijck ge- schiede met noch andere dorpennamen, hem Overtwater doe noch onbekent, als in sijn affwesen in Japan be- vredicht, sonder dat by sijn (Overtwaters) weten een be- schrijvinge in 'tjaer 1645 gedaen zij, ten ware by de Gouv' Caron mochte berusten. Vervolgens heefft men hier in Tayouan de lyste daer van gemaeckt in 1647, 1648, die hier beyde nevens gaen. Om dan evenwel soo veel [moge-
1) WeggeTaUen.
1648 66
lyckP] der H"** meyninge te voldoen, zoo zullen eens ver- thoonen hoe veel, onses oordeels, D*" Junio in die saecke toe komt. Eerstel yck dan, gelijck haer E' verhalen, sijn geweest op 't vertreek van de gouverneur Caron 217 bekende dorpen, meest, doch niet alle, bevredicht, van dewelcke 12 by andere dorpen sijn gaen inwonen, meest om deZuyt en oocq om de Noordt. Dese vande bovenstaende affge- trocken in getal, hoewel de zielen evenwel onder onse dor- pen blijven, soo sal 't oude getal uitbrengen 205 dorpen , daer dan noch by most komen alle de Pimasche offte oock Zuydtsche dorpen, in alles 28 600 dat op onse lysten noch loopen 233 dorpen in 't getal, die ten tijde des Qouverneurs, als geseyt, bekent en meest, maer niet alle, bevredicht en waren, ge- Igck oock noch niet zijn. En niettegenstaende sulcx, soo is evenwel nu 't geheele getal , gelijck de nevensgaende ly st uy t wyst, in alles 293 dorpen, doch zijn meest kleyne dorpjens. Degeene die best bevredicht zijn en leggen in 'tgeberchte, alsoo de vlackte langh bevredicht, en aldaer om te bevre- digen niet meer overich was , van 't noordt tot aen *t zuydt- eynde toe; aen de westzyde en aen d'oostzyde meest wel, maer niet altemael. Soo dat tegenwoordich het getal der
bekende dorpen 60 st 1) op des gouverneurs
vertreck de meer helfft bevredigt . . . 1) in alles sijn onder de 293 dorpen . . .1) bevredicht, doch verhoopen 'taenstaende noorder getij eenige derselver tot onsevriendt- schap te brengen en mogelyck oock wel eenige andere meerder op te soecken. Dan wy gaen in die dingen niet al te woelachtig, wetende dat {landen en dorpen te bevredi- gen sijnen?) tyt moet hebben, alsoo de gemoederen dermen- schen soo in der hsiest niet en kunnen gewonnen en ten goede om geset worden; maer sulcx sal genoechsaem toe- nemen door 't goede geruchte dat over al onse regeringe na gesprooken wordt, en wel insonderheyt in Sinckan^ daer nochtans D* Junius soo over klaeght en beducht is, dat
1) Weggevillen,
67 1648
wellicht rebellen mochten. Dit eene sal genoech zijn, om alle die zijn uoodelosepraetjens om verre te stoeten, dat niet lange geleden noch een groot getal van de inwoonders van Sinckan by den schoolmeester van geseyde dorp gekoomen zgn, om van hem hoUandsche namen te eyschen, om met deselve voortaen genaemt te worden, verlatende alsoo haer eygen namen en d^onse aennemende. Behalven dat oock onder malckanderen haer selven verbinden om des Sondaeghs met hollandsche kleederen gekleedt te gaen, onder cleyne straffe van een dubb. offte soo iet onder haer, al uyt haer eygen, vrye, onbedwongen wille, sonder ons toedoen off bedryff, offte dat ons eenichsints daer in, selffs in 't minste, verstrecken. Hier dan by gedaen met wat een lust en ver- maeck onse tale vande jonckheyt geleert wordt, soo kannen niet anders vermercken off daer wordt in d'inwoonderen ge- speurt een volkomen genoegen, dat scheppen uyt onse re- geeringe, mits dat aennemen onse tale, kleedinge en namen. Maer om wederom naerder tot de saeck te komen, sooseg- gen, dat van de eere van bevrediginge offte ruste van de dorpen omtrent Tawswy, Qudangh efi Cabalangh end'Oost, omtrent Pima^ Junio geen de minste aenpart noch gedeelte toekomt of behoordt, alsoo noch selve oyt daer geweest is, noch oocq die luyden met hem offte onse andere dorpen eenige gemeenschap hebben gehadt, maer door de suppoosten van de Gouverneur directelyck aen 't Gasteel gecomen zijn , sonder dat Junius anders als by geval van dier dorpen ge- legentheyt heefft hooren spreecken, welcker dorpen getal is 133, namentl. de Pimabase 36, de Cabalanse 47 en de Tamstil/se 50, tsamen in alles 133
Hier moeten by koomen de Lonckjome dor- pen, die door ge welt van wapenen tot onse onderdanicheyt gebracht zijn, ten tijde van de Qt)nvemeur Traudenius, en eerst ten rechte by tijde van de H' Ie Maire, na Junii ver- treek, bevredicht, uytmakende 20
Soo sgn oock door ontsach van wapenen, na
Transporteeren 153
1648 68
Per transport 153 Junii vertreck bevredicht de dorpen in de Pagawanse^ Tidackjanse^ Kinüaimnse en Stro- dase kloven ende de Pagtissanse dorpen uyt 12 de Sirodase 14
de Tidackjayise 2
de Kinüavance 10
zijnde te samen 38 dorpen.
Als nu noch stellen dat de helfft van de dorpen van de Toetsimdanse en Dalissicanse klove bekent geweest zij voor Junii vertreck, soo geloove dat eer te veel als te weynich stelle , 't geheel sijnde 20 dorpen , komt voor de helfFt 10 soodat de dorpen, die onsen Staet bekent en onderdanich gemaeckt zijn, sonder dat daer-
over gemelten Junius sich eenichsints te be-
roemen heeft, zijn 201
Dese vande boven gemelte 293 afgetrokken resteren maer 92
die het boven getal uyt maecken van 293
sóodat niet meer als van die 92 dan vervolgens te spreecken hebben. Onder dese sijn 34 dorpen, namen tlyck Asock^ Bobarien en die onder de noordelycke dorpen op de Ijjste tot het eynde toe volgen, v^elcke alle na Junii vertreck met ons in vriendtschap off kennisse gekomen zijn. Noch de drie kleyne onder de Zuydelycke dorpen, ontrent Voro- vorongh^ als zijnde onlanghs eerst uyt het geberchte in de laeghte affgecomen; maecken te samen dorpen 37
Dese van de bovengemelte jongst geseyde 92 dorpen affgetrocken, sullen maer eenich blyven 55
in welcker bevredinge D* Junius eenichsints soude kunnen mogelyck te passé gekomen zijn, maer in de bevredinge van alle d'andere 238 geentsints, jae niet int alderminste met dese verdere. Dan ist mede dusdanich gelegen, dat Favorlangh^ Batskkan^ Abasje^ Dobale^ Dobale ba/yan^ Bal- labais^ Tackeys^ Saribolo^ Turchara^ Tavocol^ Taurinak door ontsach van wapenen (welcke eenige geproeft, andere
69 1648
gevreesd hebben) tot onfle Triendtschap zijn gebracht, ten tijde als de Gouy' Traudenius, en naderhandt den majoor Lamotius deeelye hebben aengetast, soodat immers D* Junio in desen noch al niet toekomt. Dese elff van de 55 affgetroe- ken, komen noch maer overich te blijven 44 dorpen.
Maer dese bovengemelte 44 dorpen en sijn oock niet met minne en vriendtschap tot onse gehoorsaemheyt gebracht, soodat sich D' Jnnius des soude mogen beroemen, even off door sijn behendicheyt en goedt beleydt, sonder behulp van wapenen offte eenige hardicheyt, bevredicht waeren. Heefft niet onse krijchsmacht, onder 't beleydt van den Major Adriaen Anthonius, selffs met veltstucken na Mattauw geweest, en met eenen oock d'andere dorpen in schrick en vreese ge- bracht, soo danich dat daer op met verloop van jaeren eenige direct by gelegene dorpen haer tot ons begeven heb- ben , siende en merckende dat doch die haven (niet?) verby en konden zeylenP Is niet in 'tselve jaer gesey den Major oock om de Zuydt geweest na Tackriany en heefft van gelijcken oock aldaer op deselve wijse onse name ontsaggelyck ge- maeckt? Wadt komt in allen desen Junius doch te passé P Off is het Junius geweest, soo kannen der dan de Oou^" niet by om te deelachtigen aen d'eere van 't goede werck onder haer regeringe, en door haer beleyt, aenraden en sorge te wege gebracht. En evenwel en was de saecke noch in 't jaer 1641 in November niet verder gebracht, geen twee jaer voor Junii vertreck, of als men tegen die van Favorlangh uyt oorloghen ging, soo warender niet meer als negen dorpen, met namen Sincan^ Tavocan^ Soelangh^ Tevorangh^ Mattau^ Backloan^ Dorcko^ Tirosen en Tackapulangh ^ die met ons ten oorloge gingen, wesende d'andere dorpen daer omtrent of geen, of twijfelachtige en onseeckere vrienden. En wat kan doch seeckerder teecken voortgebracht of op- gehaelt worden tot een vast en bondich bewjjs, datter na
sijn vertreck sich eerst heeft 1) degen in
ordre en state te verthoonen, als datter ten tijde des Qou\"
1) WeggeYallen,
1648 70
Traudenii int jaer 1641 in April, als nu E* Junins nae beste kennisse ontrent d'elff off twaelf jaeren op Formosa verkeert hadde, ruym twee jaeren voor sijn vertreck, sich niet meerder als veertien dorpen en verthoonden op den landtsdach, die gemelten Heer seer solemnelycken hadde byeen geroepen. De namen der dorpen zgn deze: Sincan^ Tavocan^ Soelangh^ Tevorangh^ MaUatij Backloan^ noorde- lycke , Tapouliangh , Pandandange , Veravorongh , Pangsoya , Tackrian , Catia , Sorrian en Netne , zuy delyeke , sonder meer. Soo dan alle dese dingen, inde manieren als gesecht, toegegaen zijn, gelijckse waerlyek zgn, wie kan niet sien, of de voorsichticheyt, sorge en 'tbeleyt van degene die alle dese dingen door Godes zegen soo verre hebben gestiert en beschickt, sal genoech zijn om deselve door d'eygenste middelen te bewaren , sonder dat sich Junius onnoodich met dingen buy ten sijn beroep sal behoeven te moeyen en besich
te houden
(Verder verdedigt Overtwater zich over Junius^ beschuldiging^ dat hij buiten zijne instructie over de jaagvelden heeft beschikt.
De proponent Hans Oloff, die nu /* 60 ter maent windt, heeft ons om sijn verbeteringh aengesprooken en versocht te moogen genieten /*80 ter maendt, daerby verclarende niet gesint te wesen voor minder de Compagnie in de Zuy- delycke quartieren te dienen, maer liever te willen na 't vaderlandt vertrecken; bedingende daer by, dat de woo- ninge, die nu door hem getimmert wordt om de Zuydt vol- gens der H™ ordere, hem niet en soude mogen door iemandt afgenomen worden, selffs niet door een praedicant, die wy echter dencken daer ter plaetse niet en sal werden geor- donneert. En alhoewel dat ons genoechsaem bekent zij, dat sulcke gagie den proponent niet eygen of gewoon zij , 800 begrijpen evenwel, dat sijn persoon deselve wel verdient, door dien niet alleen de kerckendienst aldaer in soo groeten begrijp als eenich praedicant op Formosa, maer oock boven dien het burgerlycke gesach over meer als seventich dorpen
71 1648
tot ons genoegen waarneemt, en dat alles op de ongesontste plaets Tan geheel Formosa, gelgck alle Tayoanisen bekent is. Soo is mede niet gesint sich in andere quartieren, als de Zuydt alleen, te laten gebmycken, door dien aen dat groote geweste meer als te veel werck Yoor sgn selven vindt, en door de praedicanten of kerckenraedt elders gebruyckt wordende, tot verachteringe van sijn werck grootelycx komt te gedijen
Gecollatumeerde kopie.
Rijkêfirehiêf. (Het Handschrift is door den worm seer bcachadi'sd.)
LXXXI.
DE KEEKEEAAD TE TATOÜAN AAN GOUVEENEUE- GENEEAAL EN EADEN VAN INDIE.
Verdediging van de predikanten tegen de aanranding yan Junins, die zg aan ngd en wangnnst toeschrgTeik Lof yan Happart, vooral als bgbelyertaler. Dankzegging voor geschenk yan levensmiddelen en voor gezonde huizen.
Kasteel Zeelandia, 3 November 1648.
D'Edele, Hoogh Achtbaare, Manhafte, Gestrenge, Wij se, Vroome, seer bescheydene Heeren , d'Ed. Heere Gouverneur Generael Comelis van der Lgn , nevens sijn Ed. by wesende Heeren Raiden van India.
Edele, Hoogh Achtbaare Heeren! UEd* last tot de ver- dediginge van de waerheydt end van de eere onserwaerde medebroederen, beyde door D. Junium lichtvaerdelyck be- sprongen , hebben wy , gelgck betaampt , promptelyck achter- volght. Seecker de bewijsen van D'^^ Happartii z. g. singu- lieren yver end onverdrietige naerstieheyt, sijn ons onder de handt gegroeyt De welgestelde vraaghstucken , ver- scheyde predicatien end andre stichtelycke tractaten,niaar
1648 72
boven allen het Evangelium Matthei, met onvermoeyden arbeyt int Formosaens gebracht, en sullen door geene scherppe nagelen van nijd oyt werden uytgekrapt. End ofschoon sijn E. prijsselycke concepten niet alle sijn uyt- gevoert geweest, soo en is nochtans niet alleen niet ver- looren, maar oock selfFs vele boven de tijden Junii aen- gewonnen. Wy hebben ter selver occasie den ganschen staat van Formosas kercken end schooien een weynich ontleedt, end gelyck wy vertrouwen UEdo meyninge in alle deelen bereyckt. Wen zullen, naar D. Junii voet- stappen, onsen zeyssen in eens anders oogst niet slaan, maar seggen evenwel (met UEd« consent) indien D. Junius de huwelycken van seeckere Lameytsche dochters, by hem gemodereert, stelden nevens die, die by dengenen die uyt Sinckan geroepen zijn, noch daegelycx werden aengegaen, hy en sou niet claegen dat de Sinckansche Lameyers door haere verplaatsingh op Tayouan ongelijck sij geschiet . .
Want ooc de resterende in Simkan^
hare vrunden bemerckende, om op gelgcke
direct aengenoomen te mogen werden
versoecende
waarvan UEd« met
zullen werden
ooc mis, in
end omtrent aan dit teere
Christen[dom]
Wy
steenen
.1)
geremoveert. Want hoe crachteloos de goede leeringen selfs sijn, daer quade voorgangers en by wijlen ooc aen- randers d' overhand hebben, is aller wegen kennelyck uyt de beclaechelycke ervarentheydt. UEd® ongemeyne gunste , soo door de liberale gifte , van
i) Door het water verbleekt en onleesbaar.
73 1648
wijn end booter, als bysonderlyck door de vaderlyeke sorge over onse geeontheyt, door 't bouwen van steenen huysen, aen ons verzegelt, gelgckse gestreckt is tot ontsteeckinge onses yvers in het geestelycke werek, soo wert oocdeselve van ons eerbiedichlyck end danckbaarlyck aenvaart, met beloften, dat we TJEd* roemwaerdige insichten naar onsen plicht altijdt sullen trachten te beantwoorden. End gelijck int gemeyn de eerste weldaad is een trap tot een tweede, 800 sullen we (met permissie) van UEd*' gelijck desen, alsoo mede de volgende jaeren, alle noodige toevoer van schoolbehoefldcheden tegemoete sien, bysonderlycke t*gene op dit bygaande lijstje staat gespecificeert.
De Almoogende God, door wien de Cooningen regieren end de Vorsten gerechticheyt stellen, wil UEdelheden per- soenen end hoogh achtbaare diensten soo bestieren door sijnen Heyligen Oeest, dat alle UEd" wijse raadslaegen end d'uytvoeringe van dien, moogen strecken tot vrede Uwer ondersaeten, tot bevestiginge van den Staat onses lieven vaderlandts end specialyck tot voortplantinge van het Geestelycke Cooninckryke onses Heeren end Salich- maeckers Jesu Christy.
Int Gasteel Zeeland 3 Nov. 1648.
Onderstondt: UEdelheden dienstschuldige end gansch ander- danige dienaeren^
was onderteeckent : Symon van Breen , ptpraeses. Philippus Heylman , oiiderl. Daniel Gravius,^^ scripa. Cornblis van Dam, diacon. Antonius Hambrouck. Loüys Isacksz, diacon.
Edüard Aux Brebis, oi^.
Naer gedaene collatie is dese met sijn origineele accorderende bevonden int Gasteel Batavia don 19 January Anno 1649.
Gecollationeerd Kopie. Waoenaer, Secr'.
Rijktarehief.
1648 74
LXXXII,
EXTRACT UIT DEN BEIEF VAN DEN KEBKEKAAD
OP FORMOSA AAN DE CLASSIS AMSTERDAM,
3 NOVEMBER 1648.
(Antwoord op den brief yan de Olagsis 1647.) Zie Archief H pag. 187.
LXXXIII.
DE KERRERAAD TE TAYOUAN AAN DE OEDEPUTEEBDEN AD RES INDICAS UIT DE CLASSIS AMSTERDAM.
Zij worden te onrecht door Junius beschuldigd yan traagheid. De materie en yorm van onderwijzing, door Janins gebruikt, was gebrekkig. Daartegenover stellen zg hunne formulieren en de goede vruchten daarvan. Tegenwoordige gunstige toe- stand van Eerken en Scholen. Onderwas in de HoU. taal. De Classis moge in hunne afwezigheid hun goeden naam handhaven.
Zij kunnen het plan van Junius om predikanten voor Formosa op te leiden, als zijnde onpraotisch, niet aanbevelen.
Tayoüan, 3 November 1648.
D. E. Broederen gedeputeerden OYer d^ Indische kercken uyt d' Classe van Amsterdam,
Eerwaerde, Godvruchtige, wijse, discrete, seer geleerde!
'Tis nu ettelycke jaren, dat de communicatie deser Kercke met ÜEE., we'n weten nauwelycks door wat toeval, opge- houden heeft , immers en is sulcx by ons niet onderlaten
75 1648
door traecfaeyt, veel min door onwil, maer veel eer omdat we gelooft hebben, dat ÜE. door de goede sorge der broederen van Batavia soo overyloediglyck van alles be- deelaebtight wiert, dat onse letteren, indien niet tot last, ten minsten overtollich mochten sijn. Evenwel de nieuwe occasion hebben gemaeckt, dat wy ons verstouten, dese I7E. toe te senden. Want soo verre buyten verwachtinge , als de saecke selfs is buiten waerheyt, sijn ons desen jaere van Batavia toegekomen verscheyden klachten over het verval des Christ^ndoms op het eylant Formosa. Clachten over soo swaren schuit, dat het ons sij stoffe van 800 groote verwonderinge, dat oock d'selve by imant geloove hebben ontmoet. De EE. Hoeren Bewinthebberen ter camer Amsterdam seggen in den haaren aen d'EE. Hoeren Generael ende Raden van Indien, dat by den predikant D*. Robberto Junio aen de E. gecommitteerden van de E. Comp. in substantie sij vertoont onder anderei dat opt stuck vande verdere aenplantinge van de Christe- lycke Religie onder die blinde menschen en heydenen, niet alleen niet en wordt geleth, maer oock aldaer seer Quam te vervallen, tgunt met veel moeyten en arbeyt aireede soo verre gebracht was. D' EE. broederen van Batavia berichten ons dat dit UE. formalia sijn aen haer E. over hetselve poinct. Ondertusschen soo is ons vreemt voorgekomen, dat van eenige int particulier aen particuliere seer nauw is bekent gemaeckt den staet van Christy Eercke op Ilha Formosa, met groot beklach, evenals off daer by nae alles door gebreck van leeraers verlooren gingh; — dat in de plaetse van D*. Juni eerste dienst binnen een geheel jaer niet een predicatie gedaen en wierdt; — dat men in Formosa maer alleen traghtede om wat nieuws te winnen en geen sorge en droech om tgewonnene te be- waeren , ende datter vreese was, indien geen andere middelen ter hant genomen wierden, het Christendom daer als inde wiegè blijven soude, geljjck ons sulcke extracten in plena synodo alhier, tAmsterdam, dit jaer sijn voorgelesen. Ghy siet Eerw. Broederen ! dat hier den roem van Qodts genadigen
1648 76
zeegen over de Formosansche Kercken, de eere des E. Kerekenraets, den getrouwen dienst en christelycken iver van ons allen in verschil getrocken staet. B5'sonderlyck werd hier aengetast den goeden naem des Eerw. D"*. Johannis Happartii ende D'. Johannis Bavii, die by vele smertelycke geleden ongemacken, na haere gesonde leden, ten lesten oock haer leven selffs ten dienste van Formosa hebben opgeoffert. Wen moeten niet gedoogen, dat onsen thalven de waerheyt onbetuyght blijve ende de eere van soo be- gaefden instrument, ons soo waerden medebroeder, als by naemen D. Happartius geweest is, ten proyewerde vervoert, en dat door eenen, die hem danckbaerheyt behoorde op te dragen over de voorgenomen en ten deele aengevangen verbeteringe sijnes soo gebreeckelycken nagelaten werex. Wy maecken ons dan sterck al de werelt te doen tasten, tegens het vertoogh Ds. Robberti Junii, dat op het stuck van de vorder aenplantinge van de Christelycke Religie onder die blinde menschen en heydenen immers is geleth, en datter niet en is vervallen van 'tgeene dat met veel moeyte en arbeyt reets soo verre gebracht geweest. Jae wy sullen verder betoonen, datter noyt naer behooren op de aenplantinge van de Christelycke Religie en sij geleth, als sedert het vertreck D«. Robberti Junii van Formosa. Te desen eynde sullen uwe met den anderen confronteren de materie^ de forme en de affecten des onderwijs, soo se by Junii tijd waren en op heden noch sijn.
De mateiie des onderwijs tot opbouw des Christendoms by D*. Junio uytgevrocht, werdt ganschelyck vervath on- der gebeden^ vraeghstucken ^ predicatien en liturgie^ nevens een groot vocabulaer. De gebeden sijn „Onse Vader", (nevens de articulen des Gelooffs en thien Geboden) voor en na den eeten, morgen en avont gebeth neffens ses corte gesangen, alles in seecker a. b. c. boeck ons voor- leden jaer in druck uyt Nederlant toegesonden, onder desen tytel: „^, £, C, Boecky twelck sal geleerd worden de ^kinderen der Christenen inde dorpen van Do. Rótbertus Junius padre qui Deos*^ (met welcken naem D^. Junius de
77 1648
propheten ende apostelen te noemen plagh) Jnde stadt Délfff* De gebruyckte vraeghstucken sijn korfc en slordigh; want wat de groote belanght, sijn maer weynich voor zijn vertreck in gestelt en enelyck eenige leeraren daer in onderweeen. De predicatien die des sondaechs soo voor en naer het vertreck D*. Junii inde dorpen wierden gelesen, sijn in allen drie, over psalm 50: 15 1), psalm 116: 12, over het eerste Qebodt des Wets. Tot de ZtÏMr^i^ behooren de formulieren des Doops ende des Huwelycxs en eenige gebeden. Dit sijn alle de stucken die den veertien jarigen arbeyd D*. Junii heeft gebaert, en te gelijek alle denvoor- raedt daer sgn E. sorgdragende harte ten tijde sijns ver- trecks Formosa mede voorsien gelaten heeft. En hier op heeft sijn E. sich niet ontsien in sijn meergemelten remon- strantie te vragen, wat kan hier op anders als een goed werck werden gesienP XJEE. en gelieve hier mede niet te wachten, dat wy tot beweeringe vande verdichte on waer- heyt der betichtinge Junii souden drgven, dat alle dese dinghen (hoe weynich die oock sijn), by hem Junio ge- concipieert, noch heeden in de schooien werden geleert. Seecker D. Johannes Happartius heeft de ongenoechsamheyt der vraeghstucken Junii, der verdere slordicheyt van het gantsche werck ende die quininge die dit, in plaetse van goedt voedsel, in de zielen der Formosanen noodtsaecklyck naerlaten most, al te grondich gevat, dan dat sijn E. op deselve losse gronden aenbouwen sou. Is over sulcx , naer speeiael ondersoeck der gemelte vraechstucken by vollen Kerckenrade, de Eerwaerde Ds. Symon van Breen en D. Johannis Happartius een formulier des Christendoms onder de Formosanen te coneipieeren aengeraden, ge- Igck dan by D' van Breen (naer de methode onses cathegismi) het eerste ende tweede deel, by Ds. Hap- partio het derde, aengaende de Christelycke danckbaerheyt, in seecker getal korte, klare en bondige vragen begrepen is. Dit werck is int Formosaens overgeset ende in plaets
1) Zie III. p. 812.
1648 78
der vraechstucken D. Junii in de schooien ingevoert. Ende aengesien men onder d'handt vernomen heeft, dat byson- derlyck de memorie van bejaerde luyden soo verre niet te vergen en was, en dat de vraechstucken D. Junii hier toe niet behoorlyck en waren gequalificeert, soo is voorleden jare by den predicant Daniel Gravius , uit het nieuwe werck, terstondt gemeld, een cort formulier uy tgetrocken , welck den bejaerden van buyten te leeren, is opgeleyt. 1)
Wat betreft de gebeden D** Junii, die sijn tweederlij; sommige maer by sijn E. overgeseth, sommige, jae meest alle, by hem oock gestelt. Tot d'eerste behooren het „Vader Onse", waerby 't Geloof ende de Weth Godts. In desen heeft sijn E. soo ongeluckelyck gehandelt, dat het by wijlen cant noch wal en raeckt, 'twelck immers in een predicant niet over te sien en is. Sijn E. en heeft somtijts niet weten beden van belijdenisse te onderscheyden, gelijck in plaetse van: „Uwen name worde geheyligh'', is selfs in hetlaetste overgesonden A. B. C. Boekjen geset; „Wy loven uwen name"; dit sij tot een staeltgen genoech; hierom dan heb- ben mede dese gebeden door D" Happertium een andere gedaente moeten ontfangen. De verdere gebeden, die oock ten aensien van hare materie Junium erkennen voor een autheur, sijn wel van allen tijden geoordeelt van seer schrale stoffe, evenwel noch gebruyckt tot dit jegenwoordich jaer, in het welcke den predicant Daniel Gravius, met hulpe van eenige taelkundigen, alle de gebeden, beyde ten schoole en ten kerckendienste vereyst, naer onse vader- landtse formulieren int Formosaens heeft overgeset.
Alsoo is mede door den selven gehandelt met de formu- lieren des H. Doops ende des Huwelycx, die soo verre van de vaderlantsche afwecken, datser by nae geen gemeyn- schap mede en hadden, behalve datse oock wegens de tale by niemant en wierden verstaen.
Wy komen tot de drie predicatien, daer wy ons menichmael van Junij wegen schaemroodt over hebben gevonden, hoe dat
1) Dit itok il niet meer aanwezig,
7d 1648
sgn E. van zijn gemoet hebbe cunnen vercrijgen, vertrec- kende, dit teere Christendom soo mageren voorraed te laten, 't Geeft ons rechtvaerdige oorsaecke van twgffelinge off by sijn E. oock wel oyt meer wel gefatsoeneerde predicatien sijn gestelt geweest, want wy en durven niet vermoeden dat sgn E. dien soo nodigen arbeyt, en op soo een tijt, de hongerige Formosanen sonde hebben onthouden. Tot dit getal isser van D* Harpartio toegedaen vijff, item de vraegstucken over het derde deel onses Cathechismi ; verscheyde gebeden, historische vraegstucken, de vragen van Aldegonde en per ticulierlyck de oversetting van het Evangelium Matthei in het Formosaens, een werck van soo gróoten arbeyt, loffe- lycke successen ende noyt volpresen gebruyck . dat dat al- leen machtich zij den ongemeynen iver ende de onvermoeyde naersticheyi des meergemelte D* Happartii tegen alle tegen- spreeckers te verdedigen; oock sijn by den proponent D* 01- hoff negen predicatien, meest over de articulen desgeloofs, gestelt.
Wat belanght de forme vanonderwgs, die is inde dorpen, tot den verleden jaere toe, gehouden meest op den selven voet gelijckse van Junio was ingesteld , dan dat den tijt van onderwijs, beyde van kinderen en bejaerde, een weynich is verlenght. Al het volcq inde dorpen, soo vrouwen als mannen, was verdeelt naer de gelegentheyt der dorpen selffs; die van Sinkan in vijff, die van Baldoan in vgff, die van Tavokan in vijff, die van SoeJangh in thien, die van MaUauw in seven, die van Tevarang in vijff deelen. Dese quamen alle ter schooien, ider deel sijn besondere weeck; de mannen smorgens voor dagh met thanen gekray, en wierden ten tgde Junii inde gebeden en vraechstucken geleert twee glasen, dat is een uyr tijts. De vrouwen in deselve dingen des naermiddachs ten vieren, gelijcke lanck- heyt van tijt. De kinderschoolen (die nu ontrent eens soo sterck sijn als doen) namen haren aanvancq een uyre nae dagh en duerden 4 glasen. Hierby sijn gekomen de predi- catien Junii, die sijn E. sondaechs ordinaerlyck deede in het een off het ander dorp, in welcke predicatien D* Ju-
1648 80
niu8, gelijck wy bericht sijn, int gemeen declameerde van de zeeden der Heydenen , van hare offerhanden ensoovoorts, sonder dat oyi; naer behooren de gronden des Christendoms hebbe opengeleyt. Wy geloven oock dit bericht ten deele, eerst, omdat we onder de gemeyne Formosanen geen ken- nisse altoos en vinden, die een goed onderwijs waerdich sij; daemae omdat oock de drie predicatien Junii, hier als een bysonder schadt gelaten, van gelijcke stoffe sgn. Wat aengaet verscheyde onordentlyckheden omtrent den uyter- lycken godsdienst, als dat het volcq, wanneer D"* Junius de kerck in trat al te samen op stonden, sigh voor hem booch; dat noch getuygen, noch ouders selfs stondt over den doop der kinderen; dat er voor de bevestiginge des huwelicx geen gebooden en wierden geproclameert en an- dere meer, hiervan en achtewe nauwlicx waert te spreken. Dit is dan al wat oyt tot de bekeringe van de gemeene menichte der Formosanen tot op den dagh des vertrekts D® Junii en een wijle daer nae is ter handt gevadt, waer uyt U£. lichtelyck affmeten cunt, datter ten principalen niet tot informatie des verstandts, maer alleen der memorie gearbey t sij , en dattet oversulcx niet en is als windt bree- kerye, daer men in Nederlandt nu reeds lange een iders ooren mede heeft vervult, 't Is waer^ dat oock D" Junius omtrent vijftich stucx jonge manschappen, eenigen cleynen tijd voor sijn E. vertreck, uyt alle dorpen heeft uytver- kooren en 't sijnen huyse in Soelangh de fundamenten der Christelycke Religie uyt sijne groote vraegstucken , waer van boven, begonnen te verclaren. Dese sijn naerderhant by sijn £. onder de duytsche schoolmeesters inde scholen inge- voert om de Formosanen het onderwijs te smaeckelycker te maecken, wanneert haer door haer eygen natie wierdt toegedient; en dit selff, hoe schoenen oogh D* Junius ge-* tracht hebbe 'tselve te geven, is nochtans tot roock ver- dweenen, want byna al dese genoemde leeraers sijn door schandelycke faulten als ordutare (sic) dronkenschap, hoer- dom, overspel, dieveryen en 'k en weet niet wat, van hare ampten gedeporteert, jae eenige van haer in de ket-
81 leté
tiDgh geraeckt. Wen seggen dit niet, als off wy het beleyt van Oodts voorBienicheyt over dese luyden Junio ten schulden wilde toemeten, maer alleen om de stou- ticheyt Junii te retundeeren, die sich niet en ontsiet onbeschaemdelyck in sijn remonstrantie te seggen, dat by deese leeraers alleen het werck op Formosa noch staende gehouden werd.
't Is oock waer, dat even met die selve gasten het H. Avontmael een a twee reysen by Junio gecelebreert , maer en is selfFs bij sijnen dycipel D"". Johannes Bavius, hoe naerstich dat hy oock in het doopen op Junio voet- stappen hebbe geinsisteert, niet eens meer achter volcht, sijnde de hoedanichheden deser nieuwe ledematen soodanich , dat sich een ider derselver schamen most. Wy achten dat U. E. hier vast in verwagting seyt, wat wy dan sullen seg- gen van den Doop aen soo veel duysent menschen gedefe- reert. Niet anders , E. Broederen , dan dat wy Godt dancken , dat die menichte der Formosanen van ons niet en sgn ge- doopt; — dat se ordinaris op de bloote memoriale kennisse der vraechstucken D'. Junii en ten aensien van haer leven op 't getuygenisse van een Duytsman, die in ider dorp licht en niemand en kent, noch kennen en kan, den E^ Doop ontfangen hebben, en sal D*. Junius niet loochenen. Waer uyt dan oock is ontstaen , gelijck men de inwoonderen van 'tgeberghte door alle gevoegelycke middelen tot de naest gelegenste dorpen heeft gelockt, dat onder die veele van andere tale sijnde 'onder d'andere gemengt, en hebbende als mede na den gemeynen sleur de vraechstucken Junii gelijck een exter leeren clappen, niet weynige den Doop is gedeffereert op haere belydenisse in een tale die haer gansch onbekent was, gelijck den predicant Daniel Gravius ver- klaert alsulcke gedoopte Tevorangers verscheyden te hebben ontmoet. En seecker t'en schijndt niet dat D*. Junius selffs veel wercx van sgnne nieuwe Christenen hebbe gemaeckt, hebbende sgn E. twee Lameytse jonge dochters, tsijnnen huyse onderwesen ende opgevoedt, de eene aen een swarte jongen , sijn slaeff , den anderen oock aen eenen ongedoopten
6
1648 82
Chinees ten huwelyck beateet; oock een Lameyisen jongen aen een Caffer in dienst gegeven. Hier uyt kunnen U. E. van selffs lichtelyck een besluyt trecken, belangende de effecten van D*. Junii veertien jarigen dienst, dewelcke offse schoon niet tenenmael en sijn te veragten, nochtans de billicke verwachtinge op zoo langduyrigen arbeydt in geen van haere deelen en beantwoorden.
Wy soudent hier by in dese termen wel cunnen laten be- rusten, maer opdat claerder blijcke hoe dat successivelyck al tij t tot verbeteringe der schooien en kercken, daerse sijn, en tot invoeringe van nieuwe, ter plaetse daer se niet wae- ren, gearbeydt is, sullen by dese occasie UE. insgelycx den jegenwoordigen staet onser schooien en kercken wat breder ontleden.
't Is dan soo , dat des E. Compagnies interessen de be- vredinge der woeste en barbarische Favorlangers ten hooch- sten vereysschende, ende de ervarentheyt loerende, dat sulcx by wegen van wapenen nauweljjcx te hoopen was, den E. D«. Simon van Breen, doch met een intent sijn dienst convenabel, in den jaare 1644 derwaerts vertrocken is. Onder welcke wilde menschen sijn E. binnen den tijt van twee ende een halff jaer sulck een besaeghdigden en menschelycken wijs van leven heeft geplant, dat niet alleen de geïntendeerde bevredinge, maer oock de vrucht van ses wel geregelde schooien van sijnen gesegenden arbeyt sij gepluckt, — schooien welcker discipelen inde gebeden, arti- culen des gelooffs, thien gebooden, mitsgaders in seeckere corte Favorlangse vraechstuckjens, item lesen en schrijven, soo uytnemende gevordort sijn, datwe, de waerheyt ons sulcx affdwingende, moeten bekennen, datse alle andere schooien van Pormosa verre overtreffen. Hier nevens heeft sijn E. tot uytvindingh van de gronden der Favorlanghse tale inder maten g'arbeydt, dat ons by sijn E. seeckere dictionarium is vertoont, vol bewijsen van singuliere in- dustrie en onvermoeyden neerstichey t. Seecker, hoe wel alle comp aratien odieus sijn, soo zullen wy echter ons verstou-
83 1648
ten, tot loff van onsen nu gemelten meede broeder, hier by te voegen, dat wyin verscheyde effecten I>. Junii veertliien jarige woelingh in Favorlangh hebben sien krimpen in een minder als drie jarigen vrucht, en onder dese bysonder-
]yck de kennisse van de 1) der tale, welckers eerste
beginselen in de Sinckanse noch byna te soecken sijn. D*. Junius vergelijcke nu dit ons getuygenisse met sijn E. indiscreet en liefdeloos seggen, dat D*. van Breen hondert gulden ter maent geniet, waer voor in Favorlang niet uyt en richt, maer enelyck de taele leert. De voortplantinge van dit soo loffelyck begonnen werck werd op heeden door den Eerw. D**. Jaoobum Vertrecht neerstelyck achtervolcht. De Heere onse Godt wil sijnen persoon ende arbeydt met gesontheyt, wijsheyt en voorspoet zegenen.
De verdere dorpen sijn in tweên verdeylt, sijnde Soelang^ Sinkafiy Bacloan ende Davokan den predicant Daniel Gra- viuB, Mattauw^ Tevorang^ Dorko^ Tilocen D*. Anthonio Hambroeck gerecommandeert, welcke dorpen voorleden jaer op een en d'selve regel sijn gebracht, sgnde den tgt tot onderwijs der kinderen, nae de vaderlantsche wgse, van amorgens tot den middach, ende dan weder naemiddags van vieren tot den avont, van de ouders geimpetreert. Dese kinderen sgn sedert Februari) laestleden in de fundamenten van de Nederlantsche tale begonnen onderwesen te werden, tot een preuve off misschien soo heerlyck concept mogen bereycken ende, 't welck op heeden ongehoort blijft, an- dere volcken onse tale deden spreecken, waervan seecker soo prijsselyeke beginselties werden gesien, datter de ge- wenschte effecten by neerstich achtervolch niet duysterlyck in te lesen sijn. Tot fundamenten onser hoope sijn, dat de Formosanen stercke memoriën hebben, datse onse tale tot verwonderens toe promptelyck uytspreecken , datser seer toe genegen sijn, dat het ons in dit geval noyt aen be- qaume schoolmeesters ontbreecken sal, datse onse tale door onse onderhandelinge lichtelyck sullen onderhouden.
1) WeggeTallen » 1. gronden (?)
1648 84
De bejaerde comen ter schole in al de dorpen om de vierde weeck, blijvende echter smaendacbB gehouden alle te verscheynen sonder onderscheyt, tot de repetitie; de de mannen met haenen gekray voor dag vier glasen; de vrouwen savondts te vieren, insgelycx vier glasen, en werden in de gebeeden en vraechstucken geleert. Sondaghs werdt altijt een predicatie voorgelesen en nu by wijlen door den predicant Daniel Gravius gepredickt. Bysonderlyck is by denselven nu aengevangen analitice predicatien te stellen over den ganschen Gathechismus, waerby achter ider son- dagh omtrent hondert corte vraechjes uyt de predicatien getrocken sgn, door welcke seecker getal persoenen, int aenhooren van de gantsche gemeynten, werd geëxamineert. Dit selve werd in d'andere dorpen sijnes districts by de schoolmeesters op gelijcke wijse gepractiseert; seven deser predicatien sijn op heeden maer voltoyt. Daerenboven sijn- der omtrent dertigh Davokanders, en noch soo veel vrou- wen, niet langh uyt het geberchte in Sinckan gesackt,die de gebeden en vraechstucken in de memorie hebbende, eens sweeks in Soelangh verscheynen en tot den Heyligen Doop bequaem werden gemaeckt.
Dit is E. E. Broeders, den staet der schooien ende kercken op Pormosa, die wy echter hopen en vertrouwen, dat door den bysonderen iver der jegenwoordich alhier aen- wesende predicanten, int korte wellicht een andere ge- daente mochten erlangen, sijnde nu meer als oyt begonnen gewrocht te worden op het verstand, Wy meenen oock, dat uyt het verhaelde onse voorgenome conclusie onweder- spreeckelyck volcht, namentlyck datter op het stuck van de vorder aenplantinge van de Christelycke Religie onder de blinde menschen ende Heydenen immers is gelet, en datter niets verlooren is van ^tgunt met groeten arbeydt reets gewonnen was, waer uyt dan U.E.E. mede sult kun- nen den caracter D*. Junii als in een levendige schilderye beogen, hoe dat zijn E. de christen werelt eenmael geim- poneert hebbende, als wantrouwende aen de bestendigheyt van sijn eens ten onrechten vercregen [roem]^ syn eere
85 1648
gaet Boecken in de schande sijner medebroederen, ende de bouwvallicheyt sgns ydelen roems bemerckende, denarbeyt sijner collegen, hem selve gaerne ten buyte maecken sou. W^en kennen oock niet onderlaten U.E.E. ons misnoegen bekent te maecken over de vermetenheyt van meergemelte D^ Junius, in verscheyde sijnne letteren uytgedruckt, daer sijn E., sonder waerheyt en liefde, beyde sgne Mede- broederen ende onse Overheden, — onder die eenige, die seecker te wel van de Kercke hebben verdient en noch steets verdienen, — onwaerdelick fluigert (sic) en tradu- ceert. Ons emstigh versoeck op U. E.E. is, dat U.E. E. sich in onse absentie gelieve te stellen tot patronen en voorspraecke van onsen goeden naeme, ende dat tot dien eynde dese onse letteren van verantwoordinge in plena Sinodo werden gecommuniceert, opdat ons onschult ter selver plaetse daar onse beschuldinge is ingebracht, blijckenmach, waermede ons dienst, eere ende vruntsehap geschieden sal. Twelck, opdat het tastelyck en sienelyck werde gemaeckt, 800 sgn te raede geworden U. E. E. het volgende jaer alle de stucken in desen gementioneert, nevens andere nodige bewijsen, over te maecken. U.E. E. gelieve oock voor het toecomende van ons te verwachten, dat we al onse krachten ende vermogen, achtervolgens de mate der gave van Godt te ontfangen, ende onse schuldige plicht met vreugde sullen aenleggen tot bekrachtinge en vorder uytbreydinge van het Coninckrijcke onses Heeren en Salichmaeckers Jesu Christy, waertoe wy onse persoenen ende diensten emstelyck be- velen in U.E. E. heylige gebeden tot Godt.
Maer noch isser iets overich, twelck wy om verscheyde redenen oordelen noodich te sijn aengemerckt, namelyck over het versoeck door D*. Junius aen de E. E. Heere Be- winthebberen gedaen om eenige, tsij proponenten, tsij pre- dicanten ten laste der E. Comp. in de Formosaense of liever Sinkanse spraecke te onderwysen. Want offschoon het ge- pretenteert effect niet te verwerpen sij, soo achten wy (onder verbetering) dat het in Hollant off gans niet, off immers niet soo wel als op Formosa selffs te berey eken zij.
1648 86
Hoe Bal doch D"". Junius dit int werok stellen P Sal taijn by wegen van ommegangh, of by grammaticale instructie? Wie en weet niet, dat het eerste in Nederlandt onmogelyck is, en het laaste difficyl, verdrietich en van langen tijtP Behalven dat we ten vollen verseeckert sijn, dat de gron- den der Sinckanse spraecken Junio selffs noch onbekent zijn. En waerom heeft D'. Junius dit selve van D*. Ba- vium, sijnen discipel, op Formosa selffs niet in twerck ge- stelt? Hier comt noch by, dat in alle gevalle, maar ineen off twee predicanten op Formosa kennisse der Sinkanse tale werd vereyst, spreekende met de inwoonders der an- dere gewesten een eygen tale, die met dese geen gemeen- schap altoos en heeft. Opdat wy nu niet en seggen van het ftindament D*. Junii, twelck buyten alle waerheyt is, namentlyck, dat de predicanten, soo lange zy de taele niet en verstaen, op Formosa onnut en ondienstich sgn; want off schoon by haer niet gepredict en werdt, soo kunnen echter tot onderhoudinge der schooien, regelinge der dor- pen in welgeschicktheyt van zeeden, en besorginge van den uyterlycken kerckendienst, soo niet ten vollen, evenwel byna soo veele toebrengen als ofse derselver tale cundich waeren, gelijck immers tgansche Favorlangse geweste, in soo weynich tijts soo verre bevrocht, daer een onweder- spreeckelyck bewijs van is. UE. E. dan en sult noch onse Kercken ondienst, noch d'E. Compagnie schade toebrengen by aldien ü. E. E. naar U. E. E. wijshey t en voorsichticheyt dese ... 1) dige voorslagen D». Juny by d'E.E. Heeren Bewinthebberen stuyt.
Eerweerdige, Godvruchtige, Wijse, Discreete, seer Ge- leerde Medebroeders, U.E. E. persoenen en diensten Gode in genade bevelende, blijve onveranderlyck. (Onder stont) XJ. E. verplichte en dienstwillige medebroeders. Was onder- teyckent Simon van Breen, p. t. praeses. Daniel Gravius, p. t scriba. Anthonius Hambroeck. Eduard Aux Brebis,
1} Weggeyallen.
87 1649
onderlingh. Philippus Heylman, onderlingh. Comelis Tan Dam, diacon. Lowijs Isacksz., diacon. Ter sgden stondt in Tayouan den 3 November 1648.
Naer gedane collatie is desen met sijn principalen accorderende bevonden in Tay- ouan den 3 Novemb. 1648.
Onderstondt
Stmon van BB£EN«
Naer gedane collatie is dese met sijn geautentiseerde copie d'accordo bevonden.
Int Gasteel Bataviay den 19 Januarij 1649.
Z. Waginaee,
Secr.
R^ksarcMêf,
Het H.S. is door vocht beschadigd en soniB moeid^k te ontcgferen.
LXXXIV.
EXTEAlCTEN uit de ACTA DEE classis AMSTERDAM.
Jastifioatie van Bob. Junius.
1649 80 Angs. Hebben oock hare E. E. Gedeputeerden den E. Classi bekent gemaect^ dat D. Robertus Junius hier is geweest end' geseyt heeft, dat schrijven sonde comen uyt O.-Indien, waerin sijn E. met swaere beschul- digingen wort belast, end' versocht, dat hem sulcx soude aengesecht worden, opdat hy hem voor dese vergaderinge soude moogen verantwoorden. Dat schry ven gecomen sijnde heeft de E. Classis geadviseert datmen Ds. Roberto Junio daervan de wete sal doen ende schry ven, soo hy met onsen Classe daerover wil spreecken, wanneer dat onse Classis wederom sal vergaderen.
1649 88
1649 6 September. D. Roberto Junio verscheenen sgnde, is gelesen een brief van de Eercke op Ilha Formosa, waer in sy haer beclagen over den persoon D. Junii, ende sijne remonstrantie aen de XVII, waer in sy meynen in hare eere geraect te sijn, beschuldight van yverloosheyt, ende gebreck van neersticheyt, waer door de stichtinge van de Kercke op Ilha Pormosa niet voorwaerts, maer eer acbterwaerts sy gegaen. Beschuldigende hem selfs van verscheyden dinghen , waerin dat hy hem wel anders hadde mogen dragen, ende seer vercleynende sijnen arbeyt in de stichtinge van die Eercke aengewendt, ende verachtelyck daer van spreeckende, ende daertegen haren arbeyt ende neersticheyt defendeerende; begeerende dat desen brief oock in den Synodo soude gelesen worden.
Waer op D. Junius gehoort sijnde, heeft hem over dese beschuldigingen verantwoort, ende verhaelt in corten, hoe hy de bekeeringe van die blinde Heydenen gepractiseert ende beneersticht hadde, hem beklagende, dat hy van haer soo swaerlyck, end' doch te onrechte beschuldight wiert.
De vergaederinge des Classis, alsoo voor dezen niet dan goet end' loff van D. Junio heeft gehoort, twelc sgne ge- tuygenissen, die hy van de Eereken aldaer heeft mede gebracht, hebben bevestight, ende hy oock heeft gehoort sijne verantwoordinghe , heeft geoordeelt dat dit schryven komt wt eenen quaden grondt, ende dat de autheurs daer van de liefde grootelycx vergeeten hebben , ende ten onrechte sijnen dienst soo vilipendeeren.
Ende dat men, om den brandt, die wt desen soude moogen ontstaen, tot verhinderinge van de stichtinge der Eercke, te blusschen, Ds. Roberto Junio sal aenseggen, dat gelyck dese E. vergaderinghe altyt een goet gevoelen van hem heeft gehadt, datse alsnoch soo doet, ende hem voor een goet, stichtelyck ende yverigh Predicant houdt, ende sijn E. voor sijnen ghetrouwen dienst bedanckt Begeerende dat sijne E. dese beschuldigingen niet en will' ter herten nemen, maer verachten en vergeeten, ende niet
89 1649
meer roeren, daertoe Bijne E. hem ganBch gheneghen yer- klaerde, end daerom sulcx oock belooft heeft. Ende wat de Br. in Ilha Formosa belanght, dat onse Gedeputeerde aen haer sullen schryven, dat wy over dit schryven sgn bedroeft, gaende regelrecht tegen D. Junii kerckelycke getuygenissen , die hy medegebraght heeft, waerin hy seer gepresen wordt; wt welck haer schryven niet dan groot quaet kan ontstaen. Ende voorts haer vermanen , datse aen sulcke beschuldigingen tegen D. Junium niet meer en hefteen, veel min, gelyck sy schryven voornemen te sijn, deselve saecken te bevestigen , twelk niet dan groote moeyten soude geven, ende het eene schryven op het ander, sonder vrucht, maer niet sonder groote schaede.
Naar Acta Classis Amsterdam. 1645 — 1655 p. 41 en volg. Invent. II. a.
Inden inventaris genoemd: y^Extract brieven der buitenl. Kerchen.^^
Archief CiassU Amiierdam»
1649 90
LXXXV.
BEIEF VAN DE CLASSIS AMSTERDAM AAN DEN KEEKB- BAAD VAN TAIOUAN.
Mei ongenoegen merkte de ClasBis de scherpheid van hun Bohrijven van 8 Nov. 1648 op. Hei is niet prgzenswaardig een ander te vilipendeeren , die tooh een der eerste refor- mateurs van Formosa was. Wat doen zg anders dan hetgeen waarvan zg Jonins beschuldigen? De Classis toont met de stukken aan, dat Junius hun aanklager niet was. Wenscht dat het twistgeschrgf ophoude, en heeft daarom ook Junius verzocht hun brief onbeantwoord te laten. Aanmaning tot vrede en eenigheid.
8 Ootober 1649.
Eerw.j godvr.^ seer gel. ende voorsienigemedfèr. ende arheyders in het werck des Heer en!
Wy hebben UEE. missive van 3 Novemb. 1648 ont- fangen, by de welcke de selve haer excuseeren, datse in etlycke jaren aen den Classis niet hebben geschreven, dewyF sy wel geweten, dat de Broederen op Batavia den toestant vande formosaansche Eereken van tijt tot tijt ons hadden bekent gemaect. Maer niet tegenstaende dat sulcx geschiet is vande Br. op Batavia, so sal nochtans UEE. correspondentie ons mede in het toecomende seer aengenaem sijn, dat vertrouwen hebbende datse niet sonder vracht sal sijn, seer vriendelyck oversulcx versoekende, dat UEE. daerin believen te continueren; wy sullen oock aen onse zijde in geen gebreecke blijven end' toonen dat wy genegen sijn UEE. met raet end' daet behulpelyck te sijn. Maer wy hadden gowenscht dat desen uwen eersten met meerder liefde , en niet met eene so scherpe penne geschreven was tegen een van UEE. medebroeders ende arbeyders , inden wercke des Heeren, D. Bobertum Junium, die over eenige jaren
01 1649
met seer goede getttygenisBen wt O.-Indien wederom tot ons gecomen is, ende dese onse ende d'E. Classis tot Walcheren yolcomene satisfactie gedaen heeft, daervan hy ooc voor sijne getrouwe diensten bedanct is, ende nu noch staet in goeden naem ende faem by sgne gemeynte tot Delft.
Wy hebben wel met vreuchde uyt TJEE. missive ver- staen de groote neersticheyt end goede yver van TJEE. persoenen om het Christendom onder de blinde HeydoDen in het eylant Formosa voort te planten, end' datGodXTEE. arbeyt merckelyck is zegenende. Wy dancken Gode daer voor, end' bidden Hem, dat hy TJEE. oock voortaen met aijnen H. Geest wilF bywoonen ende sijne segen over TJEE. arbeyt ende diensten laten overvloedigh sijn, tot winninge van veler menschen zielen. Maer wy verstaen ongeem,dat ghy daer by een ander veracht, ende sijne dienst vilipen- deert, die nochtans een van de eerste reformateurs in t'selve eylant geweest is, ende veel blinde Heydenen uyt de duystemisse tot het licht der waerheyt gebracht heeft. Die oock goede kennisse van de vreemde talen gehadt heeft; dat wy so veel meer moeten gelooven, dewyV sijn E. veertien jaren lang in Formosa met lof gestaen heeft, volgens de goede getuygenissen die hem gegeven werden.
TJEE. claegen oock, dat van voors. D. Junius haer arbeydt ende yver, mitzgaders den segen Gods over de Formosaensche Eereken in t wijffel getrocken werde, maer Br. wat doet ghyl. anders in uwen brief, als oock het selve by ons? D. Junius ontkent sulcx by TJEE. gedaen te hebben. Het blijct oock, dat dat selve niet by hem, maer by D. Rap- partus 1) end' D. Bavius geschiet is. Want D. Rappartus schryft 1645 deu 28 Octobris aen een ouderling op Batavia deze woorden: ^Belangende den staet der Kercken in Formosa jfSoude veel te schryven sijn; my duncty D, Junius vry ^gemist tcort^ ende vresen dat de goede beginselen meer ver- „vallen sullen als toenemen ^ alsmen meer hesich is om wat „nieuws te winnen ^ als om het begonnen te hewa^eren ende
1) Lees Happariai.
1649 92
yfionderhouden, Sincan, Backluan, Tavacan, de plaetsen van jfD. Junii eersten dienst ^ sijn als verlaten. Het opsicht is my ^bevolen^ moer door onkennisse van tale^ oock noch altyt y^sieckelyck y ende aen den dv/ytschen dienst van Hcasteél ge^ yfmiden sijnde^ kan weynich vrucht schaffen, Voorseyde dor-- y,pen hooren binnefi ^tjaer niet een predicatief worden meest ^door schoolmeesters geleert^ die dickmael slordigh van leven jiSijn^ so dat ick vreese^ in dien niet meer predicanten ge- ^sonden werden ende andere middelen gebrmjct , het Christen^ y^dom hier inde wiege blyven saly nam:
„Non minor est virttis^ qtuxm qtioerere parta tueri^ Dus verre D. Rappartus.
Ds. Bavius, in sijn missive gedateert den 9 Novembris 1644, doleert mede dat den Zoulandschen kerckenraet, van D. Junio gestelt, geabandonneert sij, de President voorgevende van hem niet was geapprobeert. Dat de propo- nent Mirkinius, sijn bedieninge door persuasie van eenige verlatende, hem was onttrocken ende in Sincan geleyt, om D. van Breen (die 'tvolcomen gesagh over Sincan ^ Baccan ende Tava^xin wilde hebben, alhoewel noch niet een woort van de tale kan) t'assisteren. In dien selven schryft hy, dat een groote eclipsis in den loop des H. Evangeliums gecomen is; item „het staet te bedughten, indien dit ge- continueert hadde, dat dit heerlyck werck niet alleen ver- achtert, maer geheel tot niet soude geraect sijn" etc.
Wat dunct UEE. nu Broeders? Hebben UEE. dan niet by de beschuldiging D. Junii op een verkeert fundament gebouwt, als soude D. Junius [de] eere, yver ende goede diensten D. Rapparti ende D. Bavii vercleynen, die noch- tans de geene sijn, die de claghten gedaen hebben P D. Junius heeft oock D. Rapparti brief in Synodo niet ge- lesen, gelijck hy beschuldight wort; dat is van een ander predicant geschiet, sonder kennisse D. Junii, op begeerte des E. Syoiodi, daervan UEE. wel magh verseeckert sgn. Voerders maect UEE. bekent de materie en forme, ofte maniere van onderwijsinge, die D. Junius in sijnen tijt onder de Formosaanen gehadt heeft, mitzgadèrs de slechte
93 1649
effecten ende kleyne Truchten, die daer uyt souden vooii- gecomen sijn. Broeders, d' aert ende nature der liefde, die wy malcanderen behooren toe te dragen, vereyschtvan ons, dat ^y een goet gevoelen van malcanderen oock hebben sullen ende alles ten besten verclaren, ende niet anders doen by anderen, dat wy niet willen dat ons ge- schiede, insonderheyt wanneer het mannen sijn van goede getuygenissen, ende vlijtigh ende yverigh in het werck des Heeren. Denct, dat D. Junius, beneffens D. Candidius , de eerste oprechte leeraer in t* selve eylant Formosa ge- weest is; dat alle beginselen swaer sijn, en dat by hem na den jaren, tijt en de capaciteyt der eenvoudige ende blinde menschen heeft moeten reguleeren. Men moet met trappen gaen, om tot meerder perfectie te comen; dat werck spreect oock selfs dat D. Junii arbeyt niet is vergeefsch geweest. Oversulcx, zeer waerde Medebr., alles in de vreeze des Heeren over daght hebbende, vinden goet, dat dit verschil weggenomen, ende het gepasseerde in het vyer der liefde begraven, ende nogh van d' eene , noch van d' andere party meer daervan geschreven werde, opdat niet meer onlusten daer uyt voortcomen, end' Gods Eereken, insonderheyt in die landen, daerse noch teer sijn, niet geergt ende ontsticht werden. UEE. hadden voorgenomen dese sake met meerder bewijs te bevestigen, ende aen ons over te senden, maer wy vinden dat selve niet geraden, dewijV het niet dan groote moeyte soude geven, ende het eene schrijven op het andere, sonder vruchten, maer niet sonder schade. Daerom wy oock D. Junium versocht hebben, dat hydese TJEE. beschuldiginghen stilswijgende will' voorby gaen, ende niet beantwoorden. Wy begeeren mede van UEE. datse dese dingen in hare brieven niet meer roeren willen, want wy niet anders sien connen, dan dat meer ende grooter swaerigheden end' bespottinge onser vijanden daer uyt souden sijn te verwachten. Laet u Br. gerecomman- deert sijn vrede ende eenigheyt, opdat ghy u selve niet suspect maect van vn'aeckgierigheit, eergiericheyt ende lust om te twisten, daer van alle Christenen behooren vry te
1649 94
sijn. Laet u genoech sijn, dat ghy uwen y]ijt en getrou- wicheyt ende uwen dienst, ende dien volgende uwe onBchult ons hebt aengewesen, die wy oock aennemen; ende wy laten ons wel bevallen UEE. goeden yver ende arbeydt, mitzgaders de maniere van onderwjjsinge van het Christen- dom voort te planten, ende dat Rijcke Jesu Christi midden onder de Heydenen uyt te breyden. Besonder behaeght ons wel, dat de formosaansche kinderen in de fundamenten van ware Chr. Religie in onse tale soo geluckelyck onder- wesen werden. So veel de boecken aengaet, die UEE. sijn begeerende, so hebben ons de Heeren Bewinthebberen bekent gemaect, dat een groote quantiteyt van allerley boecken, papier e& pennen int voorledene jaer ware over- gesonden na Batavia, ende dat UEE. ende alle andere Eereken buyten twijffel sullen versien sijn; wy sullen sorge dragen, so vele in ons is, dat alle nootdrufticheden van tijt tot tgt gesonden werden.
Hiermede
Eerw. seer godsalige, welgeleerde ende voorsienige Medebroeders, UEE. persoenen en diensten naest ons aller vriendelycke groetenisse G^ode in genade be- velende, blyven
UEE. dienstw. efl geaflFectioneerde Medebr. De Pred. efi ouderl. der Classis van Amsterdam e& in aller name.
Eleazar Swalmius, deput. pr*. ad causas Indicas. Pridericus Kesslerus, depuiatorum Scriba.
Minnnt. Archief ClastU Jmtierdam, InventariB II. a {extract brieven huitenh Kerken),
95 1650
LXXXVI.
UIT HET KBSOLÜTIEBOEK VAN HET KASTEEL ZEELANDIA.
Aan den predikant Gravius voor 18 maanden renteloos uit 's Compagnies kas te leenen 4000 Realen van 8*" , ter yergoeding Tan door hem op eigen risico gekochte ploegbeesten , om daar- mede de inlanders te gewennen aan betere bearbeiding Tan hunne landen. — Ds. Joh. Krujff te beneficeeren Toor 5 jaren met de tienden Tan 200 morgen lands.
Woenadaeli den 6«b April 1650. Onlangs geleden heeft ons mede den praedikant Grayins seecker reeckening vanden incoop ende oncosten weegen seeckere 121 stucx ploechbeesten ende wes meer, voor het dorp Soelanchy omme d'inwoonderen, yolgens sijn E" voorslach en daer op genoomen resolutie den ^^ April des verleden jaers^ soo allengskens tot dese manieren van landen te bouwen te gewennen', verthoont, bedragende in alles R*^ 3542|, waer van 30 stucx der zelver gereets wederom aen d'inwoonderen vercocht sijn, doch d'andere by genoemden Gravio, op eygen risico, in conformaliteyt de resolutie boven gemelt, noch gehouden en gebruyckt werden. Nochtans met desen verstande ende gedane beloften, by aldien dominus Qra- vius daer by eenigen schade quame te Igden , de Compagnie dezelve dragen, ende oock Gravium soodanige erkentenisse voor zijne veelvuldige moeyte soude laten genieten, dat zich des begonnen wercks niet soude hebben t'ontdancken. Op welcke gelegentheydt, als zgnde een prijselycke sake, waer door die van Soelanch nu airede tot redelycke ken- nisse van ploegen ende met karren te varen gebracht zijn, in onse vergaderinge geleth wesende, soo is eenparich ver- staen, dewijle bovengestelde 3542^ realen door dominum
1650 96
Gravium gereets soo lange yerschoten sijn geweest, mits- gaders de resterende beesten oock op zijnen risico moeten gehouden werden, om dezelve soo nu en dan den inwoon- deren voor den gekosten prijs over te doen, datmen zijn E., in vergoedinge van 'teen ende 't ander, als oock in recom- pence van sijn genomen moeyte, voor den tijd van achtien maenden vier duysend realen, è. 48* yder, uyt Compagnies cassa, sonder interest te betalen, onder zijn handtschrift leenen en een reeckeningh inde negotieboecken doen hebben sal. Mits dat t'zijner tijt, als deze penningen wederom staet uyt te keeren, weder in reeckeningh valideren sal 't verschot van seven stucx ploechbeesten , voor Compagnies reeckeningh aen die van Sinckan verstreckt, bedragende drie hondert veertich realen; als wanneer geroerden Gravius dan soo voorts van alle pretensie op de Compagnie afstaen, en dat werck op zijn eygen risico, gelijck gesecht, voorts bevor- deren sal. En heeft den Raad sooveel te eerder tot deze leeninge cunnen verstaen, dewijle geroerde penningen doch naer alle apparentie andersints noch een goeden tijt alhier souden vruchteloos leggen moeten.
Oock heeft ons den predikant E' Johannes Eruyff , zijnde hier aen 't Casteel tot waememinge vanden godsdienst be- scheyden , op heden in Rade doen aenspreken efi versoecken omme volgens haer Ed'^ ordre en gunstige licentie, mede nevens andere praedikanten op Formosa remoreerende , te te mogen genieten het benefitie des vrydoms thiende, voor den tijdt van vijflf achtereenvolgende jaren, der vruchten van 200 morgen gecultiveert landt, ofte dat wy in plaetse van dien hem yet wes anders, naer discretie wilden toe- voegen.
Waer op dan by ons gelet ende in acht genomen zijnde dattet niet buyten reden is gemelten Eruyff, die anders op geheel Formosa ganschelyck geen voordeel is gauderende, op d' een of d'ander maniere na zijne onwaerdeerlycke dien- sten eenichsints te begunstigen; oversulcx hebben metten anderen goet gevonden hem voor den tgt van vgff achter- eenvolgende jaren, heden aenvanck nemende, met de
97 165Ó
thiende van seeckere 200 morgen omgeslagen landt te be- giftigen
Aldus gedaen en geresolveert int Gasteel Zeelandt^ ten dage en jare voornoemt
NicoLAES Vebbürch, Pred. Coyet, D. Snoücq, Gabriel Happart, Frederick Schedel.
Kopie R^ksarekief.
LXXXVII.
DE CLASSIS AMSTERDAM AAN DEN KERKERAAD OP FORMOSA.
De Classis heeft uit hun brief van 14 Noyember 1649 met ge- noegen gunstige berichten ontvangen omtrent het Evangelisatie- werk, doch de bitterheid tegen Janius, oofk in dien brief, stnit haar tegen de borst; zg wenschen dat dit ophoade. Dat Janius zoo tegen hen gegverd heeft, is hun nimmer voorgekomen. Toezegging van nieuwe predikanten. De XYII hebben op hun verzoek den druk van het Formidier des Cristendonu toegestaan. De gevraagde boeken zullen hun worden toegezonden.
3 Ootober 1650.
Eerwaerdige ^ Godtvrtichtige enz.
Wy hebben U. E. missive van den 14 November 1649 wel ontfangen, die ons so verre aengenaem is geweest, dat wy met groote vreuchte daer uyt hebben verstaen, den goeden staet der Qemeente Jesu Christi onder U E. opsicht in die landen, voornamelyck in de noorderlyke dorpen Sinkatij Soelang^ Bacloan etc., danckende met U. E. allen den goedertierenden Qodt voor sijne genade en segen, die hy aldaer uytstort over uwen arbeyt onder die blinde Hey- denen, als ook die van onse Natie. Deselve Godt will
7
1650 Ö8
stjne genade over haer continueeren e& met de gaven sijnes II. Geestes meer ende meer verreycken , tot verstooringe van het rijck des duyvela ende uytbreydinge des Coningrijckx onaes Heylandes Jesu Christi. Gelijck wy ons oock hebben verblijt in het rapport dat daer van onsen waerden Broeder L" Simon van Breen (welcke door Oodts genade met ge- luck ende voorspoedt int Yaderlandt geeommen is) in onse classicale vergaderinge heeft gedaen; ons omstandelyck te kennen gegeven hebbende den staet ende gelegentheyt der kerken in Pormosa.
Maer, seer waerde Broeders, wy en connen U. E. niet verbergen, dat seer onaengenaem is geweest de lecture van het grootste deel uwer missive, daerin U. E, niet an- ders voor hebben als te verkleenen en te verachten den arbeyt ende getrouwen dienst van D. Robertus Junius in die Formosaensche landen. De briefF van het vorige jaer was ook meest met deselve stoffe opgevult en gaff ons gheen kleene ontsteltenisse , also wy vreesen , datter veel onlusten uyt souden ontstaen hebben, wanneer D. Junius ook aen 't schry ven sonde sijn gecomen en op UE. letteren (daer hy zeer toe inclineerde) geantwoort hebben. Maar wy sien veel liever dat voorder strijdt, die twist verweckt, ophoude, insonderheyt onder Broeders. UE. gelieve dat te gelooven, dat D*. Junius (dien gy noyt en wildt onttrecken den loff van een wacker, yverich efi arbeytsaem bedienaer des H. Evangeliums, volgens UE. eygen schrijven) noch een be- sonderen sucht en toegenegentheyt draecht tot de Formo- saensche Eerken, die so se door hem maer tot de eerste kindsheyt sijn gebracht, sich hertelyck sall verheugen, dat onder den onvermoeyden eü wackeren arbeyt van so bequaeme mannen, als hem sijn gevolcht, eü als nu in redelycken getale met gelijcken yver aen dat groqte werck beesich sijn , de selve tot een mannelycke wasdom gebracht mogen worden ende dagelijx in wasdom van kennisse ende godsalicheydt mogen toenemen. Ende dat doet hem sometij ts noch schrijven aen sijne bekenden; dat maect hem genegen om naer den wellstandt van die teedere gemeenten onder
99 1650
de Heydenen te vernemen. Ons en is noyt voorgecomen , dat hy tot kley nachtinge , veelmin verachtinge van eenige der Br. ende haer diensten soude gesproocken hebben , maer heeft neven ons daer op uytgeweest, dat uwe Kerken met een meerder aentall van Predicanten voorsien mochten werden, ende is teenemael daer in beesich geweest, om na sijn vermogen het voordeel van den Formosanen na den liehaem en haeren uytterlycken staet te bevorderen. Misschien, dat sulx eenige van de regeeringe in Indien niet seer smaeckelyck en is, maer wy sijn verseekert, dat sijn oogemerck goet is efi nergens toe streckende, dan dat die blinde menschen wat genegender gemaect mochten worden om de Chr. Gereformeerde Religie aen te nemen. Ende dat den synode iets is geopent van de slechten toe- standt uwer Eerken voor eenige jaren, ontstaen door het gebreck van arbeyders, daer van is niet meer gesegt, als het geen D*. Happartius zelfs met so veele letteren hadde overgeschreven en geclaecht , ende tot geen ander eynde voort- gebracht, dan om te verwackeren den yvervandeClassen, daer onder de respective Gameren sijn, ten eynde dat by de selve en de vergaderinge van de XVII door haer voor- sorge een meerder getale vaü Predicanten vercregen mochte worden, twelck ook door Gods genade tot hier toe ge- lueklick succes heeft gehadt, gelijck wy hopen dat de goede Godt sijn genaede daer over sall continueeren, alsoo by de laetste vergaderinge van de XYII resolutie is ge- nomen om van nieuws ses Predicanten naer Indien te eenden, gelijck met deese schepen van wegen dese Camer afgesonden wordt D. Arnoldus Blank, een jonckman van seer goede geleertheyt, van vromen en godtsaligen wandel , sgne gemeente in het graeffschap van Meurs (daer hy eenige jaeren met groeten loff heefft gestaen) seer lieff en aengenaem , ende verhoopen dat wij met het vertreck van de naeste vloote een ander bequaem persoon sullen connen uyt vinden, gelijck wy ook niet en twijflfelen of daer sullen Tan de Br. in Seelandt vanwegen die Camer ook eenige Predicanten afgesonden worden. Ende derhalven waerde
1650 100
Br., wij versoecken vriendelyck dat in toecomende schrijven tot verkleeninge efl verachtinge D*. Junii moge achterwegen blijven, opdat daer uyt geen verdere twistschriflten en ont- staen. Laet ons soecken ende trachten hetgeene tot vrede dient ende tot malkanders stichtinge. Dese uwen laetsten briefF is met te veel galle gemengt, de penne is veel te scherp, de expressien sijn te bitter tegen uwen mededienst. knecht, eü Br. laet ons niet te onrecht toomich sijn op onsen Br. Laet ons niet ydelick eere soecken, malkanderen niet tergen, malkanderen niet haten, niet doen door twistinge offte ydel eere, maer door ootmoedigheyt een y egel y eken den anderen beeter achten dan ons selven. Dit hebben wy, seer waerde Br. niet connen naelaten uyt broederlycke liefFde en genegenheyt tot vroede en eendrachtigheyt daer by te voegen.
Voorts aengaende UE. versoeck van het drucken van het Formulier des Christendoms en dat op tweederley wijse, int duytsch alleen, en int formosaensche en duytsche, het een tegens het ander, over sulcx hebben wy den H.H. Bewinthebberen voorgedragen en gerecommandeert in haer vergaderinge der XVII , dewelcke tselve hebben toegestaen, so dat wy hopen en vertrouwen, dat de exemplaren UE., wanneer die gereedt sijn, sullen toegesonden worden.
Wat belangt den staet van Gods Kerke hier te lande deselve is noch in goede ruste, vroede efi eendrachtigheyt, gelijck ook onse gantsche vaderlandt; eü verlost sijnde door Godts seegen uyt onsen langdeurigen en bloedigen oorlooge , sitten een iegelyck onder sijnen wijnstock en vijgeboom, waervoor sijnen H. Name te hoogsten moet sgn gepreesen. Hy geve dat ons tselve ter salicheyt mach gedijen hier ende hier naemels.
Wat aengaet de boecken int voorleden jaer by UE. versocht, deselve hebben wy van de EE. heeren Bewint- hebbers verkreegen, so dat UE. deselve hebt te verwachten. Alsoo doch, dat UE. niet en sall van hier toegesonden worden een besondere kasse met boeken, want de gemelte Heeren haer daertoe niet en willen verstaen, maer sult
101 •.-\;..i:- '.:tóSO:
awe noodighe boeken moeten soeken tot Batavia, offte sullen UE. van daer toegeschickt werden. Toorts Eerw. godsalige etc.
Matthias Meursius, coetus deputatorum ad res indicas p. t. scriba.
JOHANNES RüLITIüB.
Otto SncoNS, ouderling.
MlDDUt.
Archief Classis Amsterdam, Inyentaris II. a. {Extrad-brievm etc.) 1645—1655 p. 75.
LXXXVIII.
DE GOUVEENEÜB EN RAAD VAN F0KM08A AAN DEN GOÜVERNEUK-GENEEAAL EN BADEN VAN INDIE.
Vooruitgang Tan het Christendom. Bg gebrek aan predi- kanten wordt het raadzaam geacht de yleugelen niet te wgd uit te slaan, maar het eens verkregene Taster te gronden. De predikanten danken Toor de bevordering yan hun werk. De kosten daaraan besteed zullen rijkelijk door de geestelijke Tmohten worden vergoed.
Vertrecht heeft, ofschoon door hartzeer en ligchaamszwakte gedrukt , in het belang der zaak zich nog voor een jaar verbonden.
Het volk om de Zuid wordt moedwillig. Strenge procedure wegens het vermoorden van een krankbezoeker.
Gasteel Zeelanoia, 31 Oot. 1650.
Met de christelycke leere inde dorpen ende districten daer praedicanten remoreeren, gaet het op eenen progressiven voet, ende vindt yder in sijn quartier wercx genouchomde geene die beginnen haer oogen te openen, de volcomen fondamenten ende rechte wegen ter salicheyt in te planten. Het getal der kerckenleeraeren tot alsuicken groeten werck
• • '
;ieSO: •.'•:;..:.••-.• • 102
is te cleen ende sullen wy conaequentelyck onse vleugelen (de wijle doch niet apparent is, dat oyt de praedicanten alhier in volheyt sullen connen gesonden werden) niet heel wijdt over Fonnosa mogen uytspreyden. Want beter ist weynige inde naestgelegenste dorpen wel te onderwijsen, dan , veel wercx over hoop halende , velen maer stucxgewijs te leeren, ende is uyt dit eerste concept oock vry meerder vrucht als van het ander te trecken, aengesien het niet mogelyck wezen sal oyt tot het rechte scopus te geraeokeo, ofF de leere moet inde hier naest gelegenste plaetsen soo fondamenteel geleyt werden, datse uyt haer selven voort- teelen can, ende dan staet het metter tijdt te hoopen, dat (voor al door de genade efi krachtige werckinge Qodes) het Evangelium alhier onder de Heydenen te prediken vruchten voortbrengen sal , die der bekeeringe weerdich sijn.
Alle de respective praedicanten bedancken UEd*" hooch- lyck voor de goede sorgen die, tot de bevorderingh van haer heylich werck , int zenden van soo veel nodige boec- ken dit saysoen hebben gelieven te dragen, ende houden sy luyden by ons noch continueel hardt aen om met een druckerye alhier g'accomodeert te mogen werden. Wy verseeckeren UEd*" dat d'oncosten, die daer aen gedaen wierden, soo groot niet vallen souden, ofF de nutticheyd vandien sal tot bevorderinge van den waren Godtsdienst meerder waerdich wezen ; dies wy aengenomen hebben dese saeck iterativelyck aen TJEd*» te recommanderen, met ver- soeck daer op favorabelyck gelieven te disponeren.
Gemerckt den praedicant Jacobus Vertrecht, wie nu al den tijdt van drie achtereenvolgende jaeren in Favorlangh den dienst waergenomen heeft, ende aldaer door sieckte (be- halve 't verlies van sijn huysvrouw ende oudsten zoone) zeer, jae zoodanich verswackt geworden zij, hem niet wel mogelyck is, daerinne by langer continuatie te connen vol- herden, en noch te meer, om dat van Godt de Heere met een sware breucke besocht is, soo heeft dierhalven aen ons ende den kerckenraedt instantelyck versocht hem licenti- eeren wilden dit saysoen van hier te mogen vertrecken.
103 1650
Waerinne door ons (hoe wel desselfs impotentie met mede- lyden aensiende) niet heeft connen getreden werden, alsoo geen stoffe en badden om in sijn plaetse te connen stellen, efi dat met desselfs subyt vertreck het werck aldaer in eorten dapper verachteren conde; dies hem bewogen heb- ben noch een jaer te continueeren, met beloften het aen- staende saysoen te zullen vertrecken , ende nu ontrent UEd^ te solliciteren dat voor sgn oyerblijven, als oock uyt consi- deratie al vier jaeren sonder verbandt op sijn oude gagie yan 130 Oulden 's maents overgedient heeft, een eerlycke belooninge genieten mocht, daerinne wy dan zijnent wegen versoecken dat UEd. hem wat contentements gelieven te doen; oock het aenstaendè jaer in sijn plaetse ons van een ander goedt predicant te versien, opdat alsoo desselfs ver- treck de voortplantinge van Godes Eercke geen hindemisse te veroorsaken compt
In somma, dit volck {nam.: in de Zuidelyke dorpen) be- ginnen hun geheel tot moetwil te begeven, daerinne, tot voorcomingh van meerder quaet, wel een weynich dienen gestudt te werden, te meer dominus OlhofF.seer claecht, datse oock niet langer ter Kercke noch Schoole begeeren
comen
• • •••••••••■■•••>•■•••
Binnen den kringh der hier naest gelegenste vlecken, ofte om beter te seggen inde districten daer predicanten resi- deren, en wort van geen ongeneuchte, ofte het minste oproer, gewaecht. Den rechtschuldigen moordenaer, die 't verleden jaer in 't dorp Tackeys den kranckbesoecker om 't leeven gebracht heeft, is noch niet uytgevonden. Een vande twee suspicieerden, die hier voor dezen op scherpe inditien daer over getortureert zijn, is wel kreupel en lam gestorven, ende den anderen gaet alhier vast, op naeder indiciën, in de kettingh. U£d^ voorstel ende ordre om den schuldigen dezer misdaet uyt te vinden, namentlyck met het looten van brieQens onder het geheele dorps volck, dat mannelyck ende boven de vijftien jaeren oudt is, zal voor-
1650 104
waer voor de tien ongeluckige, die sulcx te beurt valt, 800 langh in de kettingh te moeten gaan , tot dat de recht- sehuldigen te voorschijn compt, wel een hardt gelach zijn, ende soude wel connen wezen datse alle, tot haeronschuldt, hun leven lanck inde kettingh mosten gaen , alsoo misschien eenen guyt, sonder ymants bywezen, des nachts, dese moort alleen gedaen heeft, ende soo sijnde ist niet apparent wy licht achter de waerheyt sullen comen. Evenwel canmen hier af een preuve neemen, doch sullen wy dit eerst met de praedicanten Yertrecht ende Happartius communiceeren, ende wel grondich onderstaen moeten, off dese maniere van doen de Tackeyers niet all te seer verbitteren soude. . .
Kopie
LXXXIX.
DE KERKERAAD VAN TAYQUAN AAN DE COMMISSIE
AD EES INDICAS VAN DE CLASSIS AMSTERDAM.
(Om/ Arckié/ /. p, 88.)
Belofte van trouwe correspondentie. Vooruitgang. IJver van Happart en Vertrecht. Meer arbeiders z|jn noodig. Verlangen eene drukkerij. Verdediging tegen de beschuldiging, dat zg Jnnius onbillgk hebben beoordeeld.
D'EE. Br. des Classis van Amst.gedepiUeertoverdekerkeL Tayoüan, 10 Nov. 1650. saken van Indyen.
Eerwaerde^ godvrmhlige ^ wijse^ discrete seer Geleerde,
UE. seer waerde letteren van den 4*«* Octob. 1649 1) sijn ons tot sonderlingh genoughen in Augusto laatstleden wel geworden. XJEE. brandenden ijver tot de eere Gods , onver-
l) Zie n«. 85.
105 1650
moeyde arbeydsaamheyt tot den opbouw onser Indische Eereken, ongemeyae zucht tot eendracht en vrede, mits- gaders 80 minnelycken aanbiedingh, ja noodigingh, tot onderlinge correspondentie, gelyc het sijn so vele levendige uytdruksels van UEE. heylige gedachten, so sullen ooc hetselve by ons altyt blyven so vele solpherstecken tot ware liefde end eerbiedicheyt t'uwaarts. Beloven oversulcx onse vwige stilswygentheyt voor het toecomende door ordinare end wydloopiger openingh vanden staat der For- mosaansche gewesten ryckelyck te sullen vervullen; met ernstiger bede dat UEE. insgelycx, naer oudt en loffelyck gebruyck ontrent andere Eereken, ons uwe liefde en door- dringende wysheyt naar gelegentheyt van saackenjaarlycx gelieft te bedeelachtigen.
Waertoe wy meynen so veel te gewichtiger redenen te hebben , als ons een swaarder end lastigher pack de schouderen nederdruckt, waardoor wy telkens wederom genootsaact worden, menichmaal niet sonder groote twyffelingen des herten, uyt te roepen: „Wie is tot dese dingen bequaamP'' Want wy houden 't daarvoor wel, dat UEE. (schoon oock het selve in UEE. letteren verswegen werdt) uyt so ma- geren onderwys der afgeloopen jaren, niet veel groote effecten en cont te gemoete sien; nochtans meynen wy schier dat UEE. gedachten in desen noch al seer hooghe klimmen boven de waarheyt vande sake selfs. Oversulcx souden wy 't achten voor een onvergeldelyke weldaat, by aldien UEE. naar uwe wysheyt, geleertheyt end diepe ervarentheyt geliefdet ons oordeel of te verbeteren, of te verstercken met een accuraat concept, tot stichtiogh van Gods Eereken te gebruycken.
Maar nu moeten wy ooc yet seggen over de dorpen by noorden Tilocen^ alwaar nu ontrent ses jaren geleden den Eerw. D. Simon van Breen de eerste fondamenten des Christendoms verstandelyc end geluckelyck te leggen be- gonnen heeft, 'twelc sedert sijn E. vertreck door den Eerw. D. Jacobus Vertrecht, voorleden jare door D. Gilbertus Happartius gesecondeert, niet met minder industrie en neer-
1650 106
Bticheyt tot op heden achtervoloht is geworden. In welck geweste seker alles vanden aanbeginne af met so goeden ordre aangevangen, met so onvermoeyden yver gecontinueert is, dat we by verloop van tijdt seer gewenste gevolgen daarin te gemoet sien. En is nu D. Yertrecht in die tale so verre geavanceert, dat niet alleen verscheyde goede stucjes tot grondslagen des Christendoms door sijn E. int Favorlangs sijn gebracht, als bysonderlyck eenige predi- catien end een tsamenspraak tot verwerpingh der heyden- sche goden en haren dienst, end tot aanwijsingh van den waren God, maar dat ooc tot onser verwohderinghe al ettelycke malen in geseyde tale selfs gepredict heeft. Is ooc by sijn E. het onderwijs der bejaarden aangevat, van welcker successen wy nochtans niet veel seggen connem naardien het maar sijn begonnen wercken, en wy ooc van tgdt tot tgdt ondervonden hebben , dat de jeucht tot over- settingh in den hof des Heeren de beste, indien niet de eenige , plantsoenen sijn. Weshalven wy dan ook te meerder reden hebben om ons sijns voornemens tot vertreck naar 'tvaderlant, nu inde voornaamste cracht van sgnen dienst, en wanneer de velden aldaar beginnen wit te worden tot den oogst, van herten beclagen. Want ofschoon D. Gil- bertus Happartius 1) een man onder ons inde jeucht sijnes tgts en van goede gaven, D»* Vertrechts collega in dat ge- weste, des vertreckenden welgeregelt spoor ongetwyflFelt wel houden sal, so en is het nochtans nauwelycx met de penne uyt te drucken wat gevoeligen nadruck dese verwis- selinge der predicanten in dese so teedere Eereken geeft. Waaruyt wy dan ooc oorsake genomen hebben voorleden jare den E.E. Broederen van Batavia seer emstelyck te recommanderen, dat dese Formosaansche quartieren, wast mogelyc , altijt met Pred. wierden voorsien , die buyten den ordinaris ganck voor een ruymte van jaren aan de Indyen waren verplicht. Andersins , Eerw. Br. , men oordeele so men
l) Happart gaf een Pavorlangseh Woordboek , door van Hoëdel in het archief van den Kerkeraad te Batavia gevonden en in 1842 uitgegeven.
107 1650
wil in Nederland van dese Eereken, indien we doorgaans blyven worstelen met die onverwinnelycke swaricheyt der steets yertreckende Pred., wy sijn ten hoochsten beducht dat den gezegenden stant van wel-geregelde chr. Eereken alliier, indien oyt, immers seer late sal werden gesien. En noch heeft sich onsen meergemelten medebroeder seer be- swaarlyck geseggen laten om selfs dit loopende jaar sijnen seer natten dienst alhier te besteden. Edoch al ist dat wy so spreken, en uyt het innich gevoelen onser herten spreken, so en dagen wy nochtans geensins over sijn E., maar alleene beclagen ons selven. D. Yertrecht heeft seker als een getrouw bedienaar des H.Evangeliums nu 17 jaren lanck de Indische Eereken by gewoont, en te midden onder de tra- vailles van sijn dienst, met vele sware onlusten strijdende, sgn gesondheyt en leven niet dierbaar gehouden, om onder verscheyden Heydenen te vercondigen het Evangelie der ge- nade Gods, tot dat eyndelyck sgn gesontheyt en ooc voorleden jaar sijn wederpaar in sijnen ouderdom verloren hebbende, de last beyde sijns lichaams en sijner sware familie sgn E. de nootsakelyckheyt van vertreck hebben opgeleyt. Nevens D. Vertrecht ontvalt ons noch tegens het volgende jaar eenen tweeden predicant Daniel Gravius, die byna om ge- lycke redenen sijn dimissie versocht en gelyck betaamde verkregen heeft. UEE., so wy vertrouwen, sult uyt Ne- derland dese schade hier, end andere ooc elders in onse Eereken geleden, met liberaalder toevoer van nieuwe en bequame mannen resarcieren, gelyck wy dan ooc, naar de liefde en bijsondere sorgen der E.E. Br. van Batavia, ons gedeelte daarvan durven te gemoet sien.
Maar noch een sake is er waartoe wy UEE. gunste, hulpe en wysheyt, gelijck ons die ten hoochsten nodich sijn , also mede op het alderemstelycst versoecken, namelyc tot inductie der E.E. Heeren Bewinth. om ons hier op Formosa een druckerye toe te staan. Dit alleene behoort UEE. van de kennisse deser nieuwe Christenen een kleyn gevoelen in te drucken, behalven dat het by ons als een crachtich motif tot ons voornemen wert geallegueert, dat al
1650 108
het onderwijs onder so vele end volcrycke dorpen eenelyck door het voorseggen van een of twee Schoolm", onder een groot getal naseggers, dese lieden wort toegebracht. En dat t'elckens, om de groote menichte des volcx en om haar niet te veel te vergen, met stilstant van 2 a 3 weken, welcken tijt gedurende het reets geleerde in eene weke, hare memorie en goetwillichheyt (beyde dicwils uytermate eranck) moet aanbevolen blijven. So datse niet selden op haar beurte wederkeerende, bevonden worden , door gebreck van boecken, terugge waarts te sijn gegaan.
Wat soudet hier ons een courage geven in onse moeye- lycke diensten, wat voortganc in ons werck, dat en wy en dit voick van dese verdrietige end lancwylige maniere van onderwysen ontslagen sijnde, men naar allen schijn de jaren, ten aanzien van haren voortganck, in maanden, ja by velen (gelyc wy daarvan eenige preuven genomen heb- ben) in weken sach krimpen. En dese nootwendicheyt staat noch liagelyx meer aan te groeyen, naardien, na so goede jaarlycsche progressen , den opbouw des Christendoms alhier niet berusten en can, niet berusten en moet by een formuliertien, eens van buytengeleert,maar sal men dienen te arbeyden, (ten sy dat men wille en hare kennisse en haren ontsteken yver weder verdwijnen laten) om haren geestelyken honger met gestadigen toevoer van nieuwe en van vaster spijse te versadigen. So ondervinden wy ooc dagelycx t'onser hertelycke droef heyt, dat, gelyck onser voorsaten gezegenden arbey t, also ooc den onsen tot vormingh der kinderscholen (het eenich fondament der te bouwen Eereken) aangeleyt, t'eenemaal te vergeefs geweest en ooc voor het toecomende wesen sal, indien men dese reets bran- dende vlaswiecken niet gestadichlyc door eenige stichtelycke tractaten en onderhout.
Ja, hebben wy vernomen, 'twelck inmiers al te grooten schade en jammer is, dat onser lieden eenige, nu uyt de kinderschole gelargueert, in weynich tijds selfs lesen en schry ven in den gront vergeten hadden. Altoos de H. Schrif- ture, immers eenige deelen derselven, moeten haar ter hand
109 1650
gestelt worden, indien wy 't niet met die van het Pausdom Yoor gewin en achten, haren lust tot de goddelycke wijsheyt en onwetenheyt t'onder te houden. Behalve dat dit ooc een erachtich middel sal sijn tot voorcominge van diescha- delycke veranderingen, by het versterf of vertrec der predi- canten alhier, die so veelvuldich sijn. By welc geval immers de forme, ja ook de materie des onderwijser t*elkens wert gealtereert, indien niet t'eenemaal vernieuwt: 't welc niet geschieden can alsser eens naar rijp overlech een nuttich reglement is beraamt, en door den druk bestendich gemaact, waardoor dan ooc het onderwijs der vorige predicanten eenigermate gecontinueert en vereeuwicht werdt.
En 80 verre ist van daar, dat de swarichey t der oncosten in desen hare EE. van het inwilligen onses versoucks af- schricken soude, dat wy selfs de vermindering veler lasten hierdoor beloven durven. Want daar nu de scholen door 3 a 4 Duytsche schoolmeesters en noch eens so veel For- mosaansche leeraars (in groote dorpen door m^er) geregelt en onderhouden worden, achten wy, dat met nodige boecken sijnde voorsien, ons goede voornemen misschien door half 80 veel meesters, in veel korter tyd, met ongelyck beter successen tot ontslakingh des volx op de helft der school- verschijningen en t'onser merckelyke tijdwinningh tot andere diensten sal te bereiken sijn.
Ja alst immers daar op aan quam, soudet, onsdunckens, noch ongevoechelyc , noch onbereyckelyc sijn door een civilen prijs, by d'ingezetenen voor de boecken te betalen, de on- costen der gesegde druckerye te compenseren, en also de EE. Comp. geheelyc buyten last te stellen. En wat is het toch, als men het wel insiet twelck wy begeren, dan een smal druckertjen met een half gesleten letter en een matich gereetschap van cleynen omslach , om maar alleen de hooch- ste en ondrachelycste gebreckelyckheyt te ontgaan. Onse gedachten en leggen niet tot groote en costelycke werken, maar eenelyck tot cleyne doch seer noodige schoolbe- hoeffcicheden , wekkers derven ons gedurich so hangen doet aan d'eerste elementen, dat we, vermits het snel ver-
1650 110
loop van onse end onser scholieren jaren, noyt tot het pit van onse bedieningen opklimmen connen, en so verslijten wy vast onse dagen en voorncme crachten in het stof. Men heeft ooc niet te vreesen, dat deser end gener wackerende schryflust de EE. Compagnie tot oosten en onse Kercken misschien tot last gedyen mocht, aangesien wy voornemens sijn (tot ons oochgemerc comende) die vloedt so wel te bedammen , dat hy niet lichtelyck tot overstroomingh swellen of ooc doorbreecken sal.
En wat apparentie isser ooc, dat dit ons nootsakelyc intent int vaderlandt sou te voltrecken sijn, door het over- schicken van dese end geene dingen, by ons als alhier verordent en toegerust tot den druck, nadien niet alleen de vreemdicheyt der tale deses volx, maar ooc de ver- scheydenheyt der Formosaansche talen, die immers so vele sijn en gene gemeenschap altoos met den anderen hebben, ons alle hope van eenige hulpe by de vertrockene predi- canten te sullen vinden, ganschelyc beneemt. Weshalve wy ooc niet weynich sijn beducht over het drucken van het Formulier des Christendoms , voorleden jare de EE. hoeren Bewinth. aanbevolen , en vreesen schier dat het ons wel in so mismaakten gedaante toecomen mocht;e, datwe in ons voornemen niet weynich sullen bedrogen vallen. Dese en andere consideratien meer, die UEE. door eygen overlech licht te voren comen, sullen, so wy vertrouwen UEE. opwecken om achtervolgens uwen gewoonlycken yver tot den opbouw onser Eereken de behulpsame hand te slaan aan dit goede werck , waardoor UEE. ons end onse Kercken een onberouwelycke weldaadt toebrengen end inder eeuwic- heyt aan UEE. verplichten sult.
Eyndelyc moeten wy noch yet seggen, principalyck wel tot replicque op den uwen, waar in ons voorwaar so sware beschuldigingen werden te laste geleyt, datwe, sonder de hoochste ongevoelicheyt of onbetamelycke securiteyt over onsen goeden name, die niet en connen onbeantwoort laten.
111 1650
En is by ons gewisselyck niet sonder verwonderinge aan- gemerct, dat ons even in dese selve letteren, die ons bysonderlyck wel als liefdeloos afmalen, w'en weten niet naar wat oordeel van liefde, so vele vremde consequentiën end besluyten worden opgedrongen, die ten minste also verre sijn van onse voorgedachten , als van de waarheyt van de sake selfis. Van dese soorte is het, datwyinUEE. letteren gesecht worden vele gesproken te hebben van de successen onses dienstes, die wy t'onser leetwesen inson- derheyt nu over 2 jaren , niet seer en hebben connen roemen.
Dat by ons D. Junii dienst werdt veracht en gevilipen- deert. Even als of daarom D. Junii dienst wierdt veracht, omdat wy naar waarheyt seggen, dat hier maar kleyne beginsetjes des Christendoms werden gesien, en dat by Junio geensins Eereken naar gelaten sgn, die in kennisse en godsalicheyt ooc de alder volmaacste der apostolische tijden te boven gaan.
Dat D. Junius geen kennisse deser vremde tale en hebbe gehadt; — omdat wy gevoelen end daarin noch dagelyx meer werden geconfirmeert , dat den grondt deser tale noyt so verre by hem is verstaan geweest, dat hy, na sijn voor- gewend, eenige studenten in 9 maanden tijts by gramma- ticale instructie tot het predicampt bequaam maken sou.
Dat D. Junius selfs, naar ons seggen, de dachten over het verval der formosaansche kercken in Sinodo soud hebben ingebracht; twelck ons noyt door het hooft en is gewaayt. Maar wel, dat sulx bg hem aan d. EE. Bewindhebberen schriftelyck is geremonstreert^ waarvan ons de afschriften by haar EE. selfs toegesonden sijn,enver80chtendat,gelyck in Sinodo dese dachten waren gedaan, ooc aldaar ons on- schuld door verthooningh onzer letteren blijken mocht.
Dat wy spraken van de effecten Junii, even als ware sijnen arbeydt op Formosa t'eenmaal te vergeefs geweest. Omdat wy alle het daar voor houden , dat de gevolgen geen- sins en beantwoorden de lancduricheyt sijns verblijfs op dit eylandt en ongelyc minder sijn voorgeven; een sake die wy
1650 112
ons niet en ontsien het oordeel van sijn eygen vader ofte broeder over te geven. Sekerlyck dese odieuse en by onse letteren onverdiende gevolgen , noch met TJEE. wijs oordeel, noch met uwe liefde te wel accorderende, souden ons*dieper in het herte gaan, indien wy niet en dachten dat misschien UEE. attentie omtrent .het lesen onser brieven door gewich- tiger besicheden en ware gekrenct geweest. Maar wy vinden ons meer ^eraact, dat we, niet alleen door de boven aan- getogen consequentien , maar selfs met uy tgedructe woorden beschuldicht worden te sondigen tegen den aardt der liefde.
Maar waarom doch E. Br., dusdanigen archwaan tegen ons opgenomen? Waarom, D. Junio te geval, de clare ondervindingh van so vele onpartijdige predicanten, ja van onse gansche kerckelycke vergadering tegen geloopenP Is dit de reden? Omdat wy uyt de materie van D. Junii onder- wijs besluyten slechte eifecten en cleyne vruchten? Maar behalven dat, ons dunckens, ditten seer goed besluyt sg, gemerct het effect de cracht der oorsake niet excederen en can, en God in dese tijden niet en plach door immediate openbaringen te wercken. Redenen efter niet anders dan om TJEE. wille bijgebracht, die door oculaire inspectie over de waarheyt deses geen bericht ontfangen cont. So seggen wy daarenboven datwe spreken en oordeelen niet uyt con- sequentien, maar op aanschouwen selfs. Wy hebben wel geleert,dat in sake van twijfelingen de liefde het beste om- helst; maar daar een vaste kennisse, gebouwt op eygen gesichte predomineert, te oordeelen tegen onser kennisse , 80 sterck in onse liefde niet.
End en vreesen wy geensins, dat we uyt desen hoofde by verstandige herssenen voor wraac-, eer- en twistgierich sullen gehouden worden. Of by aldien wy mogelijk so een- sijdige censeurs ontmoeten , wy en sullen voor het toecomende daar tegens niet anders setten, als de oprechticheyt van onsen wandel, die wy hopen, dat also crachtelyc het ge- tuychenisse der vromen hebben sal, tot maintenue der waarheyt, als D. Junius, die wy hooren, sien en tasten, dat de christenwaerelt niet weynich en heeft geïmponeert.
113 1650
Waarop, indien nochtans ooc bespottingen onser vyanden volgen, dat laten wy verantwoorden den geenen die hiertoe de gronden hebben geleyt; ten sij raogelyc dat men het voor swaarder schultbaarheyt houde onwaarheden te ont- decken, als de eerste door een tweede te verstercken.
Dat D. Happartius ooc voor desen, naar sijne zedicheyt, 80 wel van D*. Junio en sijnen dienst heeft gevoelt en is geensins te verwonderen, als men aanmerct wanneer dese sijne letteren geschreven sijn, namelyc tsijner eerste comste op Formosa, wanneer sijn E. door eygen ondervindingh de schellen sijner oogen noch niet en waren afgevallen. Maar wat het innich oordeel deses waerden mans naderhandt sij geweest , is immers baarblijckely c uy t sekere sijne gravamina, verscheyde professoren in Nederlant voorgestelt, waar in sich becommert thoont de kinderen selfs van dese Christenen in verscheyde plaatsen te doopen.
En tot een besluyt protesteren wy heylichlyc, enbyson- derlyc hy die voorleden, ooc desen jare, door ordre onser kerckelycke vergaderinge de penne heeft gevoert (waarvan ooc een specicuil bewijs by UEE. te bespeuren is in de letteren der EE. Br. van Batavia, aan UEE. by denselven anno 1646 den 17 December naar sgn beste gewete ge- concipieert) dat wy alle door al te goeden gevoelen van D. Jnnii dienst en daarop gevolchde vruchten, even in die selve dwalinge ontrent den toestant der Formosaansche Kercken gesteken hebben, waardoor wy bemercken dat ooc noch heden vele vrome lieden in Nederlant sijn verruct. Maar tsedert dat wy selfs in dit so hooch geroemde werc insiende, de materie des onderwys so ongenoechscuim, de forme so onaardich, de gevolgen so geringh ondervinden, en hebben wy niet moeten noch connen anders oordeelen van dit gansche bedrijf, dan dat het voor het principale ^ maar is wat opgesmuct en geblanket, mogelyc bequaam om eenen onachtsamen , loopenden , of der tale onkundigen visitateur te misleyden, maar geensins om een rechtschapen ondersoeck, en veel min eenige jaren uyttestaan. Tegen dusdanige onvraackelycke ondervindinge te gevoelen en
• 8
1650 114
achten wy niet te wesen een werck van liefde, maar of van een gansch lakelycke vleyerye, of van een hartneckige sotheyt, end en v«rey geren wy geensins gelijcke ontdekkinge der waarheyt over ons doen te verwachten, indien wyons, naar het exempel van D. Junii, deses waardich maken. En of wel wy niet en loochenen, datwe, ons dunckens nochtans genoech getercht, hier en daar al een woordeken van scherpicheyt in onse voorjarige letteren hebben ge- bruyct, so houden wy ons efter versekert, nergens besyden de waarheyt uytgesprongen te sjjn. Ooc en hebben ons geen redenen ontbroken, waarom wy eenmaal ten laatsten het momaangesicht aftreckende, over den staat deser Eorcken het wit wit en het swart swart hebben genoemt. De eere onser overledene medebroederen, by Junium oneerbiedichlyc aangetast; de waardye der waarheyt, door w'en weten niet uyt wat te groeten sedicheyt onser voorsaten, dus lange verswegen; de billicke vreese, dat ons eyndelyc alle? ten schulde sou toegemeten worden, ja de reets geintenteerde beschuldigingh tegen ons in Synodo en byde EE. Bewinth., en beyder daarop gevolchde doleantien tot Batavia; het duchten dat onse naarsaten haar t^eenigen tyt deser onser stilswygentheyt beclagen mochten, en boven allen den expressen last van den Heere Gouv. Gen. en de Raden van Indyen, ons aangeschreven, hebben ons, ooc eenichsins daartegen strevende, dese nootsakelykheyt opgeleyt. Onder- tusschen en weygeren wy geensins, op UEE. so ernstige end ten hoochsten lieve aanmaninge, dese materie voor het toecomende onder de assche der stilswygentheyt te be- graven, mits dat ooc by D. Junio niets geattenteert en werde waardoor en onse eere, en de waarheyt, en onse vryheyt werde ondermijnt. De bewijsen onser eerst gedane openinge, by ons belooft en by UEE. afgeraden, sijn al lange voor den ontfanck uwer letteren afgeschict geweest en oversulx als gevlogen woorden onwederroepelyck. ÜEE. gelieve te gedencken, dat wy sijn de beledichde partye, den welcken al het achterstal van den eens ten onrechten opgeheven roem deser kercken stont toegerekent te worden ,
115 1650
en dien het 'ooc niet en betaamden so prodigaal van hare eere te sijn, datse niet alleen den sedigen lof haresey genen wercks missen, maar ooc de schuld van eens ander mis- drijf met stilswygentheyt dragen, ja die ooc op de schou- deren harer nacomelingen , buyten alle verdiensten, leggen souden.
Tgene onderwylen by ons mogelyc door indignatie, of al te groote hittigheyt van yver voor de waarheyt sij gepecceerd geweest, dat versoecken wy, dat ons in het oordeel uwer liefde werde gecondonneert end onse